Terug
Gepubliceerd op 27/06/2024

Besluit  gemeenteraad

wo 19/06/2024 - 20:00

Reglement voor de erkenning en subsidiëring van culturele verenigingen - 1ste aanpassing - goedkeuring

Aanwezig: Jan Laceur, raadsvoorzitter
Ann Verschelden, burgemeester
Luk De Mey, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Kurt De Graef, Jan Ketels, Pieter Bieseman, Jan De Graef, Lotte Peeters, Robby Van der Stock, Jan Rosschaert, Fatima Gökce, Yentl Scheirs, Guy Bogaert-De Clercq, Christoff Van Gaeveren, Mathieu Weyn, Agnes Onghena, Leo Van der Vorst, Mario Michils, Ignace Sertijn, Christel Vanhoyweghen, Mustafa Tokgoz, Etienne De Prijcker, Jo Laureys, gemeenteraadsleden
André Reuse, algemeen directeur
Verontschuldigd: Gilles Verbeke, Frank Van Erum, gemeenteraadsleden

REGELGEVING:

Bevoegdheid

  • Het decreet op het lokaal cultuurbeleid dat deze materie regelde, voorziet geen regelgeving meer. Op dit ogenblik behoort dit louter tot de gemeentelijke autonomie.
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40 §3 dat de bevoegdheid tot het vastleggen van gemeentelijke reglementen bij de gemeenteraad legt.

Juridische context

  • Het meerjarenplan vastgesteld op 18 december 2019 in de gemeenteraad waarbij er gelden worden voorzien voor de subsidiëring van culturele
    verenigingen.
  • De gemeenteraadsbeslissing van 19 juni 2019 betreffende het reglement voor de erkenning en de subsidiëring van culturele verenigingen.
  • De goedkeuring van het college met betrekking tot de voorgestelde aanpassingen, uitgebracht op 4 juni 2024.

OVERWEGINGEN:

Feiten en context

  • Het meerjarenplan vastgesteld op 18 december 2019 in de gemeenteraad waarbij er gelden worden voorzien voor de subsidiëring van culturele
    verenigingen.
  • De gemeenteraadsbeslissing van 19 juni 2019 betreffende het reglement voor de erkenning en de subsidiëring van culturele verenigingen.
  • Het positief advies van de Cultuurraad met betrekking tot de voorgestelde eerste lichte aanpassingen, uitgebracht op 14 mei 2024.
  • De goedkeuring van het college met betrekking tot de voorgestelde aanpassingen, uitgebracht op 4 juni 2024.

Motivering

De cultuurraad heeft gewerkt aan een lichte herwerking van het subsidiereglement voor de culturele verenigingen. De laatste versie dateert van 2019.
De herwerking komt er omdat er een aantal onduidelijkheden voor de verenigingen waren die we willen opklaren. Alsook wensen we het engagement van de culturele verenigingen te verhogen tegenover hun lidmaatschap van het cultuurraad.

Het is nog geen grondige herwerking van het subsidiereglement aangezien de cultuurraad dit pas wil doorvoeren in de volgende legislatuur.
Dit nieuwe reglement zal in voege gaan bij de volgende subsidieronde (september 2024). Deze eerstvolgende ronde gaat over werkjaar 2023-2024.
Dit reglement werd goedgekeurd door het bestuur van de cultuurraad op 14 mei 2024 en door het college van burgemeester en schepenen op 21 mei 2024.
Aangezien reglementen een bevoegdheid is van de gemeenteraad dient dit voorgelegd te worden.
De verenigingen worden na de goedkeuring van de gemeenteraad hierover ingelicht.

Deze wijzigingen worden voorgesteld:

Oud reglement  Aanpassing nieuw reglement 
Artikel 1 § 3. Dit reglement geldt vanaf het werkjaar 2019-2020;
binnen dit reglement wordt voorzien dat een werkjaar aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus.

Artikel 1 § 3. Dit reglement geldt vanaf het werkjaar 2023−2024;
binnen dit reglement wordt voorzien dat een werkjaar aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus.

  • Het werkjaar dient aangepast te worden zodat het reglement correct in voege kan gaan.

Artikel 8 § 1. Alle erkende verenigingen ontvangen een basissubsidie. Voor
sociaal-culturele verenigingen, verenigingen voor erfgoed en
beeldende kunsten bedraagt deze € 40.
Verenigingen voor podiumkunsten (harmonies, fanfares, koren, toneel- en theaterverenigingen, e.d. met grote uitrustingskosten zoals uniformen, kostuums, muziekinstrumenten, vaandels, licht- en geluidsapparatuur, decor, auteursrechtelijke verplichtingen voor partituren, tekstboeken, enz.) ontvangen een basisbedrag naargelang
de aard van de vereniging.
Dit is respectievelijk voor hafabra-verenigingen: € 700, voor toneelverenigingen: € 400 en voor koren en kleinere ensembles (woord, muziek en dans): € 200.

Artikel 8 § 1. Alle erkende verenigingen ontvangen een basissubsidie. Voor sociaal−culturele verenigingen, verenigingen voor erfgoed en beeldende kunsten bedraagt deze € 40.
Verenigingen voor podiumkunsten (harmonies, fanfares, koren, toneel− en theaterverenigingen, e.d. met grote uitrustingskosten zoals uniformen, kostuums, muziekinstrumenten, vaandels,
licht− en geluidsapparatuur, decor, auteursrechtelijke verplichtingen voor partituren, tekstboeken, enz.) ontvangen een basisbedrag naargelang de aard van de vereniging.
Dit is respectievelijk voor hafabra−verenigingen: € 700, voor
toneelverenigingen: € 400 en voor koren en kleinere ensembles (woord, muziek en dans): € 200.
Voor cultureel−organisatorische verenigingen bedraagt deze €400 mits zij ten minste twee evenementen per werkjaar
organiseren en dit te bewijzen aan de hand van een bewijsstuk.

  • Dit puntje werd toegevoegd omdat we merken dat er ondertussen onder de culturele verenigingen ook reeds grotere organisaties zijn die niet langer onder de andere disciplines kunnen vallen. Wij willen hen op een correcte manier honoreren.

 

Artikel 9 § 5. Deelname en bijdrage aan de werking van de cultuurraad
De vereniging neemt deel aan de algemene vergadering van de Cultuurraad en krijgt 5 punten. De puntenverdeling gebeurt op hoofd van de vereniging en niet op hoofd van de leden. Er zijn dus maar 5 punten per deelname te verdelen.

  • Dit is een nieuw artikel dat nog niet aanwezig was in het oude reglement. Dit wordt toegevoegd om het engagement te vergroten en meer gewicht te geven aan het lidmaatschap van de cultuurraad.

Artikel 9 § 5. Cultuurscheppende of -spreidende activiteiten

c. De vereniging voert in eigen beheer en met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 20 punten / tweede uitvoering van dezelfde productie: 10 punten / vanaf de derde en tot maximum de 10de voorstelling van dezelfde productie: 5 punten.

d. De vereniging voert in opdracht van een derde, met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 10 punten / vanaf de tweede en per zelfde voorstelling: 5 punten.

e. De vereniging organiseert een publiek optreden met een ingehuurde artiest (muziek− of woordkunst) of een lezing met educatieve waarde: 10 punten. Vanaf de 2deuitvoering en per volgende keer krijgt men 5 punten.

f. De vereniging organiseert een zelf uitgewerkte tentoonstelling voor het brede publiek: 10 punten.

Artikel 9 § 5. Cultuurscheppende of -spreidende activiteiten

c. De vereniging voert in eigen beheer en met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 20 punten / tweede uitvoering van dezelfde productie: 10 punten / vanaf de derde en tot maximum de 10de voorstelling van dezelfde productie: 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

d. De vereniging voert in opdracht van een derde, met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 10 punten / vanaf de tweede en per zelfde voorstelling: 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

e. De vereniging organiseert een publiek optreden met een ingehuurde artiest (muziek− of woordkunst) of een lezing met educatieve waarde: 10 punten. Vanaf de 2deuitvoering en per volgende keer krijgt men 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

f. De vereniging organiseert een zelf uitgewerkte tentoonstelling voor het brede publiek: 10 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

  • Bij deze vorm van activiteiten werd er een maximum toegevoegd. Dit om dit gelijk te trekken met de gemeenschapsvormende activiteiten. Zo kan er bij de verenigingen ook geen verwarring ontstaan op termijn.

 

Publieke stemming
Aanwezig: Jan Laceur, Ann Verschelden, Luk De Mey, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Kurt De Graef, Jan Ketels, Pieter Bieseman, Jan De Graef, Lotte Peeters, Robby Van der Stock, Jan Rosschaert, Fatima Gökce, Yentl Scheirs, Guy Bogaert-De Clercq, Christoff Van Gaeveren, Mathieu Weyn, Agnes Onghena, Leo Van der Vorst, Mario Michils, Ignace Sertijn, Christel Vanhoyweghen, Mustafa Tokgoz, Etienne De Prijcker, Jo Laureys, André Reuse
Voorstanders: Jan Laceur, Ann Verschelden, Luk De Mey, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Kurt De Graef, Jan Ketels, Pieter Bieseman, Jan De Graef, Lotte Peeters, Robby Van der Stock, Jan Rosschaert, Fatima Gökce, Yentl Scheirs, Guy Bogaert-De Clercq, Christoff Van Gaeveren, Mathieu Weyn, Agnes Onghena, Leo Van der Vorst, Mario Michils, Ignace Sertijn, Christel Vanhoyweghen, Mustafa Tokgoz, Etienne De Prijcker, Jo Laureys
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.

BESLUIT:

Artikel.1.

De gemeenteraad neemt kennis van de voorgestelde aanpassingen en keurt deze goed.

Art.2. 

Dit reglement treedt in werking op 8 juli 2024.

Art.3.

De gemeenteraad neemt kennis van de gecoördineerde versie van het reglement zoals hieronder beschreven.

REGLEMENT VOOR DE ERKENNING EN DE SUBSIDIËRING VAN CULTURELE VERENIGINGEN

Artikel 1 - Algemene bepalingen

§ 1. Het gemeentebestuur van Hamme kan jaarlijks subsidies verlenen aan de erkende culturele verenigingen van Hamme, binnen de perken van de kredieten voorzien op de begroting. Dat gebeurt na advies van de gemeentelijke adviesraad voor cultuurbeleid van Hamme, hierna cultuurraad genoemd. Indien het gemeentebestuur dat advies niet volgt, dient het dit te motiveren.

§ 2. De erkenning en de subsidiëring gebeuren volgens de voorwaarden die in dit reglement zijn vastgelegd.

§ 3. Dit reglement geldt vanaf het werkjaar 2023−2024; binnen dit reglement wordt voorzien dat een werkjaar aanvangt op 1 september en eindigt op 31 augustus.

§ 4. Het gemeentebestuur belast de cultuurdienst met het toezicht op de correcte toepassing van dit reglement en met de voorbereiding van de nodige beleidsbeslissingen hieromtrent.

Artikel 2 - Toepassingsgebied

§ 1. Dit reglement is enkel van toepassing op de plaatselijke culturele verenigingen. Hiermee worden de verenigingen bedoeld die in Hamme actief zijn in: amateurkunstbeoefening met volwassenen, volksontwikkelingswerk met volwassenen, culturele vrijetijdsbesteding. Ook de cultuurraad zelf kan projecten ontwikkelen die voor subsidie vatbaar zijn (zie artikel 10 van dit reglement).

§ 2. Verenigingen die voor hun activiteiten al gemeentelijke subsidies ontvangen via een andere regeling (bijvoorbeeld via sport−, jeugd−, welzijnsraad e.a.) of via de cultuurraad van een andere gemeente, kunnen voor deze activiteiten geen subsidies meer ontvangen via dit reglement.

Hoofdstuk 1 – Erkenning als culturele vereniging

Artikel 3 – Aanvraag en vaststelling van de erkenning

§ 1. Een vereniging die wenst erkend te worden als culturele vereniging, dient daartoe een aanvraag in bij het college van burgemeester en schepenen, al dan niet via de cultuurdienst.

§ 2. Bij deze aanvraag moeten de volgende documenten afgeleverd worden:

  • de statuten of reglementen en / of (als die er niet zijn), de doelstellingen en een omschrijving van de werking van de vereniging (ook af te leveren bij wijziging hiervan);
  • de lijst van de bestuursleden (minimum 3) met naam, adres en overige contactgegevens met het oog op een vlotte communicatie.

§ 3. Het college van burgemeester en schepenen stelt vast of een vereniging voldoet aan de voorwaarden om erkend te worden en op basis daarvan in aanmerking komt voor subsidiëring. Dit gebeurt na advies van de cultuurraad. Het college legt deze erkenning vast bij gewone collegebeslissing.

§ 4. Deze erkenning houdt in dat men lid is van de algemene vergadering van de cultuurraad.

§ 5. Bij wijze van overgangsregeling worden alle verenigingen die lid waren van de cultuurraad op het ogenblik van de goedkeuring van onderhavig reglement automatisch verder erkend.

Artikel 4 – Voorwaarden

§ 1. Om erkend te worden en te blijven moet een vereniging:

  • haar zetel hebben in Hamme;
  • op het ogenblik van de aanvraag tot erkenning culturele activiteiten organiseren die openstaan voor de Hamse bevolking en deze gedurende de erkenning verder uitvoeren;
  • opgericht zijn door een privé−initiatief en geleid worden door privé personen, zonder nastreving van beroepsdoeleinden of winstbejag.

§ 2. Politieke partijen, vakbonden, mutualiteiten en beroepsverenigingen die culturele activiteiten organiseren, komen niet in aanmerking voor dit reglement.

§ 3. Een vereniging die erkend wenst te blijven, maar geen subsidieaanvraag indient, geeft dit te kennen door jaarlijks vóór 15 september een aanvraag tot hernieuwing op het daartoe voorziene formulier aan de cultuurdienst te bezorgen.

§ 4. Er komt een einde aan de erkenning wanneer de vereniging niet meer voldoet aan de bovenvermelde voorwaarden.

Artikel 5 - Voordelen van de erkenning

De erkenning als culturele vereniging geeft recht op:

  • al dan niet tegen voorkeurtarief gebruik van gemeentelijke infrastructuur of logistiek (podiumelementen, tentoonstellingspanelen, audiovisuele middelen, ...) volgens het retributiereglement;
  • gratis publicatie van de publieke activiteiten in de evenementenkalender;
  • een jaarlijkse subsidie op grond van onderhavig reglement.

Hoofdstuk 2 – Subsidiëring

Artikel 6 - Voorwaarden

§ 1. Enkel wie erkend is als culturele vereniging kan gesubsidieerd worden.

§ 2. Men vraagt deze subsidiëring aan via een door de cultuurdienst ter beschikking gesteld formulier, tegen uiterlijk 15 september na afloop van het te subsidiëren werkjaar. Dit formulier omvat een beknopt verslag van het werkjaar (vervat in het formulier) en de nodige bewijsstukken.

Artikel 7 - Soorten subsidies

§ 1. Er zijn drie soorten subsidies: basissubsidies, werkingssubsidies en projectsubsidies.

§ 2. Voor de projecten wordt maximaal 25% van het budget gereserveerd; de rest wordt verdeeld over de forfaitaire subsidies en de werkingssubsidies.

§ 3. Wanneer projecten passen binnen de acties die voorzien zijn in het gemeentelijk meerjarenplan en deze in overleg en op voorstel van de cultuurdienst plaats vinden, kan voor de ondersteuning ervan een tussenkomst voorzien worden vanuit werkingsmiddelen ‘cultuur’.

Artikel 8 - Basissubsidie

§ 1. Alle erkende verenigingen ontvangen een basissubsidie. Voor sociaal−culturele verenigingen, verenigingen voor erfgoed en beeldende kunsten bedraagt deze € 40. Verenigingen voor podiumkunsten (harmonies, fanfares, koren, toneel− en theaterverenigingen, e.d. met grote uitrustingskosten zoals uniformen, kostuums, muziekinstrumenten, vaandels, licht− en geluidsapparatuur, decor, auteursrechtelijke verplichtingen voor partituren, tekstboeken, enz. ontvangen een basisbedrag naargelang de aard van de vereniging. Dit is respectievelijk voor hafabra−verenigingen: € 700, voor toneelverenigingen: € 400 en voor koren en kleinere ensembles (woord, muziek en dans): € 200. Voor cultureel−organisatorische verenigingen bedraagt deze €400 mits zij ten minste twee evenementen per werkjaar organiseren en dit bewijzen aan de hand van een bewijsstuk.

§ 2. Voor de volgende opdrachten, toegewezen door de vermelde instantie, wordt volgende tussenkomst voorzien:

  • Voor een koor of een klein ensemble: € 150 voor deelname aan een gratis toegankelijke, publieke activiteit, in opdracht van de cultuurdienst (max. 1 per vereniging).
  • Voor een hafabra−vereniging: € 100, voor de muzikale begeleiding bij de dodenherdenking op 1 november, in opdracht van de dienst voor toerisme
  • Voor een hafabra−vereniging: € 200 voor de muzikale begeleiding bij Wapenstilstandsdag (11 november), in opdracht van de dienst voor toerisme.
  • Voor een hafabra−vereniging: € 200 voor het begeleiden van Prins Carnaval (Wuitensfees−ten), in opdracht van het Wuitenscomité.
  • Voor een hafabra−vereniging: € 200 voor het verzorgen van een gratis toegankelijk zomerconcert (max. 1 per deelnemende vereniging), in opdracht van de Cultuurdienst.

Artikel 9 - Werkingssubsidies

§ 1. Elke erkende culturele vereniging kan een werkingssubsidie ontvangen. Deze wordt toegekend op basis van de activiteiten die zij ontwikkelde in het voorbije werkjaar.

§ 2. Het bedrag voor de werkingssubsidie is datgene wat rest wanneer van het totale subsidiebudget − “Cultuursubsidies verenigingen” − de projectsubsidies en de basissubsidies worden afgetrokken. Dit wordt verdeeld op basis van een puntenstelsel, uitgewerkt in paragraaf 5 van dit artikel van dit reglement. Volgens dit stelsel krijgt een activiteit een aantal punten naargelang de aard van die activiteit. De waarde van een punt wordt bepaald door het totale bedrag van de werkingssubsidies te delen door het totale aantal behaalde punten van alle verenigingen samen. De uitkomst van deze deling is de waarde van één punt. Iedere erkende culturele vereniging krijgt een subsidie toegekend ter waarde van het aantal punten dat zij heeft behaald. Een activiteit kan daarbij maar één keer gesubsidieerd worden.

§ 3. De toekenning van punten op basis van de activiteiten van een vereniging is erop gericht de meerwaarde van die activiteiten voor de Hamse gemeenschap te honoreren. Daarom wordt niet voor elke soort van activiteit eenzelfde puntenaantal toegekend.
 
§ 4. De aanvraag voor werkingssubsidies moet gebeuren vóór 15 september volgend op het werkjaar. Hiertoe vult men een daartoe voorzien evaluatieformulier in, waarop men zelf het puntentotaal uitrekent. Bij het evaluatieformulier voegt men:
  • een activiteitenverslag;
  • minstens 1 bewijsstuk (o.a. uitnodiging, affiche, folder, krantenknipsel, tijdschrift, lijst van abonnees, aankondiging, betalingsbewijs, ...) voor de vermelde activiteiten; bij gebrek aan bewijs zal de bedoelde activiteit geen punten opleveren.
§ 5. De punten worden volgens onderstaand stelsel toegekend:

Deelname en bijdrage aan de werking van de cultuurraad

De vereniging neemt deel aan de algemene vergadering van de Cultuurraad en krijgt 5 punten. De puntenverdeling gebeurt op hoofd van de vereniging en niet op hoofd van de leden. Er zijn dus maar 5 punten per deelname te verdelen.

Omkaderingsactiviteiten

  1. De vereniging neemt deel aan een erkend, bovenlokaal tornooi of wedstrijd en krijgt 10 punten maximum per tornooi en dit voor maximum 5 deelnames per jaar.
  2. Uitgave van een gedrukte publicatie naar derden, met educatieve waarde, van 0 tot 32 bladzijden: 10 punten − van 33 tot 64 bladzijden: 15 punten − met meer dan 64 bladzijden: 25 punten. Maximaal 200 punten op jaarbasis.

Cultuurscheppende of -spreidende activiteiten

c. De vereniging voert in eigen beheer en met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 20 punten / tweede uitvoering van dezelfde productie: 10 punten / vanaf de derde en tot maximum de 10de voorstelling van dezelfde productie: 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

d. De vereniging voert in opdracht van een derde, met eigen leden een publiek optreden op (muziek, woord en/of dans): 10 punten / vanaf de tweede en per zelfde voorstelling: 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis

e. De vereniging organiseert een publiek optreden met een ingehuurde artiest (muziek− of woordkunst) of een lezing met educatieve waarde: 10 punten. Vanaf de 2deuitvoering en per volgende keer krijgt men 5 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

f. De vereniging organiseert een zelf uitgewerkte tentoonstelling voor het brede publiek: 10 punten. Maximaal 40 punten op jaarbasis.

Cultuurbewarende activiteiten

De vereniging organiseert een activiteit waarbij de lokale geschiedenis voor het publiek ontsloten wordt: maximum 5 activiteiten subsidieerbaar, per activiteit: 10 punten.

Voor sociaal-culturele verenigingen (gemeenschapsvorming)

De vereniging organiseert een gemeenschapsvormende activiteit onder de vorm van vorming (les, voordracht, studiekring, studiedag, ...) of een recreatieve activiteit (méér dan 10 leden bezoeken een tentoonstelling, nemen deel aan een educatieve uitstap met gids, toneel− of dansvoorstelling, concert, literair evenement, voordracht, debat, natuurexploratie, wedstrijd, quiz, zoektocht, enz.) of is meer dan 5 X per jaar louter organisator van podiumactiviteiten (Let op: bewijsvoering hierover is noodzakelijk!)

Maximum te bewijzen activiteiten per jaar: 10 en per activiteit zijn 4 punten te verdienen. Het maximum is dus 40 punten.

Voor kunstenverenigingen (beeldende, podium, ...) opleidingen

Leden van de vereniging nemen deel aan cursussen van het deeltijds kunstonderwijs; per leerling en per academiejaar zijn er 2 punten te verdienen. Voor de bewijsvoering is een door de instelling ondertekende kopie van het inschrijvingsformulier noodzakelijk.

Artikel 10- Projectsubsidies

§ 1. Onder ‘project’ wordt hier verstaan: een activiteit die de gewone werking van een vereniging overstijgt of een grotere inspanning inhoudt. Ook voor een jubileumviering kan men deze tegemoetkoming aanvragen. Het gaat hierbij altijd om cultuurschepping, − bewaring, − spreiding, − participatie, − educatie of − overdracht. Louter het enkel bevorderen van cultuurbeleving of gemeenschapsvorming (zeg maar ‘ontmoeting’) is daarbij onvoldoende. Samenwerking tussen verenigingen is belangrijk, maar is op zich onvoldoende om een projectsubsidie te verkrijgen. Ook samenwerking met verenigingen buiten de gemeente kan. Projecten kunnen ook ontwikkeld worden door de Cultuurraad zelf.

§ 2. Voorwaarden voor een projecterkenning:

Het project vindt plaats in Hamme of draagt bij tot de bijzondere uitstraling van de gemeente. Aan elk project wordt een passende subsidie gekoppeld op basis van de aanvraag. De maximale ondersteuning bedraagt € 1.500,00 per project.

De projectsubsidies worden toegekend tot uitputting van het voorziene bedrag.

Een projectsubsidie wordt in principe ‘bovenop’ de normale werkingssubsidie toegekend.

§ 3. Een project kan ook door een groep cultureel actieve mensen die een éénmalig, interessant initiatief op het getouw zet, voorgesteld worden, indien:

  • dit project niet door een vereniging kan worden ingediend;
  • men uitdrukkelijk niet de bedoeling heeft om daarna een vereniging op te richten;
  • dit project slechts eenmalig wordt ingediend (geen meerdere jaren mogelijk − wie in aanmerking wil komen voor verdere betoelaging dient een vereniging te vormen).

§ 4. De aanvraag voor een projectsubsidie moet duidelijk en concreet de doelstellingen, de planning en de budgetraming (uitgaven én inkomsten) van het project vermelden. De aanvraag moet uiterlijk vóór 15 september voorafgaand aan het begrotingsjaar ingediend worden. Aanvragen die later ingediend worden, kunnen enkel gehonoreerd worden indien het budget dit nog toelaat.

§ 5. Na 15 september zal het college van burgemeester en schepenen, op voorstel van de Cultuurraad, een bepaald subsidiebedrag toewijzen aan elk goedgekeurd project. Op publicaties dient de vereniging te vermelden dat de activiteit georganiseerd wordt met de steun van de gemeente Hamme en de Cultuurraad. Dit kan door een vermelding en/of door het afbeelden van het logo voorafgegaan door “in samenwerking met”. Zo niet vervalt in principe de subsidie. Een project dat afgewezen wordt, krijgt hierover een verantwoording.

§ 6. Binnen de twee maand na afloop van de activiteit moet de vereniging een kort verslag en een afrekening over de resultaten indienen, samen met de nodige bewijsstukken (facturen, affiche, uitnodiging, persknipsel, e.d.) en dit bij de Cultuurdienst. Men kan hiervan een ontvangstbewijs vragen.

Hoofdstuk 3 – Administratieve afwikkeling

Artikel 11 - Opvolging

§ 1. De cultuurdienst legt de resultaten voor aan de cultuurraad die hierover advies uitbrengt aan het college van burgemeester en schepenen.

§ 2. Vóór 31 december beslist het college van burgemeester en schepenen over de subsidiëring aan de erkende verenigingen en laat de subsidies zo vlug mogelijk uitbetalen. Deze heeft plaats overeenkomstig de geldende wettelijke bepalingen voor de gemeentelijke boekhouding.

§ 3. Projectsubsidies worden uitbetaald na realisatie van het project en dit binnen de twee maand na het indienen van de bewijsstukken.

Artikel 12 – Controle en betwisting

§ 1. Bij betwisting over de erkenning of over de toekenning van subsidies kan men beroep aantekenen. De vereniging die zich tekortgedaan voelt, richt daartoe een gemotiveerd bezwaarschrift aan het college van burgemeester en schepenen, dat hierover advies vraagt aan de cultuurraad.

§ 2. Het college van burgemeester en schepenen kan controle laten uitvoeren op de besteding van de subsidies en kan daartoe alle wettelijke middelen aanwenden.

§ 3. Als blijkt dat een vereniging onjuiste gegevens heeft verstrekt en daardoor onterecht een erkenning of subsidies heeft gekregen, kan het college van burgemeester en schepenen de voorziene subsidies terugvorderen. In elk geval verliest de vereniging voor de volgende vijf jaar haar erkenning en wordt zij geschrapt voor subsidiëring in die periode