Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de foorinrichtingen opgericht op privaat terrein' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de foorinrichtingen opgericht op privaat terrein. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de inrichting.
Artikel 2.
Deze belasting zal berekend worden in evenredigheid tot de oppervlakte van de inrichting aan 0,50 EUR /m².
Artikel 3.
De foorkramer zal minstens acht dagen voordat hij de uitbating van zijn inrichting begint, aan het college van burgemeester en schepenen, een verklaring sturen waarin hij het opstellen van zijn inrichting laat kennen, alsook de aard en de oppervlakte hiervan, alsmede de duur van de opstelling.
Artikel 4.
Het opmeten van de beslagen oppervlakte gebeurt door de zorgen van het gemeentebestuur.
Artikel 5.
De belasting is éénmalig verschuldigd voor de duur van de bezetting.
Artikel 6.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.