Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25/4/2014 betreffende de omgevingsvergunning - goedkeuring

Aanwezig: Jan Laceur, raadsvoorzitter
Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters, Gilles Verbeke, gemeenteraadsleden
André Reuse, algemeen directeur
Verontschuldigd: Michaël Van Pottelberghe, gemeenteraadslid

Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25/4/2014 betreffende de omgevingsvergunning' goed te keuren. 

Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. 

De bedragen waren al enige jaren onveranderd en zijn verhoogd naar analogie met de buurgemeenten.
Door de digitale aanvragen en de nieuwe regelgeving kruipt er ook meer tijd in om adviezen op te vragen, adviezen te analyseren en de aanvraag af te toetsen aan nieuwe regelgeving.

JURIDISCHE CONTEXT:

  • Het decreet betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen van 30 mei 2008, en latere wijzigingen.
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 5 mei 2000, gewijzigd bij besluit van 30 maart 2001, 8 maart 2002 en 5 juni 2009.
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, die de stedenbouwkundige vergunning, de verkavelingsvergunning en de milieuvergunning integreert.
  • Het besluit van de Vlaamse regering van 20 januari 2017 houdende de mogelijkheid voor gemeentebesturen om de opstart van de omgevingsvergunning uit te stellen tot uiterlijk 1 juni 2017.
  • Decreet houdende de nadere regels tot implementatie van de omgevingsvergunning van 2 juni 2017. 
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40§3 dat de bevoegdheid tot het vaststellen van reglementen bij de gemeenteraad legt.
  • Het gemeenteraadsbesluit van 20 november 2024 betreffende de belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25/4/2014 betreffende de omgevingsvergunning.

FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:

  • Dit is een gemeentebelasting geheven op de aanvraag van een omgevingsvergunning, die de vroegere stedenbouwkundige vergunning, de verkavelingsvergunning en de milieuvergunning integreert.
  • Ze is verschuldigd:
    • Voor het verkavelen van gronden door de eigenaar.
    • Voor het exploiteren of veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit door de exploitant.
    • Voor stedenbouwkundige handelingen door de bouwheer.
  • Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning trad in werking vanaf 1 januari 2018 ten gevolge van het decreet van 2 juni 2017: vanaf deze datum worden stedenbouwkundige handelingen, verkavelingen en de exploitatie van ingedeelde inrichtingen en activiteiten onderworpen aan één procedure, ingesteld door het decreet betreffende de omgevingsvergunning.
  • De bestaande reglementen aangaande deze materie werden daartoe samengevoegd tot één reglement, zijnde het reglement 'belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.'
Publieke stemming
Aanwezig: Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters, Gilles Verbeke, André Reuse
Voorstanders: Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Gilles Verbeke
Tegenstanders: Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters
Resultaat: Met 16 stemmen voor, 12 stemmen tegen

BESLUIT:

Enig artikel.

De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:

Artikel 1.

Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op de aanvraag van omgevingsvergunningen.  

Artikel 2.

Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het verkavelen van gronden, is de belasting verschuldigd door de verkavelaar van de te verkavelen gronden. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het exploiteren of veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit, is de belasting verschuldigd door de exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor stedenbouwkundige handelingen, is de belasting verschuldigd door de bouwheer.  

Artikel 3.

De belasting bedraagt: 

  • 50 euro voor stedenbouwkundige werken van geringe omvang (kleiner dan 100 m³), niet inbegrepen de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daaraan verbonden kan zijn.  
  • 50 euro voor meldingsplichtige stedenbouwkundige handelingen.  
  • 65 euro voor aanvraag stedenbouwkundig attest.  
  • 65 euro voor een eengezinswoning met vereenvoudigde procedure, niet inbegrepen de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daaraan verbonden kan zijn. 
  • 100 euro voor een eengezinswoning met gewone procedure, niet inbegrepen de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daaraan verbonden kan zijn. 
  • 100 euro per woongelegenheid voor de aanvragen tot het bouwen, verbouwen of herbouwen anders dan ééngezinswoningen. 
  • 250 euro voor aanvragen tot het bouwen, verbouwen of herbouwen van constructies voor niet-woonfuncties, niet inbegrepen de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit die daaraan verbonden kan zijn, tot een bruto vloeroppervlakte (verschillende bouwlagen optellen) van 200 m2;
  • verhoogd met 5,00 euro/m2 boven 200 m2 tot 500 m2 voor aanvragen tot 500 m2; verhoogd met 7,00 euro/m2 boven 200 m2 tot 1000 m2 voor aanvragen tot 1000 m2; verhoogd met 10,00 euro/m2 boven 200 m2 voor aanvragen boven 1000 m2
  • 1000,00 euro supplement bovenop verkaveling per lot verkaveling met aanleg nieuwe wegenis. 
  • 100,00 euro per lot van een aangevraagde verkaveling.  
  • 50,00 euro per lot voor de wijziging van een verkaveling.  
  • 50,00 euro per projectwijziging op initiatief van aanvrager tijdens periode eerste aanleg en/of beroepsprocedure bij vereenvoudigde procedure.  
  • 100,00 euro per projectwijziging op initiatief van aanvrager tijdens periode eerste aanleg en/of beroepsprocedure bij gewone procedure.  
  • 150,00 euro per projectvergadering.  
  • 500,00 euro supplement bij aanvraag met project-MER. 
  • 5000,00 euro voor een planologisch attest.  
  • Tegen kostprijs opmaak RUP nav planologisch attest, ten voordele van begunstigde, incl. juridisch advies.  
  • Tegen kostprijs voor gefactureerde externe adviezen van Aquafin, Inter, … 
  • 150,00 euro voor het digitaliseren van analoge aanvragen zonder medewerking van architect, andere worden niet gedigitaliseerd door het lokaal bestuur. 
  • 10,00 euro per ingescand bouwplan. 
  • 25,00 euro per gele affiche in de procedure (openbaar onderzoek, beslissing, tweede affiche wegens niet afhalen, verloren met de post, …).   
  • 50 euro voor de meldingen van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van klasse 3.  
  • 25 euro voor de vereenvoudigde meldingen van ingedeelde inrichtingen of activiteiten van klasse 3 (ingedeelde inrichtingen of activiteiten bij een woning en onlosmakelijk verbonden aan de woonfunctie).  
  • 250 euro voor de exploitatie of verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 2 en voor de mededeling van omzetting van een milieuvergunning klasse 2 naar een omgevingsvergunning voor onbeperkte termijn indien dit niet kan via de korte procedure.  
  • 500 euro voor de exploitatie of verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 1 zonder MER- of VR-verplichting en voor de mededeling van omzetting van een milieuvergunning klasse 1 naar een omgevingsvergunning voor onbeperkte termijn indien dit niet kan via de korte procedure.  
  • 1000 euro voor de exploitatie of verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 1 met MER- of VR-verplichting.  
  • 250 euro voor de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 3 die daardoor een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 2 wordt.  
  • 75 euro voor de mededeling van kleine verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit van klasse 2.  
  • 100 euro voor de mededeling, via de korte procedure, van omzetting van een milieuvergunning naar een omgevingsvergunning voor onbeperkte termijn.  
  • 500 euro voor het wijzigen van de milieuvoorwaarden van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 1.  
  • 250 euro voor het wijzigen van de milieuvoorwaarden van een ingedeelde inrichting of activiteit klasse 2.  
  • 50 euro voor een melding van de overdracht van de vergunning voor een ingedeelde inrichting of activiteit.  
  • 75 euro voor een tijdelijke ingedeelde inrichting of activiteit of een eenmalige activiteit.  

Artikel 4.

Het belastingbedrag zal verhoogd worden met:  

  • De publicatiekosten voor het openbaar onderzoek zoals dit blijkt uit de facturen van de desbetreffende krantengroepen.  
  • De kosten van aangetekende zendingen met betrekking tot de organisatie van het openbaar onderzoek en bekendmaking beslissing.  

Artikel 5.

Vrijstelling van belasting wordt verleend aan:  

  • De staat, het gewest, de provincies en de gemeenten voor de ingedeelde inrichtingen of activiteiten bestemd voor een dienst van openbaar nut.  
  • De intercommunales.  
  • Het O.C.M.W. en de kerkfabrieken.  
  • Instellingen die zich inlaten met onderwijs, zieken- en bejaardenzorg.  
  • Inrichtingen geëxploiteerd door beschutte werkplaatsen.  
  • Autonome gemeentebedrijven.  

Artikel 6.

De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.  

Artikel 7.

De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.

Artikel 8.

De regels betreffende de invordering, de verwijlintresten en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelasting.