Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25/4/2014 betreffende de omgevingsvergunning' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld.
De bedragen waren al enige jaren onveranderd en zijn verhoogd naar analogie met de buurgemeenten.
Door de digitale aanvragen en de nieuwe regelgeving kruipt er ook meer tijd in om adviezen op te vragen, adviezen te analyseren en de aanvraag af te toetsen aan nieuwe regelgeving.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op de aanvraag van omgevingsvergunningen.
Artikel 2.
Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het verkavelen van gronden, is de belasting verschuldigd door de verkavelaar van de te verkavelen gronden. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het exploiteren of veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit, is de belasting verschuldigd door de exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor stedenbouwkundige handelingen, is de belasting verschuldigd door de bouwheer.
Artikel 3.
De belasting bedraagt:
Artikel 4.
Het belastingbedrag zal verhoogd worden met:
Artikel 5.
Vrijstelling van belasting wordt verleend aan:
Artikel 6.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8.
De regels betreffende de invordering, de verwijlintresten en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelasting.