Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolking- of vreemdelingenregister goed te keuren.
Dit reglement komt in de plaats van het retributiereglement op tweede verblijven. In hoofdzaak om plaats te geven aan alle panden die gebruikt worden voor een woonfunctie, maar om een bepaalde reden niet als hoofdverblijfplaats, en bijgevolg zonder een inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Hieronder vallen de gekende recreatieverblijven waar geen domicilie is toegestaan. Maar ook andere woningen, waar men wel een domicilie kan vestigen worden hier opgenomen indien ze niet tot hoofdverblijfplaats dienen.
De hervorming van het reglement is nodig om beter af te stemmen op de huidige regelgeving betreffende stedenbouw en leegstand. Het achterpoortje om een leegstaande woning als tweede verblijf te registreren en zo een veel lagere belasting te betalen wordt hiermee gesloten.
De belasting wordt herleid naar 1 tarief voor de verblijven waar geen domicilie gevestigd kan worden en 1 tarief voor de panden waar dat wel mogelijk is.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Voor dit reglement zijn volgende begripsomschrijvingen van toepassing:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Belastbaar feit:
De gemeente Hamme heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister.
Artikel 2. Berekeningsgrondslag en tarief:
§1. De belasting is ineens en voor het hele jaar verschuldigd.
§2. De belasting is verschuldigd voor elke gebruikte woning zonder inschrijving in het bevolking- en/of vreemdelingenregister en wordt vastgesteld op:
€ 500 voor een gebruikte woning waar om stedenbouwkundige redenen geen inschrijving als hoofdverblijfplaats mogelijk is.
€ 750 voor een gebruikte woning waar om stedenbouwkundige redenen wel inschrijving als hoofdverblijfplaats mogelijk is.
De belasting blijft verschuldigd ongeacht of de gebruikte woning te koop wordt gesteld, ongeacht de duur van eventuele verhuring.
§3. Als één van de zakelijke rechten in onverdeeldheid toebehoort aan meer dan één persoon zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
Artikel 3. De aangifteplicht:
§1. De belastingplichtige moet jaarlijks, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, een aangifte indienen bij het lokaal bestuur op een door het lokaal bestuur aangeboden formulier of op een digitaal aanvraagformulier, voor zover dit laatste beschikbaar is. Deze aangifte dient aangevuld te worden met de nodige bewijsstukken, zoals omschreven in de begripsomschrijving gebruikte woning.
§2. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§3. De administratie kan de belastingplichtige een "voorstel van aangifte" bezorgen. De belastingplichtige dient dit voorstel vervolgens, en ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, terug te sturen. Als de gegevens op dit voorstel onjuist, onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Artikel 4. Ambtshalve aanslag:
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in het reglement vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de belastingadministratie beschikt.
§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
Artikel 5. Inning:
§1. Het lokaal bestuur Hamme vestigt de belasting door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6. Bezwaar:
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen ingediend worden: