Terug
Gepubliceerd op 19/12/2025

Besluit  gemeenteraad

ma 15/12/2025 - 20:00

Retributiereglement voor het parkeren in blauwe zone en zones voor tijdsgelimiteerd parkeren - aanpassing - goedkeuring

Aanwezig: Jan Laceur, raadsvoorzitter
Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters, Gilles Verbeke, gemeenteraadsleden
André Reuse, algemeen directeur
Verontschuldigd: Michaël Van Pottelberghe, gemeenteraadslid

Het Agentschap Binnenlands Bestuur stelde vast dat de gemeente in het retributiereglement op het parkeren, een onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse nummerplaathouders wat betreft de aanrekening van de kosten voor een eerste aanmaning in verband met de invordering van parkeerretributies. Voor binnenlandse bestuurders is de eerste aanmaning gratis, terwijl deze voor buitenlandse bestuurders betalend is.
Wanneer de kosten voor de eerste betalingsaanmaning uitsluitend aangerekend worden aan houders van een buitenlandse nummerplaat, handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dit beginsel belet namelijk dat een buitenlandse nummerplaathouder anders behandeld wordt dan een binnenlandse nummerplaathouder.

Artikel 6 van het reglement dient dan ook aangepast te worden.

JURIDISCHE CONTEXT:

  • Het Koninklijk Besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, ook aangeduid als de wegcode.
  • Het Ministerieel Besluit van 9 januari 2007 betreffende de gemeentelijke parkeerkaart.
  • Het gemeenteraadsbesluit van 25 oktober 2023, waarbij een retributie geheven wordt op het parkeren in blauwe zone en zones voor tijdsgelimiteerd parkeren.
  • Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 40§3 dat de bevoegdheid tot het vaststellen van reglementen bij de gemeenteraad legt.
  • Koninklijk besluit van 30 november 1976 tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen.
  • De wet van 4 mei 2023 houdende invoeging van boek XIX “Schulden van de consument” in het Wetboek van economisch recht, Artikels XIX.1 t.e.m. XIX.13 Wetboek van economisch recht.
  • De Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties.

FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:

  • De gemeente wenst een gedifferentieerd parkeerbeleid te voeren i.f.v. het aanbieden van parkeerplaatsen voor zijn inwoners en bezoekers en i.f.v. het sturen van het autogebruik. Ter uitvoering van dit beleid wordt in verschillende delen van het grondgebied de parkeertijd beperkt door het invoeren van "betalend parkeren". In functie van parkeren door inwoners of zorgverleners worden parkeerkaarten uitgereikt door de parkeerconcessionaris.
  • Met het parkeerbeleid wordt een evenwicht nagestreefd tussen de verschillende parkeerbehoeftes van de verschillende gebruikers.
Publieke stemming
Aanwezig: Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters, Gilles Verbeke, André Reuse
Voorstanders: Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe
Tegenstanders: Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters
Onthouders: Gilles Verbeke
Resultaat: Met 24 stemmen voor, 3 stemmen tegen, 1 onthouding

BESLUIT:

Artikel 1.

Er wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen, op de openbare weg of op het openbaar domein, waar een blauwe zone of een zone voor tijdsgelimiteerd parkeren is voorzien.

Aan de retributie op het parkeren in een blauwe zone en op plaatsen voor tijdsgelimiteerd parkeren wordt onderworpen:

  • het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is én waar een blauwe zone-reglement van toepassing is overeenkomstig artikel 27.1 en 27.02 van de wegcode;
  • het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar dat parkeren toegelaten is en de parkeerduur beperkt is als volgt:
    • via het aanbrengen van een onderbord dat de parkeerduur beperkt, onderbord aangebracht onder een bord E9A tot E9h
    • via het aanbrengen van een onderbord dat een maximale parkeerduur vermeldt, onderbord aangebracht onder een bord E1 en E3.

Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.

Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.

Art. 2.

De retributie wordt als volgt vastgesteld:

Het parkeren is gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden en mits het plaatsen van een parkeerschijf.

Het parkeren geeft aanleiding tot een ondeelbaar forfaitair bedrag van € 25 per dag:

  • Voor elke periode die langer is dan deze die gratis is. De retributie is voor de ganse dag verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden.
  • In geval de parkeerschijf niet zichtbaar wordt geplaatst of de geplaatste schijf niet voldoet aan het door de minister van Verkeerswezen bepaalde model. De retributie is voor de ganse dag verschuldigd door het voltrekken van bedoelde retributieplichtige feiten.
  • In geval de gebruiker onjuiste aanduidingen op de schijf laat verschijnen of de aanduidingen wijzigt zonder dat het voertuig de parkeerplaats heeft verlaten. de retributie is voor de ganse dag verschuldigd door het voltrekken van bedoelde retributieplichtige feiten.

De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1.12.1975.

Zijn niet onderworpen aan de retributie:

  • Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap. Het statuut van "persoon met een handicap" wordt beoordeeld op het ogenblik van parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 7 mei 1999. Bij gebreke aan het aanbrengen van voormelde parkeerkaart op voormelde wijze is het ondeelbaar forfaitair bedrag van € 25 per dag van toepassing.

Art. 3.

De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig. Indien de gebruiker niet gekend is, is de retributie verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig.

De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden.

Art. 4.

Een afwijking op het retributiereglement wordt toegekend aan bewoners die in het bezit zijn van een (digitale) parkeerkaart bewoners.

Enkel bewoners met een hoofdverblijfplaats in de straten die ressorteren onder de betalende of de blauwe zone of bewoners met een hoofdverblijfplaats in straten en pleinen ingesloten tussen deze betalende of blauwe zones en waar geen parkeerplaatsen zijn, komen in aanmerking voor de uitreiking van een bewonerskaart. Per domicilieadres worden er meerdere bewonerskaarten toegestaan. De eerste bewonerskaart voor een gegeven domicilieadres is gratis. Vanaf de tweede bewonerskaart op eenzelfde adres bedraagt de kostprijs 75 euro per jaar per bewonerskaart. De retributie wordt vooraf betaald en het bedrag is ondeelbaar.

Een bewonerskaart is steeds gekoppeld aan één kentekenplaat. De bewonerskaarten worden aangevraagd en louter digitaal uitgereikt via de concessiehouder die door de gemeente belast is met de exploitatie van het parkeerbeheer. De bewonerskaart kan verkregen worden voor één of twee jaar en kan na het aflopen van die termijn, indien gewenst, vernieuwd worden.

De parkeerkaarten zijn enkel geldig in de blauwe parkeerzones, niet in de betalende en de zones bestemd voor kortparkeren, en geven het voertuig gekoppeld aan de kaart het recht kosteloos en zonder tijdsbeperking aldaar te parkeren.

De parkeerkaarten van bewoners gedomicilieerd in een betalende zone geeft in deze betalende zone recht op parkeren aan halve prijs doch niet langer dan toegelaten volgens het geldende reglement.

De parkeerkaarten kunnen aangevraagd worden zowel door bewoners die gedomicilieerd zijn in een blauwe zone als door bewoners die gedomicilieerd zijn in een betalende zone als bewoners die in een (deel van een) straat wonen waar geen parkeerplaatsen zijn maar die wordt ingesloten door de blauwe en/of betalende zone gelet op de geldende modaliteiten.

Voor een handelaarsplaat (Z-plaat) of taxinummerplaat kan geen bewonerskaart aangevraagd worden.

De bewonerskaart moet aangevraagd worden bij het parkeerbedrijf-concessiehouder en vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken:

  • Het inschrijvingsbewijs van de wagen waarvoor de kaart wordt aangevraagd.
  • Identiteitskaart van de aanvrager.
  • Indien de wagen op naam van een andere persoon staat: een attest van de verzekering waarop staat dat de aanvrager medebestuurder is.
  • Indien het een bedrijfsvoertuig of leasewagen van de werkgever betreft: attest van de werkgever waarin vermeld staat dat de aanvrager de gebruikelijke bestuurder is (cf. document in bijlage).
  • Indien het een leasewagen van een eigen bedrijf betreft: kopie van het leasecontract en een kopie uit het staatsblad met de statuten van het bedrijf.

Deze retributie is verschuldigd door de titularis van de bewonerskaart.

Art. 5.

De controle en de inning dient te gebeuren overeenkomstig het bedingen van de concessie van openbare dienst.

In ieder geval echter wordt, indien bij controle wordt vastgesteld dat de retributie verschuldigd is, een uitnodiging om de retributie te betalen op de voorruit van het voertuig aangebracht.

Art. 6.

Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald .

De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing ( afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post ) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C), met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:

  • T.a.v. ondernemingen:
    • Eerste betaalherinnering: + 10,00 euro. 
    • Tweede betaalaanmaning: (10,00 euro) + 10,00 euro.
    • Minnelijke aanmaning via de gerechtsdeurwaarder: Overeenkomstig het Koninklijk besluit tot vaststelling van het tarief voor akten van gerechtsdeurwaarders in burgerlijke en handelszaken en van het tarief van sommige toelagen. 
  • T.a.v. consumenten: Overeenkomstig de bepalingen zoals opgenomen in de artikelen XIX.1 t.e.m. XIX.13 van het Wetboek van economisch recht.
    • Eerste betaalherinnering: Gratis + wettelijke wachtperiode.
    • Ingebrekestelling door advocaat of gerechtsdeurwaarder met verhoging forfaitaire vergoeding voor de invorderingskosten volgens wettelijk bepaalde plafonds:
      • 20,00 euro als het verschuldigde saldo lager dan of gelijk is aan 150,00 euro.
      • 30,00 euro vermeerderd met 10 % van het verschuldigde bedrag op de schijf tussen 150,01 euro en 500,00 euro als het verschuldigde saldo tussen 150,01 euro en 500,00 euro is.
      • 65,00 euro vermeerderd met 5 % van het verschuldigde bedrag op de schijf boven 500,00 euro met een maximum van 2000,00 euro als het verschuldigde saldo hoger is dan 500,00 euro.

De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties. ( zie ook: Art XIX.4, 1° WER).

Art. 7.

De voormelde retributie geldt vanaf de start van de concessie van openbare dienst op de controle op gedepenaliseerd parkeren en de inning van de parkeervergoedingen.

Art. 8.

Het reglement van 25 oktober 2023 betreffende de retributie op het parkeren in een blauwe zone wordt opgeheven.