De voorzitter opent de zitting op 18/05/2026 om 20:00.
Van de zitting wordt een audio(visuele) opname gemaakt overeenkomstig artikel 278 §1, 2° en 4° lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Bij de aanvang van de zitting neemt de raad één minuut stilte in acht ter nagedachtenis van:
De gemeenteraad bespreekt de notulen van de zitting van 27 april 2026.
BESLUIT:
Enig artikel.
Keurt de notulen van 27 april 2026 goed.
De agenda van de algemene vergadering van IGS Westlede die plaatsvindt op 16 juni 2026 om 19.00 uur wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van IGS Westlede van 16 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van IGS Westlede:
De agenda van de algemene vergadering van Verko die plaatsvindt op 9 juni 2026 om 18u wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van Verko van 9 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Verko:
De agenda van de algemene vergadering van DDS die plaatsvindt op 9 juni 2026 om 19u wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van DDS van 9 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van DDS:
De agenda van de algemene vergadering van Farys ov die plaatsvindt op vrijdag 19 juni 2026 om 14u30 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van Farys ov van vrijdag 19 juni 2026:
1. Wijzigingen in deelnemers en/of kapitaal
2. Wijzigingen van bijlage 1 en 2 aan de statuten ingevolge wijzigingen
3. Verslag van de Raad van Bestuur over het boekjaar 2025
4. Verslagen van de commissaris
5. a. Goedkeuring van de maatschappelijke jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
b. Goedkeuring van de geconsolideerde jaarrekening over het boekjaar 2025 afgesloten per 31 december 2025
6. Kwijting aan de bestuurders en de commissaris
7. Actualisering presentievergoeding
8. Statutaire benoeming
Varia
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Farys ov:
De agenda van de algemene vergadering van Creat die plaatsvindt op 16 juni 2026 om 14u30 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van Creat van 16 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Creat:
De agenda van de algemene vergadering van EthiasCo die plaatsvindt op 11 juni 2026 om 10u00 wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van EthiasCo van 11 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van EthiasCo:
De agenda van de algemene vergadering van Poolstok CV die plaatsvindt op 29 mei 2026 om 11 u. wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van Poolstok CV van vrijdag 29 mei 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Poolstok CV:
De agenda van de algemene vergadering van De Lijn die plaatsvindt op 26 mei 2026 om 14u00 uur wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van De Lijn van 26 mei 2026:
1. Verwelkoming en inleiding
2. Mededeling van het verslag van de raad van bestuur en van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
a. beleidsverslag
b. commentaar bij de jaarrekening
c. mededeling van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
d. kennisgeving van de geconsolideerde jaarrekening
3. Goedkeuring van het verslag van de raad van bestuur
4. Goedkeuring van het verslag van het college van commissarissen-revisoren
5. Goedkeuring jaarrekening
6. Kwijting van de uitoefening van het mandaat aan de raad van bestuur
7. Kwijting van de uitoefening van het mandaat van het college van commissarissen-revisoren
8. Varia - rondvraag
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van De Lijn:
De agenda van de algemene vergadering van OVSG die plaatsvindt op 10 juni 2026 om 12.30 uur wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van OVSG van 10 juni 2026:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende vertegenwoordiger tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van OVSG:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het huishoudelijk reglement van GECORO goed te keuren. Dit werd in de zitting van 22 april 2026 opgemaakt en goedgekeurd.
Tijdens deze zitting werd ook akkoord gegaan om een ondervoorzitter voor de GECORO voor te dragen.
De gemeenteraad dient het huishoudelijk reglement goed te keuren en de ondervoorzitter aan te stellen.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het huishoudelijk reglement goed voor de GECORO tijdens deze legislatuur.
Art. 2.
De gemeenteraad stelt de heer Jan Saeys aan als ondervoorzitter van de GECORO.
Er werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor een sloop- en sociaal vervangingsbouwproject in Prieel, Zilverberkstraat, Populierenstraat en Acaciastraat.
De aanvraag handelt over het slopen van bestaande bebouwing en bouwen van nieuwbouw. Met de aanleg van het publiek domein en toekomstig publiek domein en hertekening (deels behoud, deels afschaffen en deels nieuwe) van de rooilijnen.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd 14/03/2026 tot en met 12/04/2026. Er werden 4 bezwaarschriften ingediend. De bezwaren hebben geen betrekking op de zaak der wegen.
De gemeenteraad is conform artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bevoegd voor de zaak van de wegen in vergunningsaanvragen en dit in functie van de realisatie van de rooilijn.
Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad.
De gemeenteraad dient de zaak der wegen in dit dossier goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Prieel architectuur - Projectzone 1:
Het slopen van 18 woningen.Nieuwbouw van een appartementsgebouw “Prieel 1” met 15 appartementen, bijhorende terreinaanleg, collectieve tuin- en fietsenberging en ondergrondse parkeerkelder met 24 parkeerplaatsen.
Nieuwbouw van het appartementsgebouw “Prieel 2” met 7 appartementen, bijhorende terreinaanleg en collectieve tuin- en fietsenberging.
Zilverberk architectuur - Projectzone 2:
Het slopen van 28 woningen en 31 garages.
Nieuwbouw van 14 ééngezinswoningen met bijhorende terreinaanleg en tuin- en fietsenbergingen.
Nieuwbouw van een appartementsgebouw “Zilverberk 1” met 15 appartementen, bijhorende terreinaanleg, collectieve tuin- en fietsenberging en ondergrondse parkeerkelder met 23 parkeerplaatsen.
Nieuwbouw van het appartementsgebouw “Zilverberk 2” met 2 appartementen en bijhorende terreinaanleg ; voorzien van bovengrondse “parking 1” met 3 parkeerplaatsen ; voorzien van bovengrondse “parking 2” met 7 parkeerplaatsen ; voorzien van bovengrondse “parking 3” met 13 parkeerplaatsen.
Zone Populierenstraat
Situering
Het project bevindt zich in Hamme t.h.v. Prieel en sluit aan op de Populierenstraat welke reeds recent vernieuwd werd, wat riolering, bovenbouw en groen betreft.
Het terrein omvat huidig een 18-tal te slopen woningen en worden vervangen door 2 meergezinswoningen van 7 en 15 wooneenheden (dossier architect).
Op het terrein bevindt zich een uit te breken rijweg in asfalt met bijhorende voetpaden en parkeerzone in betonstraatstenen. Onder deze verharding dient de bestaande riolering ook afgekoppeld en verwijderd te worden.
De overige ruimte is in de huidige toestand tuinzone en openbaar passief groen welke dient verwijderd te worden voor de realisatie van de nieuwe infrastructuur en woningen.
Integratie van geplande werken of handelingen in omgeving.
Verkeer en toegangen:
Het voorliggende ontwerp betreft de aanleg van nieuwe verhardingen, groen en riolering om de nieuw te bouwen meergezinswoningen te bedienen en aan te sluiten.
De westelijke insteekweg wordt voorzien voor de bediening van 2 nieuw aan te leggen private parkeerplaatsen als ook ter ontsluiting voor de brandweer zodoende een vlotte doorrit gegarandeerd is. Doorgaand autoverkeer is hier niet toegestaan.
De oostelijke insteekweg wordt in eerste instantie voorzien om wagens richting de nieuwe ondergrondse parkeergarage te brengen welke gerealiseerd wordt onder de noordoostelijke meergezinswoning.
Deze insteekweg leidt ook naar 4 openbare parkeerplaatsen welke aansluiten op de pleinverharding voor de inrit naar de ondergrondse garage. Verder dient deze insteekweg als ontsluiting voor de brandweer zodoende een vlotte doorrit gegarandeerd is. Ook kunnen deze insteekwegen gebruikt worden door voetgangers en fietsers om de woningen en achterliggende paden te bereiken.
De nieuwe woningen zijn te bereiken vanop een ‘pleintje’ tussen de 2 woonblokken als ook vanop de nieuwe paden welke richting het noordoosten en zuidwesten weglopen. Vanop deze paden worden speelse toegangspaden richting de voordeuren, passerelles en achtertuinen voorzien.
Ook de bestaande zuidelijke woningen krijgen een ontsluiting vanop het hoofdpad in een open stapstenen pad richting de achtertuinen van deze.
Verder wordt de aanwezige open ruimte ingevuld met afwisselende groenstructuren.
Water en riolering:
De rioleringswerken omvatten het aanleggen van een nieuwe gescheiden hoofdriool in de westelijke insteekweg.
In de oostelijke insteekweg wordt enkel een RWA-hoofdriool voorzien.
Alle nieuwe woningen worden aangesloten op private ondiepe wadi’s en storten in nood over naar de openbare RWA-riolering, de pleinverharding voor de inrit van de ondergrondse parkeergarage wordt aangesloten op een nieuwe ondiepe wadi binnen het openbaar domein.
Bij deze wadi’s wordt volop ingezet op infiltratie. Uit gedane infiltratieproeven blijkt dat de bodem goed infiltreert. Bij eerder gedane peilbuismetingen werd geen tot gemiddeld 1,67m onder het maaiveld grondwater gemeten en kunnen we er dus van uitgaan dat het grondwater diep genoeg zit zodoende dit niet in de ondiepe wadi’s zal staan.
De nieuwe gescheiden riolering sluit op zijn beurt aan op de recent aangelegde gescheiden riolering in de Populierenstraat.
Materialen:
De nieuwe insteekwegen worden voorzien als een uitgewassen betonnen karrenspoor met hiertussen grasbetontegels welke worden ingezaaid. Het pleintje voor de ondergrondse inrit wordt voorzien in een volle uitgewassen betonverharding.
De standaard parkeerplaatsen worden voorzien in grasbetontegels welke ingezaaid worden.
De andersvalideparkeerplaats en de wandel- en fietspaden worden voorzien in waterpasserende betonstraatstenen. Dit omdat de bodem goed infiltreert en hier optimaal gebruik van gemaakt dient te worden.
Langs het horizontale wandel- en fietspad in waterpasserende betonstraatstenen, welke de 2 insteekwegen met elkaar verbindt, wordt een voldoende brede strook in grindgazon voorzien zodoende brandweer plaats heeft om tijdens interventies gemakkelijk te kunnen indraaien en doorrijden.
De toegangen tot aan de voordeuren en achtertuinen worden voorzien in betonnen stapstenen. Deze richting de voordeuren worden tegen elkaar aangelegd zodoende er een eenvoudig begaanbaar pad ontstaat. De paden richting de achtertuinen worden iets van elkaar af gelegd om het project een groener karakter te geven en aan te duiden dat deze paden ondergeschikt zijn en enkel bedoeld voor de bewoners.
Grondverzet/niveauverschillen:
Er zijn binnen dit project geen noemenswaardige hoogteverschillen. Om logische hellingen en inrichtingen te verkrijgen zullen hier en daar enkele cm worden opgehoogd of afgegraven, maar er worden geen hoogteverschillen gecreëerd waarvoor het gebruik van keerwanden noodzakelijk zou zijn.
Groen:
Binnen dit project wordt groen voorzien in de vorm van vaste planten, siergrassen en heesters.
Ook intensieve en extensieve gazonzones krijgen hun plaats binnen het nieuwe ontwerp.
Verder worden er enkele nieuwe bomen voorzien om de groenzone op te laden.
Zone Acaciastraat
Situering
Het project bevindt zich in Hamme t.h.v. de Zilverberkstraat, Acaciastraat en Veldstraat.
Het terrein omvat huidig een 28-tal te slopen woningen en een 31-tal te slopen garageboxen welke vervangen worden 14 nieuwe eengezinswoningen, 1 meergezinswoning van 17 wooneenheden en 23 nieuwe private geclusterde parkeerplaatsen (dossier architect).
Op het terrein bevinden zich uit te breken insteekwegen in asfalt, opritten en zones in steenslag als ook terrassen in betonstraatstenen en tegels.
De overige ruimte is in de huidige toestand tuinzone en privaat en openbaar passief groen welke dient verwijderd te worden voor de realisatie van de nieuwe infrastructuur en woningen.
Integratie van geplande werken of handelingen in omgeving.
Verkeer en toegangen:
Het voorliggende ontwerp betreft de aanleg van nieuwe verhardingen, groen en riolering om de nieuw te bouwen één- en meergezinswoningen als ook de achterliggende parkeerplaatsen/garageboxen en paden te bedienen en aan te sluiten.
Er worden 3 doodlopende insteekwegen gerealiseerd welke leiden naar achterliggende parkeerplaatsen en garageboxen als ook enkele achtertuinen bedienen en toegang geven tot voet- en fietspaden.
Verder worden doorheen het gehele project en om logische verbindingen te maken paden voorzien voor zacht verkeer. Wagens zijn hierop niet toegestaan. Enkel wordt centraal in het gebeid een brede strook grindgazon voorzien langsheen een van de wandelpaden om de toegang en bereikbaarheid tot de bestaande elektriciteitscabine te blijven garanderen.
De nieuwe woningen zijn te bereiken vanop de bestaande wegenis van de Zilverberkstraat, Acaciastraat en Veldstraat. In de gevallen waar de woningen met de voorgevel niet aansluiten op het bestaande voetpad wordt een speels pad voorzien richting de voordeuren.
Verder wordt de aanwezige open ruimte ingevuld met afwisselende groenstructuren en opgeladen met enkele natuurlijke speelelementen, zitbanken en een penaqueveldje.
Water en riolering:
De rioleringswerken omvatten het aanleggen van een nieuwe gescheiden hoofdriool in de noordwestelijke insteekweg vanop de Acaciastraat. Deze dient voor de aansluiting van de afgekoppelde woning uit de Dennenstraat 10 als ook de aansluiting van een nieuwe straatkolk.
Alle nieuwe woningen worden aangesloten op de bestaande riolering in de hoofdwegenis. Deze wordt later vernieuwd onder toezicht van een ander studiebureau.
Er worden nog 2 nieuwe ondiepe wadi’s voorzien. Op de westelijke wordt een straatkolk en een huisaansluitputje aangesloten. Op de oostelijke wadi wordt niets rechtstreeks aangesloten, deze is gelegen in de nieuwe groenzone en kan aanzien worden als deel van de speel en leefzone.
Bij deze wadi’s wordt volop ingezet op infiltratie. Uit gedane infiltratieproeven blijkt dat de bodem goed infiltreert. Bij eerder gedane peilbuismetingen werd geen tot gemiddeld 1,67m onder het maaiveld grondwater gemeten en kunnen we er dus van uitgaan dat het grondwater diep genoeg zit zodoende dit niet in de ondiepe wadi’s zal staan.
Materialen:
De nieuwe insteekwegen worden voorzien als een uitgewassen betonnen karrenspoor met hiertussen grasbetontegels welke worden ingezaaid. De zones voor en tussen de parkeerplaatsen/harageboxen wordt voorzien in een volle uitgewassen betonverharding.
De wandel- en fietspaden worden voorzien in waterpasserende betonstraatstenen. Dit omdat de bodem goed infiltreert en hier optimaal gebruik van gemaakt dient te worden.
Langs het verticale wandel- en fietspad in waterpasserende betonstraatstenen wordt een voldoende brede strook in grindgazon voorzien zodoende de nutsmaatschappijen voldoende plaats hebben om tijdens interventies gemakkelijk de bestaande elektriciteitscabine te bereiken.
De toegangen tot aan de voordeuren en achtertuinen worden voorzien in betonnen stapstenen. Deze richting de voordeuren worden tegen elkaar aangelegd zodoende er een eenvoudig begaanbaar pad ontstaat. De paden richting de achtertuinen worden iets van elkaar af gelegd om het project een groener karakter te geven en aan te duiden dat deze paden ondergeschikt zijn en enkel bedoeld voor de bewoners.
Grondverzet/niveauverschillen:
Er zijn binnen dit project geen noemenswaardige hoogteverschillen. Om logische hellingen en inrichtingen te verkrijgen zullen hier en daar enkele cm worden opgehoogd of afgegraven, maar er worden geen hoogteverschillen gecreëerd waarvoor het gebruik van keerwanden noodzakelijk zou zijn.
Groen:
Binnen dit project wordt groen voorzien in de vorm van vaste planten, siergrassen en heesters.
Ook intensieve en extensieve gazonzones krijgen hun plaats binnen het nieuwe ontwerp.
Verder worden er enkele nieuwe bomen voorzien om de groenzone op te laden.
Bemaling:
Er is een bemaling nodig in het kader van zowel de bouw (twee ondergrondse parkeerkelders en regenwaterputten), als in het kader van rioleringswerken. Het gehanteerde bemalingsconcept voor de verschillende bemalingen is als volgt:
Kelder Prieel: het bemalingsconcept betreft een filterbemaling met filters aangezet op ca. -2,8 mTAW (8,0 m-ref). Rondom de liftput wordt een lokaal filterkader voorzien.
Kelder Zilverberk: het bemalingsconcept betreft een filterbemaling met filters aangezet op ca. -3,8 mTAW (8,0 m-ref). Rondom de liftput wordt een lokaal filterkader voorzien.
Riolering: het bemalingsconcept betreft een filterbemaling met filters aangezet op ca. -2,9 mTAW (8,0 m-ref) ter hoogte van Prieel, en -3,7 mTAW (8,0 m-ref) ter hoogte van Zilverberk.
Regenwaterputten: het bemalingsconcept betreft een filterbemaling met filters aangezet op ca. -3,7 mTAW (9,0 m-ref). Het maximale uurdebiet bedraagt 59,4 m³/u, het maximale dagdebiet bedraagt 1.425 m³/dag en het totaal volume te onttrekken water bedraagt 352.020 m³.
Op basis van de waterstaalname op het projectgebied en de screening van de bodemdossiers binnen de invloedstraat worden (eventueel na zuivering) geen concentraties aan gevaarlijke stoffen verwacht boven de toetsingswaarde. Bijgevolg is de lozing niet ingedeeld.
Er wordt voorzien om het water te herinfiltreren op verschillende zones op het terrein, nuttig aan te wenden, te lozen op de baangracht langs de Rijksweg (hiervoor werd contact opgenomen met AWV), en te lozen op de riolering.
De gemeenteraad dient te beslissen over de zaak van de wegen, conform artikel 4.2.25 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en dient bijgevolg de realisatie van de rooilijn en wegeniswerken goed te keuren.
BESLUIT:
Artikel 1.
Het voorgestelde ontwerp van de omgevingsvergunningsaanvraag, ingediend op 09/12/2025 (gemeentelijk dossiernummer 2025/00379/OMV) door De Thuisbouwer voor voor een sloop- en sociaal vervangingsbouwproject op 2 projectzones op de percelen, kadastraal gekend als 1ste afdeling, sectie A, nrs. 1725/F8, 1725/Y7, 1725/H6, 1725/S7, 1725/Z4, 1725/M8, 1725/Y4, 1725/M8, 1725/X4, 1725/K5, 1725/S8, 1725/L8, 1725/C4, 1725/B4, 1725/A4, 1725/N7, 1725/Y3, 1725/X3, 1725/K8, 1725/W3, 1725/V3, 1723/A3, 1723/K3, 1723/F3, 1723/L3, 1724/H, 1724/F, 1724/G, 1723/E3, 1723/P, 1723/D3, 1723/G, 1723/N, 1723/M, 1723/L, 1723/K, 1723/C3, 1723/H, 1723/X2, 1723/G3, 1725/M6, 1725/N6, 1725/P6, 1725/R6, 1728/S, 1728/R, 1728/P, 1728/N, 1728/M, 1728/K, 1728/H, 1728/G, 1728/F, 1725/B7, 1725/A7, 1725/Z6, 1725/Y6, 1725/X6, 1725/Z8, goed te keuren.
Art. 2.
Het ontwerp voor de aanleg van wegenis en de bijhorende documenten, bestek, wegenis- en rioleringsontwerp, dwarsprofielen, …), goed te keuren.
Art. 3.
Bovenliggend besluit van de gemeenteraad is nietig wanneer de omgevingsvergunningsaanvraag, ingediend op 09/12/2025 (gemeentelijk dossiernummer 2025/00379/OMV) bij de vergunningverlenende overheid, niet wordt verleend, of wanneer deze in administratief of jurisdictioneel beroep wordt vernietigd.
Art. 4.
Bovenliggend besluit van de gemeenteraad is nietig wanneer de omgevingsvergunningsaanvraag, ingediend op 09/12/2025 (gemeentelijk dossiernummer 2025/00379/OMV) bij de vergunningverlenende overheid, niet binnen in de vergunning voorziene of wettelijke termijn wordt gerealiseerd.
Er werd een omgevingsvergunningsaanvraag ingediend voor het verkavelen van grond naar 26 loten en aanleg van een nieuwe verkeersweg aan Spurt op het perceel, kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nrs. 246B – 246A – 247C – 260C.
Er werd een openbaar onderzoek georganiseerd van 19/01/2026 tot en met 17/02/2026. Er werden 11 digitale bezwaarschriften, 1 schriftelijk bezwaarschrift en 1 gebundeld bezwaarschrift ingediend. De bezwaren handelen deels over de wegenis.
De gemeenteraad is bevoegd om te beslissen over de zaak van de wegen met betrekking tot de aanleg van nieuwe wegenis op de bestaande wegenis van Spurt.
Een vergunning voor aanvragen met aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan pas verleend worden na goedkeuring van de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg door de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist het rooilijnplan voor de wegenis in het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag, ingediend op 24/10/2025 (gemeentelijk dossiernummer 2025/00348/OMV) door Vastgoedmakelaars Rosiers en De Ridder voor het verkavelen van grond naar 26 loten en aanleg van een nieuwe verkeersweg aan Spurt op het perceel, kadastraal gekend als 2de afdeling, sectie C, nrs. 246B – 246A – 247C – 260C, niet goed te keuren.
Art. 2.
De gemeenteraad beslist het ontwerp voor de aanleg van wegenis en de bijhorende documenten, bestek, wegenis- en rioleringsontwerp, dwarsprofielen, …) opgemaakt door studiebureau SWBO, niet goed te keuren.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het subsidiereglement bodemanalyses voor tuin- en landbouw goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het subsidiereglement bodemanalyses voor tuin- en landbouw goed zoals hieronder opgemaakt.
Het gemeentebestuur Hamme kent binnen de perken van de daartoe op de gewone begroting ingeschreven kredieten een subsidie toe voor:
Grondontledingen op land- en tuinbouwpercelen gelegen op het grondgebied Hamme met als doel het stimuleren van een duurzaam bodembeheer.
De subsidie wordt toegekend aan actieve land- en tuinbouwers die voldoen aan volgende voorwaarden:
De landbouwer is in hoofd‑ of bijberoep actief en beschikt over:
§1. Type ontledingen
De gemeente subsidieert de bodemanalyses.
§2. Wettelijk kader
Om recht te hebben op de subsidie rond bodem en mestanalyses, moeten de aanvragen voldoen aan volgende voorwaarden:
De bewijsstukken (analyserapporten) mogen enkel van volgende bodemanalyses zijn
Bijkomende voorwaarden:
§3. Herkomst van de stalen
De stalen moeten afkomstig zijn van de percelen die de landbouwer dat jaar effectief in gebruik heeft.
§4. Laboratoria
De stalen en analyses moeten worden uitgevoerd door een erkend laboratorium.
§5. Rotatieplicht
De analyses worden genomen volgens een rotatiesysteem over de betrokken percelen.
Elk perceel maximum 1 keer om de 3 jaar.
De subsidie bedraagt 20 euro per grondstaal.
Per bedrijfszetel kunnen maximaal 10 grondstalen per jaar worden gesubsidieerd.
De subsidie wordt toegekend op basis van het analyseformulier, waarvan:
Bij vaststelling van misbruik of valse aangiften wordt de landbouwer 5 jaar uitgesloten van deze subsidie.
De nodige kredieten voor dit reglement worden voorzien in het meerjarenplan 2026–2031.
Het reglement treedt in werking op 01.01.2026.
De aanvraag kan ingediend worden ten laatste op 1 december voor alle grondontledingen die werden uitgevoerd tot 1 jaar voor de indieningsdatums.
Om een correcte en vlotte behandeling van de subsidieaanvraag mogelijk te maken, moet de landbouwer de volgende documenten bij de aanvraag voegen:
Het college van burgemeester en schepenen:
De uitbetaling gebeurt via overschrijving op het rekeningnummer van de aanvrager.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de vaststelling van het aanwezigheidsbeleid van toepassing op het personeel goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van het beleid, zoals hieronder gemeld, en keurt dit goed:
Met het aanwezigheidsbeleid wensen wij te werken vanuit een positieve benadering waarin vertrokken wordt vanuit het belang van een duurzame aanwezigheid en het welzijn van de personeelsleden. Zieke medewerkers volgen we vanuit een menselijke bezorgdheid goed op. Afwezigheden worden bespreekbaar door in te zetten op dialoog en gesprek, dit op een verbindende manier.
Het aanwezigheidsbeleid bundelt alle acties en afspraken in het kader van afwezigheid door ziekte en/of ongeval. Dit beleid zal op regelmatige basis geëvalueerd en bijgestuurd worden indien nodig.
Binnen dit handelingskader kan elke medewerker en leidinggevende, met ondersteuning van team personeel, aan de slag in zijn/haar team m.b.t. re-integratie naar aanleiding van afwezigheid door ziekte of ongeval. Binnen Lokaal bestuur Hamme willen we afwezigheden actief, warm en positief aanpakken.
We geven hierbij de voorkeur aan een proactieve aanpak waardoor re-integratie vroegtijdig bespreekbaar is en vorm kan krijgen en dit binnen een informeel kader. Moest dit toch niet mogelijk zijn, kan er gebruik gemaakt worden van een re-integratietraject (RIT) zoals wettelijk beschreven in artikel I.4-72 tot I.4-82 van de Codex over het welzijn op het werk.
Met dit beleid hanteren we de volgende afspraken in de omgang met elke langdurige afwezige medewerker:
Hieronder worden de betrokken rollen van het aanwezigheidsbeleid beschreven. Iedereen binnen het lokaal bestuur Hamme dient zijn verantwoordelijkheid op te nemen inzake afwezigheden, zowel bij uitval als bij de mogelijke terugkeer (re-integratie). Het is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen alle betrokken rollen.
Lokaal bestuur Hamme voert een preventief aanwezigheidsbeleid dat gericht is op het voorkomen van langdurige arbeidsongeschiktheid en het bevorderen van duurzame inzetbaarheid van medewerkers.
Leidinggevenden volgen signalen van verminderde inzetbaarheid tijdig op en maken deze bespreekbaar met de medewerker. Dit gebeurt in een open dialoog, met aandacht voor welzijn, werkbelasting en werkorganisatie. Waar nodig wordt ondersteuning ingeschakeld via team personeel, interne preventiedienst, de vertrouwenspersonen of de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.
Preventieve acties kunnen zowel individueel als collectief zijn en situeren zich binnen alle welzijnsdomeinen, zoals ergonomie, psychosociaal welzijn, veiligheid en arbeidsorganisatie.
In geval van arbeidsongeschiktheid:
Indien de ziekteduur nog niet gekend is bij de ziektemelding, neemt de medewerker opnieuw telefonisch contact op na raadpleging arts, op dezelfde dag als de ziektemelding, maar uiterlijk de 2e dag voor de stamtijd (tenzij de afspraak bij de arts pas de volgende dag kan doorgaan op vraag van de arts).
Indien de medewerker uitzonderlijk niet in staat is om persoonlijk contact op te nemen wegens overmacht, kan een derde (bv. een familielid) contact opnemen in zijn/haar plaats. Wanneer de toestand van de overmacht gestabiliseerd is neemt de medewerker zelf telefonisch contact op met zijn direct leidinggevende.
Als de direct leidinggevende telefonisch niet bereikbaar is op het moment van ziektemelding neemt de medewerker contact met zijn/haar vervanger (volgens interne afspraken).
In het telefoongesprek dient minimaal volgende informatie worden gegeven:
De medewerker bezorgt binnen de 48u een geneeskundig attest aan team personeel waarop de vermoedelijke duur van de ziekteperiode staat. Dit kan aan de hand van een scan of een foto naar personeel@hamme.be. Het originele attest kan later bezorgd worden.
De medewerker dat het attest laattijdig indient, verliest het recht op loon voor de ziektedagen die deze laattijdige indienen voorafgaan, tenzij hij/zij overmacht kan aantonen. De medewerker dat het attest niet indient, is onwettig afwezig en krijgt bijgevolg geen loon voor de dagen niet-verantwoorde afwezigheid.
In uitzondering daarop moet het personeelslid het bestuur geen geneeskundig attest bezorgen voor een afwezigheid van slechts 1 werkdag tot maximaal 4 keer per jaar. Bij verlenging van deze afwezigheid voor 1 dag is een attest nodig vanaf de verlenging.
Bij verlenging van de afwezigheid wordt dezelfde procedure als de eerste ziektemelding gevolgd.
Vanaf 4 weken arbeidsongeschiktheid geeft Team personeel deze afwezigheid door aan de externe dienst van preventie en bescherming op het werk (EDPBW). De EDPBW bezorgd de arbeidsongeschikte medewerker informatie over hoe de arbeidsarts hen terug mee op weg kan helpen.
Wanneer een medewerker 8 weken ononderbroken arbeidsongeschikt is, wordt het mogelijk arbeidspotentieel gepeild door onze externe dienst van preventie en bescherming op het werk. Het arbeidspotentieel is het veronderstelde vermogen van een arbeidsongeschikte medewerker om aangepast of ander werk uit te voeren. Deze inschatting gebeurt op basis van informatie over de gezondheidstoestand en de mogelijkheden van de werknemer.
Indien de medewerker op eigen initiatief het werk vervroegd wil hervatten (vóór einddatum doktersattest) verwittigt de medewerker de direct leidinggevende telefonisch en minstens één werkdag op voorhand. Na dit telefoongesprek mailt de medewerker naar personeel@hamme.be om de vervroegde werkhervatting te bevestigen.
Bij langdurige afwezigheid (> 4 weken), brengt de medewerker minstens 2 werkdagen op voorhand zijn direct leidinggevende telefonisch op de hoogte van (vervroegde) werkhervatting. Na dit telefoongesprek mailt de medewerker naar personeel@hamme.be. Team personeel plant dan een werkhervattingsonderzoek (binnen de 10 dagen na hervatting) in bij de arbeidsarts.
Een medische controle kan worden aangevraagd op initiatief van de leidinggevende, mits gemotiveerd.
Wanneer de Bradfordfactor — zijnde het totaal aantal ziektedagen van de afgelopen twaalf maanden vermenigvuldigd met het kwadraat van het aantal ziektemeldingen — de waarde van 200 overschrijdt, ontvangt Team Personeel hiervan automatisch een melding via SDP. Deze melding wordt bezorgd aan de direct leidinggevende.
Op basis van deze melding kan de leidinggevende beslissen om een medische controle aan te vragen en plant hij/zij een signaalgesprek met de betrokken medewerker.
Voor zorgmedewerkers van het WZC Meulenbroek wordt, omwille van de specifieke context van de zorg, een afwijkende drempelwaarde gehanteerd en gebeurt opvolging vanaf een Bradfordfactor van meer dan 500.
Medische controle kan op elke dag binnen het ziekteattest plaatsvinden. Hiervoor wordt de matrix van Certimed gevolgd.
Zodra de medewerker het werk hervat heeft, zal de leidinggevende een gesprek inplannen om de medewerker te verduidelijken waarom de controle heeft plaatsgevonden.
Tijdens een periode van arbeidsongeschiktheid blijft het contact tussen medewerker en organisatie behouden. Dit contact heeft als doel de verbondenheid te bewaren, het herstel te ondersteunen en de werkhervatting tijdig voor te bereiden. Vanaf 4 weken afwezigheid beginnen immers drempels te spelen voor de terugkeer naar het werk, ongeacht de reden van afwezigheid.
De direct leidinggevende is het eerste aanspreekpunt voor de medewerker en neemt het initiatief tot contact. Wanneer de communicatie met de leidinggevende niet mogelijk of wenselijk is, of wanneer een neutrale tussenkomst noodzakelijk wordt geacht, kan team personeel het contact in kader van de opvolging overnemen.
Er wordt minimaal één contactmoment per maand voorzien tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid. Afhankelijk van de situatie van de medewerker of de noodzaak van de opvolging kan dit contact frequenter plaatsvinden. De vorm en timing van het contact wordt in onderling overleg afgestemd, met respect voor het recht op deconnectie.
Onze organisatie streeft ernaar om langdurig afwezige medewerkers zo goed mogelijk te ondersteunen bij hun terugkeer naar het werk, mits:
De organisatie geeft de voorkeur aan een proactief en preventief beleid, zodat de terugkeer naar het werk vroegtijdig bespreekbaar is en aangepakt kan worden.
De doelstellingen van deze werkwijze zijn:
Een informeel re-integratietraject is op maat van de medewerker en de organisatie en in samenspraak met de leidinggevende, team personeel en de preventieadviseur (SMT).
Om het informeel re-integratietraject op te starten, informeert de medewerker de leidinggevende of team personeel van de wens om terug aan de slag te gaan of de mogelijkheid tot te onderzoeken.
Team personeel roept een SMT samen om de praktische invulling van de werkhervatting vorm te geven. Het SMT kan aan de slag met bijlage 1 – plan van aanpak voor werkhervatting voor het opstellen van het re-integratieplan.
Voorafgaand aan de werkhervatting wordt er ook een advies aan de arbeidsarts gevraagd.
Bij langdurige ziekte van een medewerker kan zowel de medewerker als de werkgever het initiatief nemen om het formeel re-integratietraject op te starten. De medewerker kan een formeel re-integratie opstarten vanaf begin van de arbeidsongeschiktheid. De werkgever kan dit opstarten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid, mits schriftelijke toestemming van de medewerker.
Wanneer er na 8 weken arbeidsongeschiktheid arbeidspotentieel wordt vastgesteld, moet de werkgever binnen de 6 maanden een formeel re-integratietraject opstarten.
Tijdens het re-integratietraject wordt nagegaan of het overeengekomen werk (op termijn) opnieuw uitgevoerd kan worden.
Na ieder gerealiseerd individueel re-integratietraject wordt het volgende geëvalueerd door het sociaal-medisch team:
Het werkhervattingsbeleid wordt jaarlijks geëvalueerd in het CPBW. Dit gebeurt op basis van een kwantitatief en kwalitatief verslag opgemaakt door het SMT. Hier komen onder andere het aantal opgestarte informele/wettelijke re-integratietrajecten aan bod, de resultaten ervan en de mate waarmee ze met succes werden afgesloten. Op die manier wordt het werkhervattingsbeleid aangepast in functie van de resultaten van deze evaluatie (bv. wegwerken knelpunten, communicatieproblemen,…)
KPI’s:
Aangepast werk kan bijdragen tot een vlotte terugkeer naar de werkplek in een re-integratietraject en wordt op maat van het individu onderzocht.
Het toestaan van aangepast werk gebeurt als enkele voorwaarden vervuld zijn:
In samenspraak met het sociaal-medisch team, de arbeidsarts en de direct leidinggevende zullen de mogelijkheden binnen de organisatie onderzocht worden.
Een algemeen en collectief kader van aangepast werk schets de mogelijkheden en procedures waarbinnen individuele vragen kunnen plaatsvinden.
Hierbij dient rekening gehouden te worden met de vermoedelijke termijn waarbij het aangepast werk dient georganiseerd te worden. De organisatie wenst de aangepaste tewerkstelling maximaal te beperken in tijd. Een tussentijdse evaluatie wordt voorzien.
Progressieve werkhervatting geeft arbeidsongeschikte medewerkers de kans om hun werk gedeeltelijk te hervatten en te wennen aan hun reguliere arbeidsprestaties wanneer zij nog herstellende zijn. Het is een manier om medewerkers na langdurige ziekte of afwezigheid opnieuw te integreren in de organisatie. Er wordt gestreefd naar een werkhervatting van minstens 50% van de aangestelde prestatieverhouding.
De medewerker kan voorstellen om het werk progressief te hervatten. De medewerker dient hiervoor minstens 2 weken voor aanvang een aanvraag in bij team personeel (bijlage 1 dient als ondersteuning en opvolging bij deze aanvraag). De toestemming is vereist van de adviserend arts van het ziekenfonds (voor contractuelen), behandelende arts en de arbeidsarts alsook de toestemming van het college/vast bureau. Team personeel deelt mee aan de medewerker of progressieve werkhervatting al dan niet toegestaan wordt.
Wanneer een medewerker na een periode van arbeidsongeschiktheid het werk herneemt via een progressieve tewerkstelling, wordt dit binnen de organisatie georganiseerd volgens onderstaande principes:
Progressieve werkhervatting wordt in principe opgedeeld in fasen van 3 maanden. In overleg met de medewerker, behandelende arts en arbeidsarts (en eventueel adviserend arts) wordt het werk geleidelijk hervat met een aangepast werkregime of takenpakket.
Bij een verlengingsaanvraag kan de werkgever alsnog beslissen om de progressieve werkhervatting niet te verlengen (bv. omwille van wijzigingen binnen team,…). Indien geen toestemming van de werkgever, zal de medewerker ofwel het werk volledig hervatten ofwel volledig arbeidsongeschikt blijven.
De totale duur van de progressieve werkhervatting wordt in principe beperkt tot een duur van maximaal 12 maanden, gerekend vanaf de startdatum van het aangepaste tewerkstellingsgraad. Deze termijn laat toe om de medewerker op een geleidelijke en verantwoorde manier terug te begeleiden naar hun aangestelde tewerkstellingsgraad of structureel aangepaste tewerkstelling. Na afloop van deze periode wordt het traject geëvalueerd met het oog op een definitieve werkhervatting of, indien nodig, een verdere trajectbepaling.
In uitzonderlijke situaties, zoals bij een actieve medische behandeling of complexe revalidatie, kan de progressieve werkhervatting worden verlengd. Deze afwijking wordt steeds individueel geëvalueerd in samenspraak met het SMT en op basis van medische attesten en advies van de arbeidsarts.
Tijdens de periode van progressieve werkhervatting vinden er op regelmatige basis opvolggesprekken plaats tussen de medewerker en de leidinggevende, in samenwerking met team personeel indien nodig. Op basis van deze gesprekken kan het traject aangepast, verlengd of beëindigd worden.
De leidinggevenden worden opgeleid tot het voeren van verzuimgesprekken. De verzuimgesprekken hebben als doel:
| Soort gesprek |
Wie voert het gesprek |
Doel van het gesprek |
Wanneer wordt het gevoerd |
| Signaalgesprek |
Direct leidinggevende en medewerker |
Signalen herkennen bij de medewerker (bv. verandering in gedrag) en deze bespreekbaar maken. |
Overschrijden bradford > 200 Op vraag MW of wanneer LG signalen opmerkt |
| Telefonische ziektemelding |
Direct leidinggevende en medewerker |
MW informeert de LG over de afwezigheid en de mogelijke duur. Indien de duur van de afwezigheid nog niet gekend is, neemt de MW opnieuw telefonisch contact op na raadpleging arts. |
Wanneer de MW zich ziek meldt bij de LG |
| Contactgesprek tijdens arbeidsongeschiktheid |
LG (tenzij MW aangeeft niet met LG te willen spreken, neemt team personeel dit op) |
Terugkeer naar het werk bevorderen en betrokkenheid stimuleren. Afstemmen hoe de terugkeer kan verlopen (ook met het team). Eventueel bekijken mogelijkheden aangepast werk. Volgend contactgesprek afspreken. |
Op een afgesproken tijdstip tussen LG en MW. (Bij arbeidsongeschiktheid van > 1 maand, nadien maandelijks) |
| Werkhervattingsgesprek |
LG en medewerker |
MW geruststellen, bijpraten over de lopende zaken. |
Eerste dag van de werkhervatting na afwezigheid > 4 weken. |
Indien relevant maken de leidinggevenden een kort verslag op van deze gesprekken en worden ze bewaard in het personeelsdossier.
Leidinggevenden gaan strikt vertrouwelijk om met de persoonlijke informatie die medewerkers tijdens de gesprekken meedelen.
Art. 2.
De gemeenteraad keurt de bijlages (werkdocumenten) aan het beleid zoals toegevoegd in bijlage goed.
Art. 3.
Een gecoördineerde versie van het aanwezigheidsbeleid zoals goedgekeurd door de gemeenteraad van heden zal toegevoegd worden als informatieve bijlage bij het arbeidsreglement en wordt verspreid aan het personeel.
Vaststellen van de rechtspositieregeling voor het lokaal bestuur.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Het lokaal bestuur Hamme beschikt momenteel over een rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel die werd vastgesteld door de gemeenteraad op 25 maart 2009 met als laatste wijziging op de gemeenteraad van 15 december 2021.
Sinds 20 januari 2023 werd er een grote wijziging doorgevoerd in het besluit van de Vlaamse Regering betreffende rechtspositieregelingen waarin de minimale voorwaarden voor de rechtspositieregeling van het personeel van lokale en provinciale besturen wordt vastgelegd. Dit besluit vervangt de vroegere regelgeving van 2007.
Het nieuwe Vlaamse besluit is meer beknopt en laat meer ruimte aan lokale besturen om eigen keuzes te maken bij het uitwerken van hun personeelsbeleid. Dit biedt kansen om de rechtspositieregeling te vereenvoudigen en beter af te stemmen op de werking en de ambities van het lokaal bestuur Hamme.
Het bestuur wil daarom komen tot een vernieuwde en duidelijkere rechtspositiereling, die zowel juridisch correct als begrijpelijk en werkbaar is voor medewerkers en leidinggevenden. In dat kader werd een grondige herwerking van verschillende onderdelen voorzien, waaronder:
Naar aanleiding hiervan werd er een werkgroep opgericht, die inhoudelijk en juridisch werd ondersteund door MONDEA.
Er werd bewust gekozen om te werken met twee afzonderlijke rechtspositieregelingen:
De onderhandelingen over de nieuwe rechtspositieregeling werden gevoerd binnen het bijzonder onderhandelingscomité op 13 februari 2026, 20 maart 2026 en 17 april 2026.
BESLUIT:
Artikel 1.
De rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel, vastgesteld door de gemeenteraad van 25 maart 2009, op te heffen met ingang van 1 juli 2026.
Art. 2.
De rechtspositieregeling voor het instellingenpersoneel vast te stellen overeenkomstig de bijlage bij deze beslissing.
Art. 3.
De rechtspositieregeling voor al het personeel (excl. instellingenpersoneel) vast te stellen overeenkomstig de bijlage bij deze beslissing.
Art. 4.
Deze rechtspositieregelingen treden in werking op 1 juli 2026.
Art. 5.
In toepassing van artikel 286 van het decreet lokaal bestuur, zal deze beslissing bekendgemaakt worden via de webtoepassing van het lokaal bestuur.
Overeenkomst nr. 26/088 inzake de mededeling van persoonsgegevens door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Overeenkomst nr. 26/088 inzake de mededeling van persoonsgegevens door de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid aan de gemeente Hamme voor de automatische
toekenning van aanvullende rechten of de verstrekking van inlichtingen dienaangaande, met toepassing van beraadslaging nr. 16/008 van 2 februari 2016 (meermaals gewijzigd) van de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité, overeenkomstig artikel 11bis van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
BESLUIT:
Enig artikel.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd de jaarrekeningen 2025 van de kerkbesturen behorend tot het Centraal Kerkbestuur Hamme te adviseren. De jaarrekeningen worden door het Centraal Kerkbestuur gecoördineerd ingediend bij de gemeente ten laatste voor 1 juni. De gemeente beschikt over een termijn van 50 dagen om een advies te formuleren. Het advies wordt geformuleerd ten behoeve van de gouverneur Oost-Vlaanderen die over een termijn van 200 dagen beschikt om de jaarrekeningen goed te keuren en vast te stellen. Het Centraal Kerkbestuur Hamme diende de jaarrekeningen in via het digitaal platform van de Vlaamse Overheid op 21 april 2026.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| Rekening 2025 kerkbestuur | Exploitatieresultaat (N) overschot | Investeringsresultaat (Z) overschot | Exploitatietoelage | I toelage |
| Sint-Anna | 11.655,58 | 292.182,83 | 14.984,59 | 0 |
| Heilig Hart | 801,04 | 88.056,74 | 19.982,00 | 0 |
| Sint-Jozef Kastel | 3.490,27 | 0 | 14.986,00 | 0 |
| OLV HdC Zogge | 12.241,90 | 0 | 13.705,80 | 0 |
| Heilige Familie: opgeheven | 0 | 0 | ||
| Sint-Martinus Moerzeke | 5.216,23 | -1.208,61 | 31.047,36 | 0 |
| Sint-Pietersbanden | 53.861,88 | 9.884,75 | 53.284,00 | 8.651,50 |
| TOTAAL | 87.266,90 | 158.118,13 | 147.989,75 | 8.651,50 |
Overwegende dat de gemeentelijke administratie voor elke betrokken kerkfabriek een afzonderlijke nota heeft opgesteld met het vormelijk en inhoudelijk advies over de ingediende jaarrekening, en dat deze nota’s als bijlagen integraal deel uitmaken van dit besluit, en waaruit blijkt dat:
BESLUIT:
Artikel 1.
De jaarrekeningen over het dienstjaar 2025 van de kerkfabrieken Heilig Hart, Sint‑Jozef, Sint‑Anna, Sint‑Pietersbanden en O.L. Vrouw Hulp der Christenen worden gunstig geadviseerd, met voorbehoud van de opmerkingen en vaststellingen opgenomen in de afzonderlijke adviesnota’s per kerkfabriek, die als bijlagen integraal deel uitmaken van dit besluit.
De jaarrekening over het dienstjaar 2025 van de kerkfabriek Sint‑Martinus wordt ongunstig geadviseerd, omwille van de vaststellingen vermeld in de afzonderlijke adviesnota die als bijlage integraal deel uitmaakt van dit besluit.
Art. 2.
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de gouverneur van de provincie Oost-Vlaanderen.
De geluidsinstallatie van Cultuurhuis 'Jan Tervaert' dient vernieuwd te worden. Hiervoor werd een lastenboek opgemaakt met een kostenraming van € 210.000,00 (excl. btw) of € 254.100,00 (incl. btw). De opdracht zal gegund worden via de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Krediet is voorzien op het investeringsbudget van 2026 op budgetcode 0705-01/2300000 (GBB). Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de voorwaarden en wijze van gunnen goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Goedkeuring wordt verleend aan het bestek met nr. 20261299 en de raming voor de opdracht ‘Vernieuwen geluidsinstallatie Cultuurhuis Jan Tervaert’, opgesteld door Dep. Publieke Ruimte. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten. De raming bedraagt € 210.000,00 excl. btw of € 254.100,00 incl. 21% btw.
Art 2.
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art 3.
De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art 4.
De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget van 2026, op budgetcode 0705-01/2300000/BESTUUR/CBS/0/IP-001 (actie GBB).
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de gelijktrekking van de vergoeding van animatoren/monitoren voor de gemeentelijke vrijetijdskampen goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Naar aanleiding van de hervorming van de gemeentelijke vrijetijdskampen binnen het kader van het decreet Buitenschoolse Opvang en Activiteiten (BOA), wordt verder ingezet op een kwalitatief, veilig en professioneel aanbod voor kinderen. In uitvoering van het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 tot goedkeuring van het retributiereglement voor de gemeentelijke vrijetijdskampen, is het noodzakelijk de personeelsinzet en verloning voor de gemeentelijke vrijetijdskampen te uniformiseren.
De monitoren van de sportkampen werden voorheen volgens het gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2010 vergoed:
De monitoren van de FUN-kampen werden daarentegen tot op heden ingezet binnen het vrijwilligersstatuut. Deze werkwijze sluit echter niet langer aan bij de huidige organisatie en verwachtingen binnen de gemeentelijke vrijetijdskampen.
Waar de FUN-kampen voorheen inhoudelijk werden voorbereid, uitgewerkt en gecoördineerd door een medewerker van Team jeugd, wordt deze ondersteuning in de nieuwe werking niet langer voorzien. Hierdoor wordt van de monitoren van de FUN-kampen voortaan, net zoals bij de sportkampen, een grotere verantwoordelijkheid verwacht op het vlak van:
Deze verruimde en meer autonome rol brengt de functie-inhoud van de monitoren van de FUN-kampen inhoudelijk op hetzelfde niveau als die van de sportmonitoren. Het is daarom niet langer aangewezen om deze monitoren onder het vrijwilligersstatuut in te zetten.
Zoals vermeld in het retributiereglement voor de gemeentelijke vrijetijdskampen, kiest het lokaal bestuur er bewust voor om alle monitoren die worden ingezet binnen de gemeentelijke vrijetijdskampen op een uniforme manier te vergoeden, op basis van relevante competenties, diploma’s, attesten en ervaring.
Een monitor is een persoon die wordt ingezet bij gemeentelijke vrijetijdskampen en instaat voor het begeleiden, animeren en toezien op kinderen en jongeren tijdens activiteiten.
De monitor:
Binnen de gemeentelijke vrijetijdskampen wordt geen inhoudelijk onderscheid gemaakt tussen animator en monitor: beide rollen worden samengenomen onder de term monitor.
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist volgende categorieën verloning vast te stellen voor de gemeentelijke vrijetijdskampen georganiseerd in het kader van BOA.
Art. 2.
Deze categorieën zijn enkel van toepassing voor monitoren die ingeschakeld worden voor de kampen die departement Vrije tijd en ontwikkeling organiseert in het kader van BOA, daar dit wordt gefinancierd binnen de BOA-subsidies.
Art. 3.
Deze beslissing treedt met onmiddellijke ingang in werking en vervangt het gemeenteraadsbesluit van 23 juni 2010, inzake de vergoeding van de sportkampen.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement “Gemeentelijke vrijetijdskampen" goed.
zoals omschreven in het erkenningskader.
Door inschrijving verklaren ouders/voogden zich akkoord met dit reglement.
Dit reglement treedt in werking na goedkeuring door de gemeenteraad en vervangt eerdere bepalingen omtrent gemeentelijke vakantiekampen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
De UiTPAS staat aan het begin van een belangrijke nieuwe fase. Na meer dan 25 jaar samenwerking binnen de regio Dender drong een grondige herwerking van het bestaande kader zich op. De samenwerking tussen de 16 lokale besturen werd uitgebreid geëvalueerd, met bijzondere aandacht voor de nood aan uniforme regionale afspraken, een professionele organisatie en een duurzaam financieel beleid.
Deze analyse leidde in een eerste fase tot de ontwikkeling van de nieuwe solidaire kostenverdeling naar Vlaams model. Intussen is ook de tweede fase afgerond: een beleidsdocument dat de bestaande hiaten wegwerkt en de werking verder optimaliseert. Het resultaat is een uitgebreid en samenhangend document dat alle aspecten van de samenwerking tussen de lokale besturen én met de UiTPAS-organisaties helder vastlegt.
Naast de raad van bestuur van de projectvereniging, dat het hoogste beslissingsorgaan is binnen UiTPAS Dender, behouden de lokale besturen maximale inspraak inzake het financieel kader. De gemeenteraad beslist over de extra financiële ondersteuning voor vrijetijdsorganisaties, onderwijs en het financieel beheersmechanisme.
UiTPAS kent zowel in Vlaanderen als in de regio Dender een sterke groei. Het programma heeft als doel sport-, cultuur- en vrijetijdsactiviteiten toegankelijk te maken voor alle inwoners, met bijzondere aandacht voor mensen in een kwetsbare positie. De toenemende regionale spreiding en het groeiende aantal betrokken partners maakten de nood aan duidelijke, uniforme afspraken steeds urgenter. Binnen de regio Dender werd vastgesteld dat bestaande afspraken niet altijd eenduidig waren, soms ontbraken of niet langer aansloten bij de visie en noden van de betrokken stakeholders. Daarom werd gedurende anderhalf jaar een traject doorlopen om te komen tot een volledig, helder en uniform beleidskader voor de samenwerking tussen de 16 steden en gemeenten.
Een eerste noodzakelijke stap in dit traject was het vastleggen van een solidaire financiële kostenverdeling. Tegen 1 september 2026 zullen alle UiTPAS-organisaties en scholen werken met dezelfde 20-40-40-verdeling: pashouders met kansentarief betalen 20% van de deelnameprijs, het lokaal bestuur en de organisatie nemen elk 40% voor hun rekening. Deze kostenverdeling wordt nu al toegepast in Hamme sinds 1 januari 2026.
De tweede stap was het uitwerken van een gedragen regionaal beleidskader, hier in bijlage. Het brengt duidelijkheid over de werking van UiTPAS Dender. Het beschrijft de principes, afspraken en rollen van alle betrokken actoren: lokale besturen, de raad van bestuur, de stuurgroep en organisatoren. Daarnaast verduidelijkt het document wie toegang heeft tot het systeem en welke verplichtingen en mogelijkheden gelden voor organisatoren en lokale besturen.
Het kader bevat verder een uitgewerkt financieel luik, met onder meer de solidaire kostenverdeling, een ondersteuningsmaatregel voor vrijetijdsorganisaties en de mogelijkheid om afspraken te maken over een limiet op het aantal toe te kennen kansentarieven. Ook de toepassing van UiTPAS binnen het onderwijs wordt beschreven, inclusief de financiële ondersteuning voor scholen met een hoog aandeel kwetsbare leerlingen.
Vanaf 2027 wordt UiTPAS Dender ondergebracht in de nieuwe projectvereniging Vrijetijdsregio Dender en ingebed in een breder regionaal cultuurbeleid. Het beleidskader vormt daarmee zowel een inhoudelijke basis als een transparant afsprakenkader voor alle betrokken partners.
Lokaal financieel beheersmechanisme
De beleidsnota is een regionaal beleid met lokale financiële sturing. De basis is de solidaire kostenverdeling, een regionaal principe waarvan lokaal niet afgeweken kan worden. Het beleid van UiTPAS Dender ligt in handen van de projectvereniging UiTPAS Dender, welke later dit jaar zal overgaan in de projectvereniging Vrijetijdsregio Dender.
Toch schrijft deze beleidsnota voor dat de lokale besturen mogelijkheden hebben tot lokale financiële regulatie: de keuze om de extra financiële ondersteuning voor lidmaatschappen in vrije tijd en voor onderwijs is een lokale beslissing. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om het aantal kansentarieven te limiteren als financieel beheersmechanisme, zowel voor het lokaal bestuur als voor de vrijetijdsorganisatie. Daarom worden de gemeenteraden verzocht te stemmen over de goedkeuring van deze punten.
Motivering
1. Extra financiële ondersteuning voor vrijetijdsorganisaties via de +5%-regel voor lidmaatschappen
De 5%-regel binnen UiTPAS Dender voorziet een aanvullend financieel ondersteuningsmechanisme voor lidgelden in erkende sport-, jeugd- en cultuurverenigingen. Voor de eerste 5% leden met UiTPASkansentarief geldt de standaardkostendeling 20-40-40. Wanneer het aandeel leden met kansentarief boven 5% stijgt, neemt het lokaal bestuur voor deze bijkomende leden 80% van het lidgeld ten laste.
De toepassing is regionaal bepaald, maar elk lokaal bestuur beslist autonoom of het de +5%-regel onderschrijft. Enkel leden uit gemeenten die deze ondersteuning goedkeuren, worden meegeteld voor de drempelberekening. Organisatoren registreren zelf wanneer de drempel wordt overschreden en dienen hun aanvragen in volgens de vastgelegde procedure en termijnen.
De financiële impact op het lokaal bestuur is moeilijk te voorspellen. Niet alleen is het gedrag van pashouders en organisatoren op de nieuwe kostendeling moeilijk in te schatten, ook softwarematig is het onmogelijk om een heldere financiële prognose te maken vanuit de data die de backlog van publiq voorziet.
De lokale UiTPAS-trekkers weerhouden zich in grote mate van een budgettaire uitspraak, omdat de marges waarover we spreken te ruim zijn.
Algemeen genomen is het veilig te stellen dat, gezien de lokale overheden voor alle organisatoren 10% minder tussenkomen, er een marge vrijkomt om voor de ledenorganisaties een extra tussenkomst te bekostigen voor hun lidgelden. Omdat de kostprijs van lidmaatschappen jaarlijks stijgt en er aan lidmaatschappen vaak een hoog prijskaartje hangt, blijft dit een stuk onzeker.
De financiële impact staat bovendien niet los van de mogelijkheid tot het invoeren van limieten als financieel beheersmechanisme. Een limiet binnen UiTPAS is een softwarematig ingestelde grens op het aantal toegekende kansentarieven binnen één organisatie. Dit instrument wordt uitzonderlijk gebruikt wanneer er een aantoonbare nood is om het gebruik van het kansentarief te begrenzen. Het instellen van een limiet dient om de financiële beheersbaarheid te waarborgen: door het aantal kansentarieven te beperken, wordt vermeden dat de kosten voor lokale besturen (of voor een organisatie) disproportioneel oplopen.
Hoewel we als regio met de +5% regel een sprong in het onzekere nemen, is het risico beperkt en kan er erg snel ingegrepen worden op een manier die de clubs minimaal schaadt. Het risico om géén +5% regel in te voeren is echter veel groter: indien er veel (sport)clubs stoppen omwille van financiële druk, is dit een enorm verlies voor zowel de pashouder, de club als het lokaal bestuur.
De +5%-regel is momenteel nog niet aan de orde in Hamme.
2. Trapsgewijze financiële ondersteuning voor onderwijs
De standaardkostenverdeling voor UiTPAS-activiteiten op school bestaat erin dat een leerling met kansentarief twintig procent van de kostprijs betaalt, het lokaal bestuur veertig procent en de school eveneens veertig procent. Omdat sommige scholen een veel groter aandeel leerlingen met een UiTPAS-kansentarief hebben dan andere, wordt een trapsgewijze ondersteuning ingevoerd. Deze ondersteuning verhoogt de tussenkomst van het lokaal bestuur wanneer het aandeel leerlingen met kansentarief stijgt.
Wanneer een school meer dan tien procent leerlingen met een UiTPAS-kansentarief heeft, neemt het lokaal bestuur vijftig procent van de kostprijs op. Wanneer meer dan twintig procent van de leerlingen een kansentarief heeft, stijgt de tussenkomst naar zestig procent. Wanneer meer dan dertig procent van de leerlingen een kansentarief heeft, betaalt het lokaal bestuur zeventig procent van de kostprijs. De school draagt in alle gevallen minstens tien procent van de activiteit.
De financiële impact van deze regeling blijkt vooral een interne herverdeling te zijn binnen een nagenoeg gelijkblijvend totaalbudget. Bijvoorbeeld in Aalst tonen de cijfers van 2025 dat vijfenveertig scholen met minder dan twintig procent leerlingen met kansentarief samen ongeveer 9.800 euro minder ontvangen. Dertien scholen met meer dan twintig procent leerlingen met kansentarief ontvangen daarentegen samen ongeveer 8.800 euro meer. De middelen verschuiven dus van scholen met een beperkt aandeel kwetsbare leerlingen naar scholen met een groter aandeel, zonder dat het totale budget voor het lokaal bestuur significant stijgt.
Deze regeling zorgt ervoor dat scholen met een kwetsbaarder leerlingenprofiel beter worden ondersteund, terwijl de totale financiële last voor het lokaal bestuur beheersbaar blijft.
Lokale besturen beslissen autonoom of zij deze trapsgewijze ondersteuning toepassen. Wanneer een bestuur dit niet doet, blijft de standaardverdeling van twintig procent voor de leerling, veertig procent voor het lokaal bestuur en veertig procent voor de school van kracht.
De financiële ondersteuning voor het onderwijs is momenteel nog niet aan de orde in Hamme.
3. Het stemgerechtigd bestuurslid voor Hamme schepen De Graef wordt gemachtigd om de goedkeuring van de beleidsnota UiTPAS Dender 2026 te bekrachtigen tijdens de stemming op de raad van bestuur van de projectvereniging UiTPAS Dender.
Nadat elke gemeenteraad van alle 16 steden en gemeenten binnen regio Dender zich hebben uitgesproken over de goedkeuring van bovenstaande punten, wordt de volledige beleidsnota ter definitieve goedkeuring voorgelegd aan de raad van bestuur van UiTPAS Dender.
Concreet voor lokaal bestuur Hamme:
Aangezien we in onze gemeente zijn gestart met een gefaseerde invoering van de UiTPAS en we in 2026 enkel zijn gestart met de UiTPAS voor activiteiten georganiseerd door het lokaal bestuur zelf, zijn de 5%-regel en de trapsgewijze ondersteuning voor UiTPAS onderwijs op dit moment nog niet aan de orde en wordt voorgesteld die dan ook nog niet goed te keuren. Van zodra de werking van de UiTPAS verder wordt uitgebreid naar ‘externe’ organisatoren en/of scholen, zullen deze punten uit de regionale beleidsnota opnieuw ter bespreking worden geagendeerd op de gemeenteraad van Hamme.
Bijgevolg wordt de gemeenteraad gevraagd de +5%-regel en de trapsgewijze ondersteuning voor UiTPAS onderwijs niet goed te keuren en het stemgerechtigd bestuurslid, schepen De Graef, te machtigen om tijdens de stemming in de raad van bestuur van de projectvereniging UiTPAS Dender de goedkeuring van de beleidsnota UITPAS Dender 2026 te verlenen.
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van het regionaal beleidsplan UiTPAS Dender.
Art. 2.
De gemeenteraad machtigt het stemgerechtigd bestuurslid voor Hamme, schepen Jan De Graef, om:
Vraagt aan de gemeenteraad om de alternatieve leercontextovereenkomst tussen de gemeentelijke academie van Hamme en de Harmonie Kastel VZW goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
Keurt de alternatieve leercontextovereenkomst tussen de gemeentelijke academie van Hamme en de Harmonie Kastel VZW goed, zoals geviseerd in bijlage.
Vraagt aan de gemeenteraad om de voorgestelde wijzigingen in het retributiereglement voor de gemeentelijke academies Hamme goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Art 3 paragraaf 2: Andere tarieven: Retributie partituren, kopiëren, auteursrechten, materiaal: lichte verhoging na raadpleging tarieven in andere Oost-Vlaamse academies. €7 is het gemiddelde.
BESLUIT:
Artikel 1.
Het bestaande retributiereglement voor de gemeentelijke academies Hamme, goedgekeurd in de gemeenteraad van 01/06/2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.
Art. 2.
Het bijgevoegde retributiereglement, zoals geviseerd in bijlage, van toepassing op de gemeentelijke academie, muziek woord en dans en op de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten wordt goedgekeurd en gaat in vanaf 18/05/2026.
Art. 3.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de schooldirecties van de gemeentelijke academie voor muziek, woord en dans Hamme en aan de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten Hamme.
Art. 4.
Het retributiereglement wordt bij elke inschrijving van een leerling ter beschikking gesteld aan de meerderjarige leerling en de ouders van de minderjarige leerling, die ondertekenen voor akkoord.
Vraagt aan de gemeenteraad om de voorgestelde wijzigingen in het academiereglement voor de gemeentelijke academies Hamme goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Hoofstuk 5 Aan- en afwezigheden:
Art. 21: gewettigde afwezigheid§3. Tussen de contactpersoon van de academie en de begeleider van de alternatieve leercontext wordt systematisch overleg gepleegd.
§3. De directeur/ alternatieve leercontext maken elke beslissing tot stopzetting schriftelijk en gemotiveerd bekend aan de leerling/ouders. De leerling moet het vak dan verder volgen in de academie volgens de modaliteiten die de directeur hem meedeelt.
-lokalen, meubilair, apparatuur, toestellen, muziekinstrumenten of materiaal van de instelling, -materiaal, werken of muziekinstrumenten van andere leerlingen.
Dit houdt in dat hij de schade (herstelling, vervanging…) vergoedt, onverminderd de tuchtsancties die hem in dit verband kunnen worden opgelegd.
1° Instrumenten worden ontleend voor de duur van een academiejaar (schooljaar & zomervakantie). Op het einde van het huurjaar moeten bestaande huurders ofwel hun instrument binnenbrengen ofwel een nieuw huurovereenkomst samen met hun inschrijvingen volbracht hebben voor het volgende academiejaar. Voor vernieuwing of nieuwe huurders wordt het instrument ter beschikking gesteld na ondertekening van de huurovereenkomst door de leerling of zijn/haar ouders. Het huurgeld wordt gefactureerd en betaald binnen de voorziene betalingstermijn. Bij niet-tijdige betaling kan het instrument worden teruggevorderd.
2° De huurder verklaart bij ondertekening van de overeenkomst het instrumenten en eventuele toebehoren volledig en in goede staat ontvangen te hebben.
3° De ontlener betaalt jaarlijks een huurgeld volgens art. 3 van het retributiereglement. 4° De huurder dient het instrument aan het eind van elk schooljaar ter controle van de huidige staat aan de vakleerkracht voor te leggen.
4° Zijn de voorwaarden van het hernieuwen van een huurcontract en de betaling van het huurgeld niet volbracht voor 1 oktober van het nieuwe academiejaar, dan vervalt de huur van rechtswege en moet het instrument onmiddellijk terug worden binnengebracht en heeft men geen voorrang meer op het huren van dit instrument.
5° Voor nieuwe huurders wordt het instrument pas ter beschikking gesteld wanneer het uitleenformulier door de leerling zelf (indien meerderjarig) of zijn/haar ouder(s) werd ondertekend en het huurgeld werd betaald.
6° Mondstuk, rietbinder, beschermkap en rietjes zijn niet inbegrepen in de huurprijs van de blaasinstrumenten en worden door de huurder zelf aangekocht.
7° Kosten voor vervanging van onderdelen die geen deel uitmaken van het corpus van het instrument ( mondstuk, rieten,…) vallen ten laste van de huurder. Voor snaarinstrumenten wordt één snarenset per jaar voorzien.
8° Alle onderhoudskosten van het instrument, die nodig zijn tijdens, na en door het gebruik en inherent aan slijtage van normaal gebruik, zijn ten laste van de ontlener. Bij de teruggave van het instrument moet een attest van nazicht door de leerkracht (en/of erkend vakman) voorgelegd worden.
9° De directeur kan het verhuurde instrument op elk ogenblik voor nazicht opvragen.
10° Schade die toegebracht wordt door de huurder valt ten laste van de huurder: het gaat hier ondermeer over schade door oneigenlijk gebruik of opzettelijk toegebrachte schade. Is deze schade onherstelbaar of is het instrument minder dan 3 jaar oud, dan zal de vervangingswaarde door de ontlener verschuldigd zijn.
11° Bij verlies of diefstal zal de huurder instaan voor de kosten ter vervanging van het gehuurde instrument a rato van de leeftijd van het instrument.
12° Als de huurder (leerling) zijn/haar studies vroegtijdig stopzet, moet het instrument onverwijld terugbezorgd worden binnen de 14 dagen. Het huurgeld is niet terug vorderbaar. Dezelfde regeling geldt als het instrument om andere redenen binnengebracht wordt (bv. aankoop eigen instrument).
13° Tijdens de duur van de huur mag de huurder het instrument onder geen enkele voorwaarde uitlenen, verhuren of in gebruik geven aan derden.
14° De huurder staat in voor het normale onderhoud van het instrument. Herstellingen te wijten aan normale slijtage zijn ten laste van de verhuurder:
15° Alle herstellingen gebeuren via het secretariaat van de school. Het is de huurder niet toegelaten eigenhandig herstellingen te laten uitvoeren aan de gehuurde instrumenten.
16° Bij schade aan het instrument door het niet opvolgen van de instructies van de leraar, vergoedt de huurder de herstellingskosten.
17° Bij technische breuken, niet resulterend uit het niet opvolgen van de instructies van de leraar, wordt de herstelling betaald door de verhuurder.
18° Door het ondertekenen van de huurovereenkomst verklaart de huurder zich akkoord met de bepalingen in dit artikel 51 van het academiereglement.
BESLUIT:
Artikel 1.
Het bestaande academiereglement voor de gemeentelijke academies Hamme, goedgekeurd in de gemeenteraad van 01/06/2025, wordt opgeheven bij de inwerkingtreding van dit reglement.
Art. 2.
Het bijgevoegde academiereglement zoals geviseerd in bijlage, van toepassing op de gemeentelijke academie, muziek woord en dans en op de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten wordt goedgekeurd en gaat in vanaf 18/05/2026.
Art. 3.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de schooldirecties van de gemeentelijke academie voor muziek, woord en dans Hamme en aan de gemeentelijke academie voor beeldende kunsten Hamme.
Art. 4.
Het academiereglement wordt bij elke inschrijving van een leerling ter beschikking gesteld aan de meerderjarige leerling en de ouders van de minderjarige leerling, die ondertekenen voor akkoord.
Raadslid Gilles Verbeke van Groen diende een aanvullend agendapunt in m.b.t. subsidies verenigingen.
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
De e-mail van 13 mei 2026 vanwege raadslid Gilles Verbeke, Groen met de vraag om onderstaand agendapunt te agenderen op de gemeenteraad van 18 mei 2026:
In Hamme kunnen en mogen we genieten van een uitgebreid verenigingsleven.
Dat dit er is, is in de eerste plaats de verdienste van vele Hammenaren die vaak kosteloos of tegen zeer beperkte vergoeding, voluit het beste van zichzelf geven voor hun vereniging. Een belangrijke ondersteunende factor daarbij is de jarenlange traditie die we als gemeentebestuur hebben om onze verenigingen ook structureel financieel te ondersteunen.
Hiervoor werden in het verleden verschillende subsidiereglementen uitgewerkt.
Reglementen die misschien sowieso wel al aan herziening toe waren, maar door wijzigende regelgeving werd het gemeentebestuur nu verplicht om dit te doen.
Sinds vorig jaar is het bestuur dan gestart met het opheffen van de bestaande subsidiereglementen, nog voor er nieuwe reglementen waren. Zo werden onder andere het subsidiereglement voor sportverenigingen en dat van cultuurverenigingen al opgeheven.
Als we deze verenigingen subsidies willen blijven geven, moeten we deze, in afwachting van een nieuw subsidiereglement, toekennen als nominatieve subsidie.
De laatste aanpassing van deze lijst nominatieve subsidies gebeurde op de gemeenteraad van maart.
Naar aanleiding hiervan, heb ik volgende vragen:
BESLUIT:
Voor de bespreking ter zitting: zie de audio-opname.
De voorzitter sluit de zitting op 18/05/2026 om 20:42.
Namens gemeenteraad,
André Reuse
algemeen directeur
Jan Laceur
raadsvoorzitter