De voorzitter opent de zitting op 15/12/2025 om 23:42.
Van de zitting wordt een audio(visuele) opname gemaakt overeenkomstig artikel 278 §1, 2° en 4° lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Omdat de raad voor maatschappelijk welzijn eerst het meerjarenplan van het OCMW moet vaststellen, zal de raad voor maatschappelijk welzijn voor de gemeenteraad starten.
De gemeenteraad bespreekt de notulen van de zitting van 24 november 2025.
BESLUIT:
Enig artikel.
Keurt de notulen van 24 november 2025 goed.
De agenda van de algemene vergadering van Toerisme Oost-Vlaanderen vzw die plaatsvindt op 16 december 2025 om 20.00 u. wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de algemene vergadering van Toerisme Oost-Vlaanderen vzw van 16 december 2025:
Art. 2.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Toerisme Oost-Vlaanderen vzw:
Wijziging subsidiestroom Regierol Sociale Economie en Werk (SEW) vanaf 2026 – behoud samenwerking IVSES en doorstorting aandeel regierol.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Kennisname van de gewijzigde financieringswijze:
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van de Vlaamse overheid om, vanaf 2026, de middelen voor de Regierol Sociale Economie en Werk (SEW) en de Aanvullende Lokale Diensten (ALD) rechtstreeks aan de lokale besturen uit te keren onder één algemene noemer “Algemene financiering van de gemeenten ter ondersteuning van een lokaal sociale-economiebeleid”. De exacte tijdstippen van uitbetalen werden nog niet bepaald.
Art. 2.
Behoud samenwerking IVSES:
Net zoals besproken tijdens het burgemeestersoverleg DDS van 1 september 2025, erkent en bevestigt ook de gemeenteraad dat het noodzakelijk blijft om de overkoepelende structuur en het informatieplatform van IVSES te behouden, zodat de intergemeentelijke samenwerking binnen het beleidsdomein Sociale Economie en Werk efficiënt kan worden verdergezet.
Art. 3.
Doorstorting aandeel regierol SEW:
Om de werking van IVSES te verzekeren, beslist de gemeenteraad om het aandeel regierol SEW in de ontvangen Vlaamse middelen door te storten aan IVSES, overeenkomstig de onderlinge afspraken tussen de deelnemende gemeenten in het beheerscomité IVSES, waar vertegenwoordigers per lokaal bestuur in zetelen.
Art. 4.
Bijlage bij het besluit:
De gemeenteraad gaat akkoord met de bijlage bij dit besluit waarin de bedragen worden vermeld per lokaal bestuur.
Art. 5.
Verdere procedure:
Het college van burgemeester en schepenen wordt vanaf 2026 belast met:
Art. 6.
Communicatie:
Voor bijkomende vragen of verduidelijkingen kan rechtstreeks contact worden opgenomen met de regisseur Sociale Economie en Werk.
De gemeenteraad neemt akte van de aanstelling van een lokaal toezichthouder milieu vermeld in artikel 16 milieuhandhavingsbesluit.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Mevrouw Ellen De Decker wordt aangesteld als lokaal toezichthouder in toepassing van titel XVI van het DABM voor het grondgebied van de gemeente Hamme.
Art. 2.
De geldigheid van het huidige ambt neemt automatisch een einde op de dag dat de belanghebbende de gemeentelijke administratie verlaat.
De gemeenteraad keurde in zitting van 29 maart 2017 het subsidiereglement m.b.t. het opruimen van zwerfvuil door individuen goed. Het reglement werd op 28 februari 2018 en 19 februari 2020 aangepast en is opnieuw aan herziening toe. Het herziene subsidiereglement wordt ter goedkeuring voorgelegd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de voorgestelde aanpassingen en keurt deze goed.
Art. 2.
De gemeenteraad neemt kennis van het aangepaste reglement, zoals hieronder beschreven, en keurt dit goed.
Artikel 2. Inwoners van de gemeente Hamme kunnen met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 voor het inzamelen van zwerfvuil een subsidie krijgen in de vorm van waardebonnen. Het totaalbedrag van de waardebonnen is vastgelegd op 30 euro per jaar. Deze tegemoetkoming wordt toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.
Artikel 3. Wie in aanmerking wil komen voor de subsidie zoals vermeld in dit reglement, gaat één van de volgende engagementen aan:
§ 1. Opruimen van zwerfvuil langs wegen. Hiervoor moet over een weglengte van minstens 500 meter zwerfvuil opgeruimd worden en dit drie keer per kalenderjaar. Wie twee keer per kalenderjaar over deze minimumafstand aval opgeruimd heeft, komt in aanmerking voor een bon ter waarde van 20 euro.
§ 2. Opruimen van zwerfvuil rond glasbollen in het kader van het glasbolmeter/-peterschapsproject. Glasbolmeters en -peters ontfermen zich over een glasbolsite. Aanvullend op de wekelijkse controle van de glasbolsites door de intercommunale Verko ruimen de glasbolmeters en -peters zwerfvuil op en melden ze sluikstorten en/ of volle glasbollen via Mijn Mooie Straat aan het lokaal bestuur. Ze doen dit op een regelmatige basis, afhankelijk van de noodzaak.
Artikel 4. Opruimacties na privé-evenementen of op private terreinen komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Organisatoren van dergelijke evenementen worden bij de goedkeuring van hun evenement verplicht om in te staan voor de opruiming van het afval dat er uit voortkomt.
Artikel 5. Subsidieaanvragen van minderjarigen zonder begeleiding worden geweigerd om veiligheidsredenen. Uit de aanvraag moet blijken dat er voldoende veiligheidsmaatregelen genomen worden om verkeersongevallen te vermijden.
Artikel 6. De aanvrager handelt niet in opdracht van het lokaal bestuur.
Artikel 7. De subsidie wordt aangevraagd voor het opruimen van afval (al dan niet rond een glasbol) begint. De aanvrager neemt hiertoe contact op met het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur zal vóór de activiteit bedoeld in dit reglement een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden en lichamelijke ongevallen afsluiten.
Artikel 8. De subsidieaanvraag gebeurt via een online aanvraagformulier dat door het lokaal bestuur ter beschikking wordt gesteld.
Artikel 9. Zwerfvuilvrijwilligers, ook Mooimakers genoemd, kunnen zich gedurende het hele kalenderjaar aanmelden. Om in aanmerking te komen voor de subsidie dienen zij wel uiterlijk op 31 oktober van het lopende jaar het minimumaantal opruimsessies, zoals bepaald in art. 3 §1, uitgevoerd te hebben. Elke opruimsessie dient geregistreerd te worden in de Mijn Mooie Straat-app.
Artikel 10. Als de aanvrager een opruimtraject kiest dat al door andere vrijwilligers onderhouden wordt of door het lokaal bestuur met de veegwagen onderhouden wordt, kan het lokaal bestuur de subsidie weigeren.
Artikel 11. De aanvrager kan gratis ondersteunend materiaal krijgen van het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur stelt handschoenen, grijpstokken, zwerfvuilzakken en fluohesjes ter beschikking.
Artikel 12. Als de aanvrager tijdens een opruimacties sluikstort of gevaarlijke afvalstoffen (bijvoorbeeld injectienaalden) aantreft, ruimt hij die niet zelf op. Hij meldt de locatie via Mijn Mooie Straat aan het lokaal bestuur.
Artikel 13. Het ingezamelde afval wordt op vraag van de aanvrager opgehaald door Team openbare netheid van het lokaal bestuur. De aanvrager vraagt de ophaling aan via Mijn Mooie Straat.
Artikel 14. Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur zal de opruimacties controleren via Mijn Mooie Straat. De aanvrager dient hiervoor zijn opruimsessie te registreren via de Mijn Mooie Straat-app.
Artikel 15. De waardebonnen worden toegekend na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 16. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 17. Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de financiële dienst van het lokaal bestuur.
Het huidige gemeentelijk subsidiereglement kleine landschapselementen (KLE's) dateert van 2010 en is aan herziening toe. Het herziene subsidiereglement wordt ter goedkeuring voorgelegd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| Categorie | Huidig | RLSD | Nieuw |
| Aanplant haag, heg, houtkant | € 0,25/plant | € 5/10 planten | € 5/10 planten |
| Aanplant knotbomen | € 2,5/boom | € 5/boom | € 5/boom |
| Aanplant (hoogstamfruit)bomen | € 7,5/boom | € 15/boom | € 15/boom |
| Bebossing kleine bosjes (< 1000 m²) | € 15/are | € 5/10 planten | € 5/10 planten |
| Snoeien hagen | € 0,5/lopende meter | € 3/lopende meter | € 1/lopende meter |
| Snoeien heggen, houtkant | € 1/lopende meter | € 3/lopende meter | € 3/lopende meter |
| Knotten knotbomen | € 6,25/boom | € 18,75/boom | € 12/boom (5-jaarlijks) |
| Afzetten hakhoutbosje | € 8/are | € 24/are | € 24/are (7-jaarlijks) |
| Snoei jonge hoogstamfruitboom | - | € 5/boom (tot 5 jaar) | € 5/boom (tot 5 jaar na aanplant) |
| Snoei volwassen hoogstamfruitboom | - | € 10/boom (3-jaarlijks) | € 10/boom (3-jaarlijks) |
| Onderhoud waardevolle bomen door specialist | - | 50 % kost (5-jaarlijks) | 50 % kost (5-jaarlijks) |
| Aanleg of ruimen poel | € 2,5/m² | € 2,5/m² | € 2,5/m² (5-jaarlijks) |
| Ruimen sloot (historisch grasland) | € 1,25/lopende meter | € 1,25/lopende meter | € 1,25/lopende meter (5-jaarlijks) |
| Jaar | Reglement 2020-2025 | Reglement 2026-2031 |
| 2020 | € 932,50 | € 1808,00 |
| 2021 | € 2502,75 | € 3898,50 |
| 2022 | € 1270,00 | € 2084,50 |
| 2023 | € 2060,00 | € 2571,00 |
| 2024 | € 1906,25 | € 2192,00 |
| 2025 | € 2275,25 | € 3148,00 |
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de voorgestelde aanpassingen en keurt deze goed.
Art. 2.
De gemeenteraad neemt kennis van het aangepaste reglement, zoals hieronder weergegeven, en keurt dit goed.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Artikel 2. Binnen de perken van de jaarlijks op de begroting voorziene en goedgekeurde kredieten verleent het college van burgemeester en schepenen een subsidie voor de aanleg en het beheer van kleine landschapselementen.
Artikel 3. De betoelaagde kleine landschapselementen zijn gelegen, volledig of gedeeltelijk, op percelen binnen of grenzend aan percelen met bestemming landbouw, bos, overig groen, reservaat- en natuurgebied van de gemeente Hamme. Voor percelen gedeeltelijk gelegen in de aangeduide bestemmingsgebieden wordt enkel een subsidie uitgekeerd voor de kleine landschapselementen die zich bevinden op dit deel van de percelen gelegen in de aangeduide gebieden. Voor het beheer van waardevolle bomen en houtig erfgoed alsook voor de aanplant en het beheer van hoogstamboomgaarden geldt deze beperking niet.
Artikel 4. De aanleg of het beheer van kleine landschapselementen heeft geen commerciële doeleinden (boomkwekerij, …).
Artikel 5. De aanleg of het beheer van kleine landschapselementen kan geen verplichting zijn die voortkomt uit voorwaarden die werden opgelegd bij een (omgevings)vergunning of machtiging.
Artikel 6. De aangevraagde betoelaging bedraagt maximum € 500 per aanvrager per jaar.
Artikel 7. Indien de aanvrager geen eigenaar of pachter is van de percelen waarop de kleine landschapselementen aanwezig zijn, moet hij over een schriftelijke toestemming van de eigenaar of pachter beschikken voor het uit te voeren beheer en het ontvangen van de subsidie.
Artikel 8. De betoelaagde werken moeten deskundig gebeuren, met respect voor de betrokken kleine landschapselementen en de bijhorende planten en dieren. Advies hierover kan verkregen worden bij Regionaal Landschap Schelde-Durme of tal van websites zoals www.ecopedia.be
Artikel 9. Voor de aanleg of het beheer van kleine landschapselementen die enkel betoelaagd worden na gunstig advies van Regionaal Landschap Schelde-Durme voert het Regionaal Landschap samen met de aanvrager die een aanvraag tot subsidie wenst in te dienen een terreinbezoek uit. Op basis van dit terreinbezoek levert het Regionaal Landschap ondersteuning bij:
Artikel 10. Volgende subsidies worden toegekend:
Artikel 11. De voorwaarden voor subsidiëring zijn:
Artikel 12. Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Dit houdt in dat:
Artikel 13. Volgende subsidies worden toegekend:
Artikel 14. Voorwaarden voor subsidiëring zijn:
Artikel 15. Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Dit houdt in dat de betoelaagde aanplantingen gevrijwaard worden tegen schade vanwege vee of wild, indien vee of wild aanwezig is. Advies hierover kan verkregen worden bij Regionaal Landschap Schelde-Durme of tal van websites zoals www.ecopedia.be.
Artikel 16. Volgende subsidies worden toegekend:
Artikel 17. Voorwaarden voor subsidiëring zijn:
Artikel 18. Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Hieronder wordt verstaan:
Artikel 19. Volgende subsidies worden toegekend:
Artikel 20. Voorwaarden voor subsidiëring zijn:
Artikel 21. Met het indienen of laten indienen van de aanvraag verbindt de eigenaar of pachter zich tot de nodige instandhoudingszorg. Hieronder wordt verstaan:
Artikel 22. De aanvragen tot betoelaging worden ten laatste 3 maanden na de uitvoering van de werken ingediend bij Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur Hamme/ het college van burgemeester en schepenen. Voor het indienen van de aanvraag wordt gebruik gemaakt van de modelformulieren die bij Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur Hamme of het Regionaal Landschap Schelde-Durme te verkrijgen zijn.
Artikel 23. De aanvraag tot uitbetaling bevat minstens het correct ingevuld aanvraagformulier met:
Artikel 24. De aanvraag wordt aangevuld met:
Artikel 25. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de toekenning van de subsidie en het bedrag ervan. Deze beslissing wordt genomen na controle door het Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur of het Regionaal Landschap Schelde-Durme op de correcte uitvoering van de aangevraagde werken en in functie van landschappelijke, ecologische, landbouwkundige, juridische en planmatige aspecten.
Artikel 26. Indien niet aan deze voorwaarden voldaan wordt meldt Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur de onontvankelijkheid aan de aanvrager. Deze beschikt steeds over de mogelijkheid een aangepaste aanvraag opnieuw voor te leggen.
Artikel 27. Het college van burgemeester en schepenen beslist binnen de 9 maanden over de goedkeuring van de subsidie en het bedrag ervan. Indien deze termijn wordt overschreden wordt de aanvraag geacht principieel goedgekeurd te zijn.
Artikel 28. Wanneer de uitvoering onvolledig of gebrekkig is kan de subsidie bij beslissing van het college van burgemeester en schepenen verminderd, uitgesteld of geweigerd worden. Vermindering, uitstelling of weigering van de subsidie wordt in alle geval gemotiveerd.
Artikel 29. Als het totaalbudget van de subsidieaanvragen groter is dan het beschikbare budget in de begroting worden de subsidies toegekend op basis van de aanvraagdatum.
Artikel 30. Als het totaalbudget van de subsidieaanvragen groter is dan het beschikbare budget in de begroting gaan de niet betoelaagde subsidieaanvragen automatisch over naar het volgende jaar.
Artikel 31. Bij discussie over wie de subsidie toekomt, wordt geen uitbetaling uitgevoerd.
Artikel 32. De subsidie kan door het college van burgemeester en schepenen geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd wanneer belangrijke delen van de werken niet zijn gerealiseerd, door kennelijk gebrek aan zorg niet in stand zijn gehouden of indien sprake is van fraude (dubbele subsidiëring, valse verklaringen …).
Artikel 33. In geval van vermoeden van fraude door de aanvrager worden de werken waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitgesloten van verdere subsidieaanvraag.
Artikel 34. Dit reglement vervangt het gemeentelijk subsidiereglement kleine landschapselementen van 24 november 2010.
Artikel 35. Dit reglement treedt in werking op datum van 1 januari 2026 en eindigt op 31 december 2031.
De gemeenteraad keurde in zitting van 29 maart 2017 het subsidiereglement m.b.t. het opruimen van zwerfvuil door scholen en verenigingen goed. Het reglement werd op 28 februari 2018 en 19 februari 2020 aangepast en is opnieuw aan herziening toe. Het herziene subsidiereglement wordt ter goedkeuring voorgelegd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van de voorgestelde aanpassingen in het reglement en keurt deze goed:
Subsidiereglement m.b.t. het opruimen van zwerfvuil door verenigingen:
Artikel 1: Voor de toepassing van dit reglement gelden volgende definities:
Artikel 2.
Verenigingen in de gemeente Hamme kunnen met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een subsidie aanvragen voor het inzamelen van zwerfvuil. De subsidie wordt toegekend onder de voorwaarden van dit reglement.
Artikel 3.
De vereniging die in aanmerking wil komen voor de subsidie zoals vermeld in dit reglement, gaat het engagement aan om de opruimactie drie keer per kalenderjaar te organiseren. Het subsidiebedrag is afhankelijk van de lengte van het opruimtraject. De vergoeding bedraagt 50 euro per kilometer weglengte, met een maximum van 500 euro per deelnemende vereniging per kalenderjaar. Wie de opruimactie twee keer tijdens hetzelfde kalenderjaar uitgevoerd heeft, kom in aanmerking voor 67% van het subsidiebedrag.
Artikel 4.
Opruimacties na privé-evenementen of op private terreinen komen niet in aanmerking voor deze subsidie. Organisatoren van dergelijke evenementen worden bij de goedkeuring van hun evenement verplicht om in te staan voor de opruiming van het afval dat er uit voortkomt.
Artikel 5.
Subsidieaanvragen waaraan kinderen jonger dan 10 jaar zullen deelnemen worden geweigerd om veiligheidsredenen. Uit de aanvraag moet blijken dat er voldoende veiligheidsmaatregelen genomen worden om verkeersongevallen te vermijden.
Artikel 6.
De deelnemers aan een zwerfvuilactie handelen niet in opdracht of onder toezicht van het lokaal bestuur. De organiserende vereniging zorgt zelf voor een verzekering burgerlijke aansprakelijkheid voor schade aan derden en lichamelijke ongevallen van de deelnemers.
Artikel 7.
De subsidieaanvraag gebeurt via een online aanvraagformulier dat door het lokaal bestuur ter beschikking wordt gesteld.
Artikel 8.
De vereniging dient de aanvraag in vóór de opruimacties uitgevoerd worden.
Artikel 9.
De organisatoren kunnen gratis ondersteunend materiaal aanvragen bij het lokaal bestuur. Het lokaal bestuur stelt handschoenen, grijpstokken, zwerfvuilzakken en fluohesjes ter beschikking.
Artikel 10.
Als deelnemers tijdens een opruimactie sluikstort of gevaarlijke afvalstoffen (bijvoorbeeld injectienaalden) aantreffen, ruimen zij die niet zelf op. Ze melden de locatie via Mijn Mooie Straat aan het lokaal bestuur.
Artikel 11.
Het ingezamelde afval wordt op vraag van de organisator opgehaald door Team openbare netheid van het lokaal bestuur. De organisator vraagt de ophaling aan via Mijn Mooie Straat.
Artikel 12.
Team milieu en klimaat van het lokaal bestuur zal de opruimacties controleren via Mijn Mooie Straat. De organisator dient hiervoor zijn opruimsessie te registreren via de Mijn Mooie Straat-app.
Artikel 13.
Het subsidiebedrag wordt betaald op het einde van het kalenderjaar waarin de opruimacties plaatsvinden en na goedkeuring door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 14.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Artikel 15.
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de financiële dienst van het lokaal bestuur.
Bespreking verhoging bedrag maaltijdcheques vanaf 1 januari 2026.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad beslist principieel akkoord te gaan met een verhoging van de waarde van de maaltijdcheques, onder voorbehoud van de nog vereiste wetswijzigingen die een aanpassing mogelijk maken, en beslist artikel 203 §1 van de rechtspositieregeling voor het gemeentepersoneel aan te passen als volgt:
Art 203 : §1 Het personeelslid heeft recht op maaltijdcheques. De werknemersbijdrage bedraagt 1,09 EUR en het restbedrag valt ten laste van de werkgever. De waarde van één maaltijdcheque bedraagt vanaf 1 januari 2026 10 EUR.
Bij onvolledige prestaties of prestaties die niet geleverd zijn gedurende het werkjaar, wordt het bedrag op jaarbasis, vermeld in het eerste lid, pro rata verminderd. De modaliteiten van de toekenning van de maaltijdcheques worden verder geregeld in een afzonderlijk reglement. Het personeelslid ontvangt een betaalkaart voor elektronische maaltijdcheques. Bij diefstal of verlies van de betaalkaart wordt een nieuwe kaart ter beschikking gesteld tegen kostprijs. Dit bedrag zal echter nooit meer zijn dan de waarde van één maaltijdcheque.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement verplicht jaarlijks wordt gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor aanslagjaar 2026. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Art. 2.
Voor het aanslagjaar 2026 worden ten bate van de gemeente 1.039 opcentiemen geheven op de onroerende voorheffing.
Art. 3.
De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement verplicht jaarlijks wordt gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuw te worden voor aanslagjaar 2026. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Art. 2.
Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van het aanslagjaar.
Art. 3.
De belasting wordt vastgesteld op 8,00 % van het overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 4.
De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen door het toedoen van het bestuur der directe belastingen geschieden, overeenkomstig de bepalingen vervat in de artikelen 466 e.v. van het Wetboek van de inkomstenbelastingen.
Op basis van een bovenlokale evaluatie van het leegstandsreglement werd duidelijk dat enkele aanpassingen nodig zijn.
Zo wordt in het nieuwe reglement voorzien dat effectief, niet-occasioneel gebruik onder voorwaarden opnieuw mogelijk wordt. Daarnaast werden de vrijstellingsmogelijkheden onderworpen aan een update. De leegstandsbelasting werd opgetrokken en daarmee beter afgestemd op de veel hogere belasting in de clustergemeente Zele en de andere gemeenten in de werkingsregio van de IGS wonen. Het reglement werd ook afgestemd op de nieuwe regelgeving betreffende de gebruikte woningen (voorheen de tweede verblijven). Ook de nieuwe regelgeving inzake beroep tegen een registratie is opgenomen. De schrappingsprocedure is verder uitgeschreven, inclusief schrapping bij sloop.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen: Voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
1.1. Algemene begripsomschrijvingen:
1.2. Specifieke begripsomschrijvingen:
Artikel 2.
Leegstandregistratie
2.1. Leegstandregister:
§1. De administratie houdt twee afzonderlijke lijsten bij, die samen ondergebracht worden in het leegstandsregister:
§2. In elke lijst worden minimaal volgende gegevens opgenomen:
2.2. Registratie van leegstand:
§1. De personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen belast zijn met de opsporing van leegstand, beschikken over de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Een leegstaand gebouw of een leegstaande woning wordt opgenomen in het leegstandsregister op basis van een genummerde administratieve akte, waaraan één of meerdere foto’s en een beschrijvend verslag zijn toegevoegd waarin de indicaties die de leegstand staven, worden vermeld.
§3. De leegstand wordt beoordeeld op basis van één of meerdere objectieve indicaties zoals vermeld in de volgende lijst:
1° Administratieve vaststellingen:
2° Materiële vaststellingen ter plaatse:
Als uit de feitelijke indicaties niet onmiddellijk vastgesteld kan worden dat de leegstand al minimaal twaalf opeenvolgende maanden aanhoudt, voert de administratie een tweede controle uit.
2.3. Kennisgeving registratie:
§1. De houder(s) van het zakelijk recht worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het leegstandsregister. Indien zij hierom verzoeken en dit voor de administratie mogelijk is, kan de verdere communicatie na de kennisgeving ook via digitale aangetekende zendingen verlopen, met uitzondering van de indiening van beroepschriften aan de beroepsinstantie.
Deze kennisgeving bevat:
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Indien de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht niet gekend is, wordt de beveiligde zending gericht aan diens verblijfplaats. Indien de verblijfplaats eveneens onbekend is, vindt de betekening plaats op het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft. De datum van de beveiligde zending van kennisgeving staat gelijk aan de datum van vaststelling en geldt als de opnamedatum in het register van leegstand.
2.4. Beroep tegen registratie:
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de dag na het beveiligd schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het leegstandsregister.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het leegstandsregister geregistreerd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van artikel 5 §1 niet verstreken is.
§6. De administratieve eenheid onderzoekt de gegrondheid van ontvankelijke beroepschriften op basis van de voorgelegde stukken, wanneer de feiten rechtstreeks en eenvoudig vast te stellen zijn, of voert een feitenonderzoek uit indien dit noodzakelijk is. De beroepsinstantie neemt haar beslissing op grond van het administratief onderzoek dat door de administratieve eenheid werd uitgevoerd. Het beroep wordt als ongegrond beschouwd wanneer de toegang tot het gebouw of de woning wordt geweigerd of verhinderd, waardoor het feitenonderzoek niet kan plaatsvinden.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na ontvangst van het beroepschrift. De beslissing wordt per beveiligde zending betekend.
§8. De houder van het zakelijk recht heeft de mogelijkheid om de beslissing, genomen in artikel 5 §7, van de beroepsinstantie te weerleggen bij de rechtbank van eerste aanleg. Deze betwisting dient binnen een termijn van drie maanden te gebeuren na kennisgeving van de beslissing. Doet de houder van het zakelijk recht dit niet, dan is de beslissing van het college van burgemeester en schepenen definitief.
Indien de beslissing over de opname in het leegstandsregister binnen de drie maanden niet wordt betwist bij de rechtbank van eerste aanleg, is het voor de houder van het zakelijk recht niet meer mogelijk dit later te doen bij een belastingaanslag.
Een toepassing van artikel 5 §8 is mogelijk wanneer alle administratieve beroepsmiddelen bij de gemeente zijn uitgeput. Indien dit niet gebeurt, is een zaak voor de Rechtbank van Eerste Aanleg onontvankelijk.
§9. Als de beslissing tot opname in het leegstandsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het leegstandsregister op vanaf de datum van de beveiligde zending van kennisgeving.
2.5 Schrapping uit het leegstandregister:
§1. Een leegstaande woning wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat de leegstaande woning gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden aangewend wordt overeenkomstig de functie, zoals omschreven in artikel 1. De datum van schrapping is de eerste dag van aanwending overeenkomstig de functie. Het effectief gebruik zal blijken uit de inschrijvingen in de bevolkingsregisters of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§2. Een leegstaand gebouw wordt uit het leegstandsregister geschrapt als een houder van het zakelijk recht bewijst dat meer dan de helft van de totale vloeroppervlakte overeenkomstig de functie aangewend wordt gedurende een termijn van ten minste zes opeenvolgende maanden, zoals omschreven in artikel 1. De datum van schrapping is de eerste dag van de aanwending overeenkomstig de functie. De administratie stelt deze aanwending vast via administratieve data of desgevallend na een onderzoek ter plaatse.
§3. Wanneer een leegstaande woning of een leegstaand gebouw gesloopt is en het volledige puin van het perceel verwijderd is, is de houder van het zakelijk recht verplicht dit te melden aan de administratie. Indien de houder(s) van het zakelijk recht met gedateerde bewijsstukken kunnen aantonen dat de sloop al eerder heeft plaatsgevonden, kan de administratie de schrapping uit het leegstandsregister uitvoeren op de datum van de sloop, zoals bewezen door de ingediende bewijsstukken. De administratie dient de situatie ter plaatse te controleren voordat de schrapping effectief wordt uitgevoerd.
§4. Voor de schrapping uit het leegstandsregister richt de houder van het zakelijk recht een verzoek aan de administratie. Dit kan zowel door het invullen van de digitale schrappingsaanvraag van de administratie als door het indienen van een schriftelijke schrappingsaanvraag per zending, per mail.
Artikel 3.
De belasting
3.1. Belasting op leegstaande woningen en gebouwen:
§1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het gemeentelijk leegstandsregister. De definities van woningen, gebouwen, leegstaande woning, leegstaand gebouw en leegstandsregister zijn omschreven in artikel 1.
§2. De belasting voor een leegstaande woning of een leegstaand gebouw is voor het eerst verschuldigd vanaf het ogenblik dat die woning of dat gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden is opgenomen in het leegstandsregister.
Zolang het gebouw of de woning niet uit het leegstandsregister is geschrapt, blijft de belasting verschuldigd op het ogenblik dat een nieuwe termijn van twaalf maanden verstrijkt.
3.2. Belastingplichtige:
§1. De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de leegstaande woning of het leegstaande gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger voorafgaandelijk in kennis van het feit dat het goed is opgenomen in het leegstandsregister. Na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte stelt de notaris de administratie in kennis van de overdracht. Daarbij worden de overdrachtsdatum en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder van het zakelijk recht meegedeeld.
De administratie controleert proactief via MAGDA (maximale gegevensdeling tussen administraties) bij de opmaak van de kohierlijst of er nieuwe houders van het zakelijk recht zijn.
3.3. Tarief van de belasting:
Het bedrag van de belasting wordt, zowel voor een woning als voor een gebouw, vastgesteld op:
2.000 euro na de eerste verjaardag van registratie.
3.500 euro na de tweede verjaardag van registratie.
5.000 euro na de derde verjaardag van registratie.
6.500 euro na de vierde verjaardag van registratie.
8.000 euro na de vijfde verjaardag van registratie = plafond.
Bij elke overdracht naar een nieuwe houder van het zakelijk recht blijft het aantal termijnen van twaalf opeenvolgende maanden dat het pand op het register staat behouden en wordt het niet opnieuw berekend vanaf de datum van overdracht of de eerste aanslag van de nieuwe houder van het zakelijk recht.
De nieuwe houder van het zakelijk recht komt in aanmerking voor het aanvragen van een vrijstelling zoals beschreven in artikel 10 §3 3°.
3.4. Vrijstellingen:
§1. Een vrijstelling van belasting kan aangevraagd worden door het aanvraagformulier via beveiligde zending in te dienen of via het digitale aanvraagformulier van de intergemeentelijke samenwerking Woonpunt DDS. De administratie is verantwoordelijk voor de opmaak van het advies, waarna de beroepsinstantie zal oordelen. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling, dient de gevraagde bewijsstukken aan te leveren.
§2. De beslissing over een aanvraag tot vrijstelling kan ook ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 11.
§3. Van de leegstandbelasting zijn vrijgesteld:
§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:
Vooraleer de verlenging toegekend wordt, kan een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken ter controle door de administratie uitgevoerd worden.
Wanneer blijkt dat er niet voldoende werken werden uitgevoerd, wordt de verlenging door de beroepsinstantie geweigerd. Indien er een plaatsbezoek wordt geweigerd of indien de administratie geen toegang wordt verleend, wordt de verlenging automatisch geweigerd.
Deze aanvraag tot verlenging moet ingediend worden uiterlijk op het moment dat de vrijstellingsperiode verstrijkt.
8. Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van leegstaande woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
9. De belastingsplichtige wordt een vrijstelling verleend wanneer een aanvraag tot vrijstelling wegens tijdelijk gebruik is ingediend en aanvaard. Deze vrijstelling wordt toegekend voor een periode van één jaar volgend op het ter beschikking stellen van de woning of het gebouw voor minimaal 6 maanden voor een tijdelijk (socio-)cultureel initiatief of een pop-up handels- of horecazaak op voorwaarde dat deze aan de wettelijke vereisten voldoet en het effectieve gebruik duidelijk waarneembaar is. Binnen deze 6 maanden wordt zowel de voorbereiding als de effectieve activiteit of uitbating begrepen. Deze aanvraag tot vrijstelling moet uiterlijk 1 maand na de start van de terbeschikkingstelling ingediend worden en bevat minstens een kopie van de overeenkomst tijdelijk gebruik. Op deze vrijstelling kan maximaal 2 aanslagjaren beroep worden gedaan.
3.5. Bezwaar:
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
3.6. Inkohiering:
§1. De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier welke worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen
Artikel 4.
Inwerkingtreding:
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. Woningen en gebouwen die reeds opgenomen zijn in het gemeentelijk leegstandsregister blijven opgenomen met behoud van initiële opnamedatum.
§3. Woningen en gebouwen die reeds een vrijstelling van belasting toegekend kregen blijven behouden deze vrijstelling voor de duurtijd die werd toegekend.
Op basis van een bovenlokale evaluatie van het verwaarlozingsreglement werd duidelijk dat enkele aanpassingen nodig zijn.
De vrijstellingsmogelijkheden onderworpen aan een update. De verwaarlozingsbelasting werd opgetrokken en daarmee beter afgestemd op de veel hogere belasting in de clustergemeente Zele en de andere gemeenten in de werkingsregio van de IGS wonen. Ook de nieuwe regelgeving inzake beroep tegen een registratie is opgenomen. De schrappingsprocedure is verder uitgeschreven, inclusief schrapping bij sloop.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Begripsomschrijvingen: voor de toepassing van dit reglement gelden onder meer de begripsomschrijvingen van het artikel 1.3 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021.
1.1. Algemene begripsomschrijvingen
Artikel 2.
Verwaarlozingsregistratie
2.1. Verwaarlozingsregister
§1. De administratie houdt een register bij van verwaarloosde woningen en gebouwen.
§2. In het verwaarlozingsregister worden minimaal volgende gegevens opgenomen:
2.2. Registratie van verwaarlozing
§1. De personeelsleden die door het college van burgemeester en schepenen belast zijn met de opsporing van verwaarlozing, beschikken over de onderzoeks-, controle- en vaststellingsbevoegdheden zoals vermeld in artikel 6 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§2. Om vast te stellen of een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, verwaarloosd is, wordt uitgegaan van één of meerdere ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval. Het personeelslid van het intergemeentelijk samenwerkingsverband Woonpunt DDS, is bevoegd voor het vaststellen van een verwaarloosde woning(en) of gebouw(en) en is daartoe aangeduid door het college van burgemeester en schepenen.
§3. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zichtbare en storende gebreken of tekenen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buitenschrijnwerk, kroonlijst of dakgoten.
Alle ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval worden beschouwd als gebreken die verder verval op korte termijn in de hand werken. Dit geldt in het bijzonder wanneer bij de hoofd-en /of bijgebouw(en):
De vaststelling van verwaarlozing gebeurt altijd op basis van vaststellingen ter plaatse en dienen in een beschrijvend verslag opgenomen te worden.
§4. Een verwaarloosde woning of gebouw wordt opgenomen in het verwaarlozingsregister aan de hand van een genummerd administratieve akte waaraan minstens één foto wordt toegevoegd. De administratieve akte bevat een beschrijvend verslag met een opsomming van alle gebreken die aanleiding geven tot de opname in het verwaarlozingsregister. De datum van de beveiligde van kennisgeving geldt eveneens als opnamedatum in het verwaarlozingsregister.
§5. Een woning die opgenomen is in de gewestelijke inventaris van ongeschikte en onbewoonbare woningen kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
§6. Een woning of een gebouw dat opgenomen is in het gemeentelijke verwaarlozingsregister, kan eveneens opgenomen worden in het verwaarlozingsregister, en omgekeerd.
2.3. Kennisgeving registratie
§1. De houder(s) van het zakelijk recht worden per beveiligde zending in kennis gesteld van de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Indien zij hierom verzoeken en dit voor de administratie mogelijk is, kan de verdere communicatie na de kennisgeving ook via digitale aangetekende zendingen verlopen, met uitzondering van de indiening van beroepschriften aan de beroepsinstantie.
Deze kennisgeving bevat:
§2. De beveiligde zending wordt gericht aan de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht. Indien de woonplaats van de houder(s) van het zakelijk recht niet gekend is, wordt de beveiligde zending gericht aan diens verblijfplaats. Indien de verblijfplaats eveneens onbekend is, vindt de betekening plaats op het adres van de woning of het gebouw waarop de administratieve akte betrekking heeft. De datum van de beveiligde zending van kennisgeving staat gelijk aan de datum van vaststelling en geldt als de opnamedatum in het register van verwaarlozing.
2.4. Beroep tegen registratie
§1. Binnen een termijn van dertig dagen, ingaand op de dag na het beveiligd schrijven, vermeld in artikel 4, kan een houder van het zakelijk recht bij de beroepsinstantie beroep aantekenen tegen de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister. Het beroep wordt per beveiligde zending betekend en het beroepschrift moet ondertekend zijn en moet minimaal volgende gegevens bevatten:
Als datum van het beroepschrift geldt de datum van de beveiligde zending.
Wanneer het beroepschrift wordt ingediend door een persoon die optreedt namens de houder(s) van het zakelijk recht, voegt deze een schriftelijke machtiging tot vertegenwoordiging toe aan het dossier, tenzij hij optreedt als raadsman die is ingeschreven aan de balie als advocaat of advocaat-stagiair.
§2. Zolang de indieningstermijn van dertig dagen niet verstreken is, kan een vervangend beroepschrift ingediend worden, waarbij het eerdere beroepschrift als ingetrokken wordt beschouwd.
§3. Aan de indiener van een beroepschrift wordt een ontvangstbevestiging verstuurd en elk inkomend beroepschrift wordt in het verwaarlozingsregister geregistreerd.
§4. Het beroepschrift is alleen onontvankelijk:
§5. Als het beroepschrift onontvankelijk is, deelt de beroepsinstantie dit onverwijld mee aan de indiener. Het indienen van een aangepast of nieuw beroep is mogelijk zolang de beroepstermijn van artikel 5 §1 niet verstreken is.
§6. De administratieve eenheid onderzoekt de gegrondheid van ontvankelijke beroepschriften op basis van de voorgelegde stukken, wanneer de feiten rechtstreeks en eenvoudig vast te stellen zijn, of voert een feitenonderzoek uit indien dit noodzakelijk is. De beroepsinstantie neemt haar beslissing op grond van het administratief onderzoek dat door de administratieve eenheid werd uitgevoerd. Het beroep wordt als ongegrond beschouwd wanneer de toegang tot het gebouw of de woning wordt geweigerd of verhinderd, waardoor het feitenonderzoek niet kan plaatsvinden.
§7. De beroepsinstantie doet uitspraak over het beroep en betekent zijn beslissing aan de indiener ervan binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat op de dag na ontvangst van het beroepschrift. De beslissing wordt per beveiligde zending betekend.
§8. De houder van het zakelijk recht heeft de mogelijkheid om de beslissing, genomen in artikel 5 §7, van de beroepsinstantie te weerleggen bij de rechtbank van eerste aanleg. Deze betwisting dient binnen een termijn van drie maanden te gebeuren na kennisgeving van de beslissing. Doet de houder van het zakelijk recht dit niet, dan is de beslissing van het college van burgemeester en schepenen definitief.
Indien de beslissing over de opname in het verwaarlozingsregister binnen de drie maanden niet wordt betwist bij de rechtbank van eerste aanleg, is het voor de houder van het zakelijk recht niet meer mogelijk dit later te doen bij een belastingaanslag.
Een toepassing van artikel 5 §8 is mogelijk wanneer alle administratieve beroepsmiddelen bij de gemeente zijn uitgeput. Indien dit niet gebeurt, is een zaak voor de rechtbank van een eerste aanleg onontvankelijk.
§9. Als de beslissing tot opname in het verwaarlozingsregister niet tijdig betwist wordt, of het beroep van de houder van het zakelijk recht onontvankelijk of ongegrond verklaard wordt, neemt de administratie het gebouw of de woning in het verwaarlozingsregister op vanaf de datum van de beveiligde zending van kennisgeving.
2.5. Schrapping uit het verwaarlozingsregister
§1. Een woning of een gebouw wordt geschrapt uit het verwaarlozingsregister wanneer de houder van het zakelijk recht bewijst dat de ernstige zichtbare en storende gebreken en tekenen van verval die aanleiding gaven tot de opname in het verwaarlozingsregister en die zijn omschreven in het beschrijvend verslag bij de administratieve akte, zoals bepaald in artikel 3 §2 en §3, hersteld zijn of verwijderd.
§2. De beëindiging van de staat van verwaarlozing kan aangetoond worden met alle bewijsmiddelen van gemeen recht, uitgezonderd de eed. Als een onderzoek op stukken niet volstaat, wordt een feitenonderzoek uitgevoerd door de met de opsporing van verwaarloosde gebouwen en woningen belaste personeelsleden.
§3. Wanneer een verwaarloosde woning of een verwaarloosd gebouw gesloopt is en het volledige puin van het perceel verwijderd is, is de houder van het zakelijk recht verplicht dit te melden aan de administratieve. Indien de houder(s) van het zakelijk recht met gedateerde bewijsstukken kunnen aantonen dat de sloop al eerder heeft plaatsgevonden, kan de administratie de schrapping uit het verwaarlozingsregister uitvoeren op de datum van de sloop, zoals bewezen door de ingediende bewijsstukken. De administratie dient de situatie ter plaatse te controleren voordat de schrapping effectief wordt uitgevoerd.
§4. Voor de schrapping uit het verwaarlozingsregister richt de houder van het zakelijk recht een verzoek aan de administratie. Dit kan zowel door het invullen van de digitale schrappingsaanvraag van de administratie als door het indienen van een schriftelijke schrappingsaanvraag per zending, per mail.
Dit schrappingsverzoek bevat:
De administratie onderzoekt of er redenen zijn tot schrapping uit het verwaarlozingsregister en neemt een beslissing binnen een termijn 90 dagen na de ontvangst van het verzoek. De administratie brengt de verzoeker op de hoogte van haar beslissing binnen de vooropgestelde termijn.
Tegen de beslissing over het verzoek tot schrapping kan de houder van het zakelijk recht beroep aantekenen volgens de procedure, vermeld in artikel 5.
Artikel 3.
De belasting
3.1. Belasting op verwaarloosde woningen en gebouwen
§1. Voor de jaren 2026 tot en met 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op woningen en gebouwen die gedurende minstens twaalf opeenvolgende maanden zijn opgenomen in het verwaarlozingsregister.
§2. De belasting is voor het eerst verschuldigd vanaf het moment waarop de woning of het gebouw gedurende twaalf opeenvolgende maanden in het verwaarlozingsregister is opgenomen. Zolang de woning of het gebouw niet uit het verwaarlozingsregister is geschrapt, blijft de belasting jaarlijks verschuldigd op de verjaardag van de initiële opname.
3.2. Belastingplichtige
§1. De belasting is verschuldigd door de houder(s) van het zakelijk recht van de verwaarloosde woning of het verwaarloosd gebouw op de verjaardag van de opnamedatum.
§2. Indien er meerdere houders van het zakelijk recht zijn, zijn zij allen hoofdelijk gehouden tot betaling van de totale belastingschuld.
§3. In geval van overdracht van een zakelijk recht stelt de notaris de verkrijger voorafgaandelijk in kennis van het feit dat het goed is opgenomen in het verwaarlozingsregister. Na het verlijden van de authentieke overdrachtsakte stelt de notaris de administratie in kennis van de overdracht. Daarbij worden de overdrachtsdatum en de identiteitsgegevens van de nieuwe houder van het zakelijk recht meegedeeld.
De administratie controleert proactief via MAGDA (maximale gegevensdeling tussen administraties) bij de opmaak van de kohierlijst of er nieuwe houders van het zakelijk recht zijn.
3.3 Tarief van de belasting
Het bedrag van de belasting wordt, zowel voor een woning als voor een gebouw, vastgesteld op:
Bij elke overdracht naar een nieuwe houder van het zakelijk recht blijft het aantal termijnen van twaalf opeenvolgende maanden dat het pand op het register staat behouden en wordt het niet opnieuw berekend vanaf de datum van overdracht of de eerste aanslag van de nieuwe houder van het zakelijk recht.
De nieuwe houder van het zakelijk recht komt in aanmerking voor het aanvragen van een vrijstelling zoals beschreven in artikel 3.4 §3 nr 3.
3.4. Vrijstellingen
§1. Een vrijstelling van belasting kan aangevraagd worden door het aanvraagformulier via beveiligde zending in te dienen of via het digitaal aanvraagformulier van- de intergemeentelijke samenwerking Woonpunt DDS. De administratie staat in voor de opmaak van het advies, waarna de beroepsinstantie zal oordelen. De houder van het zakelijk recht die gebruik wenst te maken van een vrijstelling dient hiervoor de gevraagde bewijsstukken aan te leveren.
§2. Een aanvraag tot vrijstelling van belasting kan ook ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen overeenkomstig de procedure, vermeld in artikel 11.
§3. Van de verwaarlozingsbelasting zijn vrijgesteld:
§4. Een vrijstelling wordt verleend als het gebouw of de woning:
Vooraleer de verlenging toegekend wordt, kan een plaatsbezoek tot vaststelling van de voortgang van de werken ter controle door de administratie uitgevoerd worden.
Wanneer blijkt dat er niet voldoende werken werden uitgevoerd, wordt de verlenging door de beroepinstantie geweigerd. Indien er een plaatsbezoek wordt geweigerd of indien de administratie geen toegang wordt verleend, wordt de verlenging automatisch geweigerd.
Deze aanvraag tot verlenging moet ingediend worden uiterlijk op het moment dat de vrijstellingsperiode verstrijkt.
8. Wegens overmacht, als de belastingplichtige aantoont dat de woning of het gebouw opgenomen blijft in het register van verwaarloosde woningen en gebouwen ten gevolge van een onvoorzienbare gebeurtenis onafhankelijk zijn van zijn wil. Die vrijstelling wordt verleend voor een termijn van één jaar, maar wordt jaarlijks verlengd als de overmacht aanhoudt.
3.5. Bezwaar
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
3.6. Inkohiering
§1. De belasting wordt ingevorderd bij wijze van kohier welke worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen
Artikel 4.
Inwerkingtreding
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
§2. Woningen en gebouwen die reeds opgenomen zijn in het gemeentelijk verwaarlozingsregister blijven opgenomen met behoud van initiële opnamedatum.
§3. Woningen en gebouwen die reeds een vrijstelling van belasting toegekend kregen blijven behouden deze vrijstelling voor de duurtijd die werd toegekend.
Het gemeentelijk retributiereglement op het afleveren van conformiteitsattesten voor zelfstandige woningen werd goedgekeurd op de gemeenteraad van 1/03/2023 en vervalt op 31/12/2025. Dit reglement dient verlengd te worden.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Voor de toepassing van dit retributiereglement worden de begrippen en de definities gehanteerd zoals omschreven in de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en de besluiten ter uitvoering ervan.
Art. 2.
Met ingang van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 wordt een retributie gevestigd op de behandeling van een aanvraag van een conformiteitsattest voor zelfstandige woningen en kamerwoningen.
Art. 3.
De retributie is verschuldigd door de aanvrager (natuurlijk persoon of rechtspersoon) van het conformiteitsattest op het ogenblik van de aanvraag.
Art. 4.
Het bedrag van de retributie voor het afleveren van een conformiteitsattest wordt vastgesteld als volgt:
De bedragen in euro, vermeld in het eerste lid, worden jaarlijks aangepast aan de gezondheidsindex. De retributie is verschuldigd bij zowel de afgifte als de weigering van het conformiteitsattest.
Art. 5.
De retributie is niet verschuldigd voor:
Art. 6.
De aanvraagprocedure voor het aanvragen van een conformiteitsattest werd vastgelegd in de Vlaamse Codex wonen, art. 3.6 tot en met 3.9 en artikel 3.6 en 3.9 van het besluit Vlaamse Codex Wonen.
Art. 7.
De retributie dient te worden betaald voorafgaandelijk aan de afgifte van het conformiteitsattest. Bij elke nieuwe aanvraag is de retributie verschuldigd.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de huis-aan-huisverspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter' goed te keuren.
Dit belastingreglement werd jaarlijks gestemd door de gemeenteraad en dient daarom vernieuwd te worden. Zoals vorig jaar reeds meegedeeld, wordt dit reglement geheven tot 2031. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn ingaande op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de voor de bestemmelingen kosteloze verspreiding aan huis van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter.
Artikel 2.
Onder verspreiding aan huis wordt verstaan op het grondgebied van de gemeente (of een deel ervan) achterlaten van drukwerk zonder adressering in de brievenbussen en zonder initiatief van de bestemmeling.
Onder drukwerk met handelskarakter wordt verstaan elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken en merknamen, en die erop gericht is de potentiële klant er toe te bewegen gebruik te maken van de diensten en/of producten van de adverteerder tegen betaling.
Artikel 3.
De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken.
Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan of niet gekend is, wordt de belasting gevestigd lastens de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
De drukker en de fysieke persoon of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op:
Grotere formaten worden omgerekend naar A4-formaat.
Artikel 5.
Van de belasting is vrijgesteld de verspreiding van drukwerken waarvan de bedrukte oppervlakte voor 50 % of meer ingenomen wordt door tekst en/of afbeelding zonder handelskarakter.
Artikel 6.
Van de belasting zijn eveneens vrijgesteld:
Artikel 7.
De belastingplichtige is gehouden ten minste 24 uren voor de verspreiding van het drukwerk hiervan aangifte te doen aan het gemeentebestuur. Hierbij dient de belastingplichtige een blanco specimen van het te verspreiden drukwerk, een verklaring van het aantal exemplaren en een overzicht van de straten waar de folder zal bedeeld worden, ter beschikking te stellen.
Voor de periodieke verspreiding mag de aangifte bij voorbaat gedaan worden voor een periode van hoogstens 12 maanden.
Artikel 8.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige aangifte kan de belasting ambtshalve gevestigd worden volgens de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt, onverminderd het recht van bezwaar en beroep. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure - de elementen waarop de aanslag gebaseerd is evenals de wijze van bepalingen van deze elementen en het bedrag van de belasting. De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen volgend op de datum van de verzending van de betekening om zijn opmerkingen voor te dragen.
Artikel 9.
De bij artikel 8 van dit reglement ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd met een bedrag gelijk aan de verschuldigde belasting. Het bedrag van deze verhoging wordt ingekohierd.
Artikel 10.
De belasting wordt ingevorderd bij wijze van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 11.
De kohieren worden door de financieel beheerder ingevorderd.
Artikel 12.
De belasting moet betaald worden binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 13.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op drijfkracht en vermogen van motoren' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
§1. Er wordt voor een periode ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting van 9 EUR per eenheid en per breuk van KW gevestigd op de motoren gebruikt voor nijverheids-, landbouw- en handelsdoeleinden, evenals op deze gebruikt door de beoefenaars van vrije beroepen, ongeacht de krachtbron welke deze in beweging brengt, vanaf een globale capaciteit van 18,38 KW.
§2. De belasting is verschuldigd voor de motoren die de belastingplichtige voor de exploitatie van zijn inrichting of van haar bijgebouwen gebruikt. Dienen als bijgebouw van een inrichting beschouwd te worden: iedere instelling of onderneming, iedere werf van om het even welke aard, die gedurende een ononderbroken tijdvak van minstens drie maanden op het grondgebied van de gemeente gevestigd is.
§3. Voor de motoren, gebruikt voor een zoals in vorige paragraaf bedoeld en op het grondgebied van een andere gemeente overgebracht bijgebouw, is geen gemeentebelasting verschuldigd voor het tijdvak van het gebruik in de andere gemeente.
§4. Wanneer, hetzij een inrichting, hetzij een zoals hierboven bedoeld bijgebouw, geregeld en duurzaam een verplaatsbare motor gebruikt voor de verbinding met één of meer bijgebouwen, of met een verkeersweg, is daarvoor de belasting enkel verschuldigd, indien hetzij de inrichting zelf, hetzij het voornaamste bijgebouw in de gemeente gevestigd is.
Artikel 2.
De kracht van de hydraulische toestellen wordt uitgedrukt in KWh.
Artikel 3.
De belasting wordt niet geheven op:
Artikel 4.
Iedere belastingplichtige, houder van in of buiten werking zijnde motoren, waarvan hij al dan niet eigenaar is, moet er aangifte van doen uiterlijk op 1 juni van het aanslagjaar door middel van het formulier dat hem ten huize zal besteld worden door het gemeentebestuur. De belastingplichtige die het formulier niet zou ontvangen hebben moet deze aangifte spontaan doen binnen dezelfde termijn(en). Ook de kracht van de volgens artikel 3 van dit reglement, onbelastbare motoren dient te worden aangegeven.
Artikel 5.
§1. De verdwijning of het definitief buiten gebruik stellen in de loop van het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar van een belastbare motor, brengt een belastingvermindering met zich mee. Deze vermindering gaat in vanaf de maand volgend op het bericht, gezonden aan het gemeentebestuur, betreffende de verdwijning of het buiten gebruik stellen.
§2. Het stilleggen van een ononderbroken tijdvak gelijk aan of groter dan een maand, met uitzondering van de jaarlijks verplichte vakantieperiode, geeft aanleiding tot een belastingvermindering in verhouding tot het aantal maanden dat het toestel gedurende het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar ononderbroken buiten werking is geweest. Met een inactiviteit voor een duur van één maand wordt gelijkgesteld de activiteit die beperkt is tot één dag op vier weken of één week werk na vier weken inactiviteit in de bedrijven die met de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening een akkoord hebben aangegaan inzake de activiteitsvermindering om een massaal ontslag van personeel te voorkomen.
§3. Om deze evenredige vermindering te kunnen genieten moet de belanghebbende aan het gemeentebestuur schriftelijk bericht gegeven hebben van de dag waarop de motor stilligt en na de dag waarop hij terug in werking wordt gesteld. Een ontvangstbewijs zal aan de belanghebbende worden afgeleverd.
Dit bericht moet om de drie maanden hernieuwd worden. De vermindering van belasting geldt van de maand af volgende op de datum van ontvangst van het bericht van stillegging tot de maand volgend op deze van wederinwerkingstelling.
De berichtgeving is van substantiële aard en op straffe van verval voorgeschreven.
§4. Wat het eerste jaar van belastingheffing aangaat, is het bewijs van tijdelijke non-activiteit of van de definitieve buiten gebruikstelling nochtans met alle mogelijke rechtsmiddelen te leveren.
Indien vastgesteld wordt dat de motor werkt voor het geven van het bericht van wederinwerkingstelling, zal geen vermindering toegestaan worden, hoelang de stillegging ook heeft geduurd.
Artikel 6.
De belasting wordt gevestigd op grond van belastbare motorenkracht tijdens het jaar voorafgaand aan het aanslagjaar. Ze wordt berekend per maand en elk gedeelte ervan wordt voor een volledige maand geteld. Indien een motor evenwel tijdens dezelfde maand belastbaar is in verschillende gemeenten, is de belasting verschuldigd aan de gemeente met het grootste aantal dagen gebruik.
Is dit aantal gelijk dan wordt de belasting evenredig per halve maand verdeeld.
Een motor die voor de eerste maal in werking wordt gesteld, is belastbaar vanaf de volgende maand.
Artikel 7.
Bij staking van bedrijfsactiviteiten op het grondgebied van de gemeente in de loop van het belastingjaar om welke reden ook, wordt bij afwijking van bepaalde in voorafgaand artikel, een bijzondere, eventueel bijkomende, aanslag gevestigd, berekend op basis van de motoren tijdens voren bedoeld jaargedeelte of jaar gebruikt en verbonden aan het jaar waarin de staking van de bedrijfsactiviteiten plaats heeft.
De belastingplichtigen die onder de toepassing van deze bepaling vallen zijn verplicht, uiterlijk acht dagen na de staking van de bedrijfsactiviteiten, hiervan aangifte te doen bij het gemeentebestuur.
Artikel 8.
De belasting wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
De kennisgeving van aanslagbiljet aan de belastingplichtige gebeurt onverwijld na de uitvoerbaarverklaring van het kohier.
Artikel 10.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op reclamevoertuigen op de openbare weg' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn aanvang nemend op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een belasting geheven op het gebruik van de openbare weg of het openbaar domein voor publicitaire doeleinden d.m.v. reclamevoertuigen, lastens de natuurlijke of rechtspersoon die de reclame voert.
Artikel 2.
Onder reclamevoertuigen wordt verstaan: aanhangwagens of voertuigen, al dan niet uitgerust met een motor, dewelke op de openbare weg of het openbaar domein worden geplaatst met het oog op louter publicitaire doeleinden.
Artikel 3.
Worden niet als reclamevoertuig aanzien: de voertuigen die publiciteit voeren die betrekking heeft op de handel of de nijverheid van de vervoerder en bovendien uitsluitend dienen voor het vervoer van koopwaar, de voertuigen die bijkomstig voorzien zijn van publiciteit en niet met uitsluitend publicitaire doeleinden de openbare weg gebruiken.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld op € 25,00 per dag en per voertuig. Breuken van dagen worden als volledige dagen geteld.
Artikel 5.
De belastingplichtige is gehouden ten minste 24 uren voor het plaatsen van het reclamevoertuig aangifte te doen aan het gemeentebestuur.
Artikel 6.
Deze belasting wordt contant geïnd tegen afgifte van een betalingsbewijs. Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8.
Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op het verwijderen van onrechtmatige aanplakkingen op gemeentelijke aanplakborden' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor de periode ingaand op 1 januari 2026 tot 31 december 2031 een gemeentebelasting geheven op het verwijderen van onrechtmatige aanplakkingen door de diensten van het gemeentebestuur, van allerhande aanplakkingen op de gemeentelijke aanplakborden.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door diegene die onrechtmatig heeft aangeplakt.
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld op 123,95 euro voor het verwijderen van affiches per gemeentelijk aanplakbord.
Artikel 4.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 5.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 6.
De regels betreffende de invordering, de verwijl- en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelasting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op het bewaren van dieren' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting geheven op het bewaren van dieren.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de eigenaar van het dier.
Artikel 3.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt: een forfaitair bedrag van 90 euro per bewaard dier verhoogd met 8,70 euro verblijfskost per dag met een minimum van 14 dagen.
Artikel 4.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 5.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 6.
Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan beroep worden ingesteld bij de rechtbank van eerste aanleg te Gent door middel van een verzoekschrift op tegenspraak, waarvan sprake is in de artikelen 1034 bis tot 1034 sexies van het Gerechtelijk Wetboek. Het beroep moet, op straffe van verval, worden ingesteld binnen drie maanden vanaf de kennisgeving van de beslissing aan de bezwaarindiener of zijn vertegenwoordiger.
Artikel 7.
Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de foorinrichtingen opgericht op privaat terrein' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een belasting geheven op de foorinrichtingen opgericht op privaat terrein. De belasting is verschuldigd door de uitbater van de inrichting.
Artikel 2.
Deze belasting zal berekend worden in evenredigheid tot de oppervlakte van de inrichting aan 0,50 EUR /m².
Artikel 3.
De foorkramer zal minstens acht dagen voordat hij de uitbating van zijn inrichting begint, aan het college van burgemeester en schepenen, een verklaring sturen waarin hij het opstellen van zijn inrichting laat kennen, alsook de aard en de oppervlakte hiervan, alsmede de duur van de opstelling.
Artikel 4.
Het opmeten van de beslagen oppervlakte gebeurt door de zorgen van het gemeentebestuur.
Artikel 5.
De belasting is éénmalig verschuldigd voor de duur van de bezetting.
Artikel 6.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op het overwelven van grachten' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
§1. Vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een belasting geheven op het overwelven van grachten langs percelen langs de gemeentelijke openbare wegen.
§2. Deze belasting wordt vastgesteld op 125 EUR per strekkende meter.
Zij is verschuldigd door de aanvrager.
Artikel 2.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 3.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 4.
De regels betreffende de invordering, de verwijlintresten en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelasting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op het openen, verbreden, verlengen of rechttrekken van straten' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031, een belasting geheven overeenkomstig de beschikkingen van de onderhavige verordening op het openen, verbreden, verlengen of rechttrekken van straten.
Artikel 2.
Deze belasting is verschuldigd door alle eigenaars of gelijkgestelde wier onroerende goederen palen aan verkeerswegen welke tijdens de heffingstermijn van deze verordening en op kosten van de gemeente zullen geopend, verbreed, verlengd of rechtgetrokken worden.
Artikel 3.
§1. De belasting bezwaart de eigendom. Zij is verschuldigd door de bezitter, zoals inzake onroerende voorheffing.
Zij is voor het ganse jaar verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van het aangeslagen goed.
§2. Wat het eerste belastingjaar aangaat zal de taks nochtans verschuldigd zijn door de bezitter van het betrokken onroerend goed op het ogenblik van de volledige verwerving der nodige gronden of van de voltooiing der werken. Deze voltooiing wordt bepaald door het proces – verbaal en vastgesteld bij besluit van het college van burgemeester en schepenen.
§3. Het eerste dienstjaar van de belasting stemt overeen met het kalenderjaar, tijdens hetwelk het werk zal voltooid zijn (in voorkomend geval voorlopige aanvaarding) of de grondverwervingen volledig doorgevoerd.
§4. Wanneer het werk echter slechts voltooid wordt (voorlopige aanvaarding) of de grondverwervingen volledig doorgevoerd worden tijdens het laatste kwartaal van een kalenderjaar, zal het eerste dienstjaar van de belasting overeenstemmen met het eerste daaropvolgend kalenderjaar.
§5. In geval van eigendomsoverdracht is de nieuwe eigenaar de taks verschuldigd, te rekenen van 1 januari die volgt op de datum van de akte die hem de eigendom toekent.
§6. Ingeval de eigendom nochtans belast is met recht van erfpacht of opstal, zal de belasting eisbaar zijn van de bezitter, ten titel van erfpacht of opstal.
Artikel 4.
De opbrengst van de belasting zal in principe gelijk zijn aan de intrest en de aflossing van het gebruikte kapitaal.
Aflossingstermijn en intrestvoet zijn in principe dezelfde als voor de lening door de gemeente aangegaan tot financiering van de grondverwervingen en (of) de werken.
Ingeval de gemeente de uitgaven met eigen middelen financiert zal het verschuldigde kapitaal met tien jaarlijkse afkortingen worden afbetaald.
In dit geval zal de intrest aan marktwaarde worden aangerekend voor de leningen met terugbetalingstermijn van 10 jaar.
De schuldenaar van de belasting kan zich nochtans ontmaken van de betaling van jaarlijkse belasting:
Belastingbedragen van 50 EUR in min moeten steeds in eenmaal worden afbetaald.
Artikel 5.
De globale waarde van de aangeworven percelen grond voor het openen, verbreden, verlengen of rechttrekken van straten door de gemeente, of voor haar rekening uitgevoerd, zal aan de gemeente terugbetaald worden door de aanpalende eigenaars door middel van een belasting, genaamd ‘openingstaks.’
Artikel 6.
De eenheid van deze belasting zal vastgesteld worden door de globale prijs van de verworven percelen grond, afgezien van de waarde van de gebouwen, die er zich gebeurlijk op bevonden, te delen door de totale lengte van de boordeigendommen aan weerszijden van de weg op de rooilijn.
De belasting, door de aanpalende eigenaars verschuldigd, wordt verrekend pro-rata van het aantal strekkende meter eigendom op de rooilijn gemeten.
Nochtans, zo de weg gemeen is met een andere gemeente, zal de deling geschieden door de totale lengte der eigendommen, uitsluitend aan de zijde van Hamme.
De belasting mag niet meer dan 6 m² per strekkende meter van het goed aan de rooilijn treffen.
Artikel 7.
De belasting wordt uitgesteld:
Het bouwverbod moet een algemeen en absoluut karakter hebben.
Het uitstel wordt niet toegepast of wordt opgeheven:
Bij de voorziene opheffing van uitstel, beginnen de afbetalingen te lopen van 1 januari af van het jaar, volgend op de opheffing. De verjaring mag niet ingeroepen worden.
Artikel 8.
Voor de eigendommen, gelegen op de hoeken van straten en pleinen wordt de belastbare lengte enkel gerekend langs de grootste zijde, vermeerderd met de lengte van de afgeronde of afgeknotte hoek.
Indien de grondverwervingen of de werken, vermeld onder artikel 1 van dit reglement alleen uitgevoerd worden langs de kleinst ontwikkelde kant, dan zal de aanslag hierop gevestigd worden.
Worden de werken uitgevoerd langs de grootst ontwikkelde kant, nadat zij uitgevoerd werden langs de kleinste, dan zal de belastbare lengte, alvorens tot de grondslag te dienen voor de aanslag, eerst verminderd worden met het aantal strekkende meter eigendom aan de kleinste kant.
In geen geval zal de ontlasting meer dan 30 lopende meter mogen bedragen.
Artikel 9.
De eigendommen, welke op twee straten uitgeven, zonder nochtans een hoek te vormen, zijn belastbaar voor de twee zijden.
Artikel 10.
De bepalingen van het vroeger van kracht zijnde belastingreglement, toegepast bij het vaststellen van het eerste kohier op vroeger uitgevoerde werken, blijven op deze werken van toepassing.
Artikel 11.
De belasting wordt ingevorderd bij middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 12.
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet. De kennisgeving van het aanslagbiljet aan de belastingplichtige gebeurt onverwijld na de uitvoerbaarverklaring van het kohier.
Artikel 13.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 14.
De regels betreffende de invordering, de verwijlintresten en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelastingen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'Algemene heffing op bedrijven en vrije beroepen' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Hamme, een jaarlijkse algemene heffing op bedrijven en vrije beroepen geheven, voor een termijn eindigend op 31 december 2031.
Artikel 2.
De algemene gemeentebelasting op bedrijven en vrije beroepen is verschuldigd door alle natuurlijke en rechtspersonen die op 1 januari van het belastingjaar, als hoofdactiviteit en/of bijkomende activiteit op het grondgebied van de gemeente:
Artikel 3.
§1. De belasting is verschuldigd afzonderlijk per vestiging, hoe dan ook genaamd, gelegen op het grondgebied van de gemeente en door de belastingplichtige gebruikt of tot zijn gebruik is voorbehouden.
§2. De belasting wordt, ongeacht de kadastrale indeling vastgesteld rekening houdend met de totale bebouwde en onbebouwde oppervlakte van het goed waarop de vestiging zich bevindt. Als bebouwde oppervlakte wordt die van de laagste bovengrondse verdieping in aanmerking genomen.
Artikel 4.
De basisbelasting wordt als volgt vastgesteld:
A. Voor land – en tuinbouwbedrijven:
A.1. Landbouwbedrijven:
| Voor de schijf tot 7,5 ha |
74,00 EUR |
| Voor de schijf boven 7,5 ha tot 12 ha |
105,00 EUR |
| Voor de schijf boven 12 ha tot 25 ha |
148,00 EUR |
| Voor de schijf boven 25 ha |
247,00 EUR |
Onder ‘landbouw’ wordt verstaan: akkerbouw, bosbouw en (pluim)veeteelt.
A.2. Tuinbouwbedrijven:
A.2.1. Uitsluitend in open lucht:
| Voor de schijf tot 1 ha |
74,00 EUR |
| Voor de schijf boven 1 ha tot 3 ha |
105,00 EUR |
| Voor de schijf boven 3 ha tot 6 ha |
148,00 EUR |
| Voor de schijf boven 6 ha |
247,00 EUR |
A.2.2. Uitsluitend onder glas:
| Voor de schijf tot 999 m² |
74,00 EUR |
| Voor de schijf van 1.000 m² tot 6.999 m² |
105,00 EUR |
| Voor de schijf van 7.000 m² tot 14.999 m² |
148,00 EUR |
| Voor de schijf vanaf 15.000 m² |
247,00 EUR |
Gemengde tuinbouwbedrijven (exploitaties zowel in open lucht als onder glas) die in beide categorieën vallen, betalen een bedrag dat overeenkomt met de hoogste schijf waarin ze vallen.
B. Voor de andere bedrijven en de vrije beroepen:
| Tot |
49 m² |
123,00 EUR |
| van 50 m² tot |
99 m² |
154,00 EUR |
| Van 100 m² tot |
249 m² |
185,00 EUR |
| Van 250 m² tot |
499 m² |
310,00 EUR |
| Van 500 m² tot |
749 m² |
371,00 EUR |
| Van 750 m² tot |
999 m² |
635,00 EUR |
| van 1.000 m² tot |
4.999 m² |
930,00 EUR |
| van 5.000 m² tot |
9.999 m² |
1240,00 EUR |
| van 10.000 m² tot |
24.999 m² |
1859,00 EUR |
| van 25.000 m² tot |
49.999 m² |
2478,00 EUR |
| meer dan 50.000 m² |
|
3100,00 EUR |
Artikel 5.
Vrijstellingen en verminderingen:
§1. Is vrijgesteld van deze belasting:
De belastingplichtige die de activiteit bedoeld in artikel 2 van dit besluit heeft aangevat in het jaar dat het aanslagjaar voorafgaat EN die vóór de aanvang van de bedoelde activiteit de hoedanigheid van uitkeringsgerechtigde werkloze of schoolverlater had, of die genoot van een bestaansminimum.
Deze vrijstelling kan slechts voor 3 opeenvolgende jaren worden toegepast.
§2. Op de overeenkomstig artikel 4 van dit besluit berekende belasting wordt een vermindering toegestaan van:
§3. De verminderingen waarvan sprake in §2 zijn cumuleerbaar, zonder dat evenwel de belasting minder mag bedragen dan 25,00 EUR.
Artikel 6.
Elke belastingplichtige is gehouden per vestiging aangifte te doen bij middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier dat door hem, behoorlijk ingevuld en ondertekend, uiterlijk 1 juni van het aanslagjaar moet worden teruggestuurd. De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen binnen dezelfde termijn. De aangifte blijft geldig tot ze wordt opgezegd.
Artikel 7.
Bij gebreke van een aangifte of bij onvolledige aangifte wordt de belastingplichtige van ambtswege belast, conform artikel 6 van de wet van 24 december 1996 betreffende de vestiging en de invordering van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 8.
Overtredingen op de aangifteverplichting geven aanleiding tot volgende belastingverhogingen:
De overtredingen op de aangifteverplichting worden vastgesteld door de ambtenaren van het gemeentebestuur van Hamme, speciaal daartoe aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De vastgestelde overtredingen worden genoteerd in processen – verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel bewezen is.
De belastingverhoging wordt ingekohierd samen met het recht.
Artikel 9.
De heffing wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 10.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur stelde vast dat de gemeente in het retributiereglement op het parkeren, een onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse nummerplaathouders wat betreft de aanrekening van de kosten voor een eerste aanmaning in verband met de invordering van parkeerretributies. Voor binnenlandse bestuurders is de eerste aanmaning gratis, terwijl deze voor buitenlandse bestuurders betalend is.
Wanneer de kosten voor de eerste betalingsaanmaning uitsluitend aangerekend worden aan houders van een buitenlandse nummerplaat, handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dit beginsel belet namelijk dat een buitenlandse nummerplaathouder anders behandeld wordt dan een binnenlandse nummerplaathouder.
Artikel 8 van het reglement dient dan ook aangepast te worden.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen op de openbare weg of op de plaatsen gelijkgesteld aan de openbare weg.
Dit reglement beoogt het parkeren van een motorvoertuig op plaatsen waar parkeren toegelaten is en waar het regelmatig gebruik van de parkeerautomaten of een ander systeem van betalend parkeren verplicht is.
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.
Artikel 2.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Voor het parkeren van alle gebruikers van een motorvoertuig:
Voor een tijd van 15 minuten kan gratis geparkeerd worden. De bestuurder dient hiervoor een ticket af te halen aan de automaat volgens de instructies hierop vermeld.
De tarieven zijn van toepassing van maandag tot en met vrijdag van 9-18 uur, op zaterdag van 9-17 uur, met uitzondering van wettelijke feestdagen waarop geen retributie wordt aangerekend. Op zondagen wordt ook geen retributie aangerekend.
De gebruiker heeft steeds ook mogelijkheid om voor het volgende forfaitair stelsel te kiezen:
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van hetzij het ticket dat de parkeerautomaat afprint na de betaling van bovenvermelde retributie, hetzij elk ander bewijs dat aan de retributie werd voldaan.
Het parkeren van voertuigen gebruikt door personen met een handicap is gratis.
Het statuut van “persoon met een handicap” wordt beoordeeld op het ogenblik van het parkeren door het aanbrengen op een zichtbare plaats achter de voorruit van het voertuig van de kaart uitgereikt overeenkomstig het ministerieel besluit van 29 juli 1991.
Artikel 3.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig. Indien de gebruiker niet gekend is, is de retributie verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig.
De retributie is verschuldigd zodra het voertuig geparkeerd is, en is betaalbaar hetzij door het insteken in het apparaat van muntstukken of bepaalde magneetkaarten hetzij door elke andere vorm van betaling die voor de betrokken zone van toepassing is, hetzij door overschrijving; deze laatste mogelijkheid wordt enkel aangeboden als de gebruiker opteert voor de toepassing van het forfaitair tarief.
Artikel 4.
Parkeerkaart zorgverstrekkers:
Een afwijking op de retributie wordt toegekend aan zorgverstrekkers. Door het plaatsen van de parkeerschijf in combinatie met de parkeerkaart voor zorgverstrekkers wordt hen, tijdens de diensturen, een gratis parkeertijd van 1 uur toegestaan in de betalende parkeerzones. De parkeerkaart en de parkeerschijf dienen zichtbaar aangebracht achter de voorruit, of als er geen voorruit is, aan de voorzijde van het voertuig. De parkeerkaart geldt niet voor de parkeerplaatsen bestemd voor kortparkeren.
Tot de zorgverstrekkers behoren: huisartsen (dokters algemene geneeskunde) en thuisverpleegkundigen.
De parkeerkaart moet aangevraagd worden bij de parkeerfirma-concessiehouder en vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken:
De parkeerkaart voor zorgverstrekkers is gratis en voor 1 jaar geldig.
Parkeerkaart bewoners:
Een afwijking op het retributiereglement wordt toegekend aan bewoners die in het bezit zijn van een (digitale) parkeerkaart bewoners.
Enkel bewoners met een hoofdverblijfplaats in de straten die ressorteren onder de betalende of de blauwe zone of bewoners met een hoofdverblijfplaats in straten en pleinen ingesloten tussen deze betalende of blauwe zones en waar geen parkeerplaatsen zijn, komen in aanmerking voor de uitreiking van een bewonerskaart. Per domicilieadres worden er meerdere bewonerskaarten toegestaan. De eerste bewonerskaart voor een gegeven domicilieadres is gratis. Vanaf de tweede bewonerskaart op eenzelfde adres bedraagt de kostprijs 75 euro per jaar per bewonerskaart. De retributie wordt vooraf betaald en het bedrag is ondeelbaar.
Een bewonerskaart is steeds gekoppeld aan één kentekenplaat. De bewonerskaarten worden aangevraagd en louter digitaal uitgereikt via de concessiehouder die door de gemeente belast is met de exploitatie van het parkeerbeheer. De bewonerskaart kan verkregen worden voor één of twee jaar en kan na het aflopen van die termijn, indien gewenst, vernieuwd worden.
De parkeerkaarten zijn enkel geldig in de blauwe parkeerzones, niet in de betalende en de zones bestemd voor kortparkeren, en geven het voertuig gekoppeld aan de kaart het recht kosteloos en zonder tijdsbeperking aldaar te parkeren.
De parkeerkaarten van bewoners gedomicilieerd in een betalende zone geeft in deze betalende zone recht op parkeren aan halve prijs doch niet langer dan toegelaten volgens het geldende reglement.
De parkeerkaarten kunnen aangevraagd worden zowel door bewoners die gedomicilieerd zijn in een blauwe zone als door bewoners die gedomicilieerd zijn in een betalende zone als bewoners die in een (deel van een) straat wonen waar geen parkeerplaatsen zijn maar die wordt ingesloten door de blauwe en/of betalende zone gelet op de geldende modaliteiten.
Voor een handelaarsplaat (Z-plaat) of taxinummerplaat kan geen bewonerskaart aangevraagd worden.
De bewonerskaart moet aangevraagd worden bij het parkeerbedrijf-concessiehouder en vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken:
Deze retributie is verschuldigd door de titularis van de bewonerskaart.
Artikel 5.
Een afwijking van de retributie is van toepassing op die parkeerplaatsen bestemd voor kortparkeren. Deze zijn aangeduid met een markering en een verkeersbord “30 minuten”. Er mag maximum 30 minuten gratis geparkeerd worden zonder parkeerschijf en bewonerskaart.
Artikel 6.
De gebruiker van een motorvoertuig die het ticket van de parkeerautomaat of elk ander bewijs van betaling, bekomen na betaling van de in artikel 2 bedoelde retributie niet zichtbaar achter de voorruit van zijn voertuig plaatst, wordt steeds geacht te kiezen voor de betaling van het in artikel 2 bedoelde forfaitaire tarief.
Artikel 7.
De controle en de inning dient te gebeuren overeenkomstig het bedingen van de concessie van openbare dienst.
In ieder geval echter wordt, indien bij controle wordt vastgesteld dat de retributie verschuldigd is, een uitnodiging om de retributie te betalen op de voorruit van het voertuig aangebracht.
Artikel 8.
Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald .
De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing ( afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post ) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C), met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:
De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties (zie ook: Art XIX.4, 1° WER).
Artikel 9.
De voormelde retributie geldt vanaf de start van de concessie van openbare dienst op de controle op gedepenaliseerd parkeren en de inning van de parkeervergoedingen.
Artikel 10.
Het reglement van 25 oktober 2023 betreffende de retributie op het betalend parkeren wordt opgeheven.
Het Agentschap Binnenlands Bestuur stelde vast dat de gemeente in het retributiereglement op het parkeren, een onderscheid maakt tussen binnenlandse en buitenlandse nummerplaathouders wat betreft de aanrekening van de kosten voor een eerste aanmaning in verband met de invordering van parkeerretributies. Voor binnenlandse bestuurders is de eerste aanmaning gratis, terwijl deze voor buitenlandse bestuurders betalend is.
Wanneer de kosten voor de eerste betalingsaanmaning uitsluitend aangerekend worden aan houders van een buitenlandse nummerplaat, handelt de gemeente in strijd met het gelijkheidsbeginsel. Dit beginsel belet namelijk dat een buitenlandse nummerplaathouder anders behandeld wordt dan een binnenlandse nummerplaathouder.
Artikel 6 van het reglement dient dan ook aangepast te worden.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Er wordt een gemeentelijke retributie gevestigd voor het parkeren van motorvoertuigen, op de openbare weg of op het openbaar domein, waar een blauwe zone of een zone voor tijdsgelimiteerd parkeren is voorzien.
Aan de retributie op het parkeren in een blauwe zone en op plaatsen voor tijdsgelimiteerd parkeren wordt onderworpen:
Onder openbare weg verstaat men de wegen en hun trottoirs of nabijgelegen bermen die eigendom zijn van de gemeentelijke, provinciale of gewestelijke overheden.
Onder met een openbare weg gelijkgestelde plaatsen verstaat men de parkeerplaatsen gelegen op de openbare weg, zoals vermeld in artikel 4, § 2, van de wet van 25 juni 1993 betreffende de uitoefening van ambulante activiteiten en de organisatie van openbare markten.
Art. 2.
De retributie wordt als volgt vastgesteld:
Het parkeren is gratis voor de maximale duur die toegelaten is door de verkeersborden en mits het plaatsen van een parkeerschijf.
Het parkeren geeft aanleiding tot een ondeelbaar forfaitair bedrag van € 25 per dag:
De door de gebruiker gewenste parkeerduur wordt vastgesteld door het zichtbaar aanbrengen achter de voorruit van het voertuig van de parkeerschijf, overeenkomstig artikel 27.1.1 van het Koninklijk Besluit van 1.12.1975.
Zijn niet onderworpen aan de retributie:
Art. 3.
De retributie is verschuldigd door de gebruiker van het voertuig. Indien de gebruiker niet gekend is, is de retributie verschuldigd door de titularis van de nummerplaat van het voertuig.
De retributie is verschuldigd zodra het voertuig langer geparkeerd is dan de tijd die toegelaten is door de verkeersborden.
Art. 4.
Een afwijking op het retributiereglement wordt toegekend aan bewoners die in het bezit zijn van een (digitale) parkeerkaart bewoners.
Enkel bewoners met een hoofdverblijfplaats in de straten die ressorteren onder de betalende of de blauwe zone of bewoners met een hoofdverblijfplaats in straten en pleinen ingesloten tussen deze betalende of blauwe zones en waar geen parkeerplaatsen zijn, komen in aanmerking voor de uitreiking van een bewonerskaart. Per domicilieadres worden er meerdere bewonerskaarten toegestaan. De eerste bewonerskaart voor een gegeven domicilieadres is gratis. Vanaf de tweede bewonerskaart op eenzelfde adres bedraagt de kostprijs 75 euro per jaar per bewonerskaart. De retributie wordt vooraf betaald en het bedrag is ondeelbaar.
Een bewonerskaart is steeds gekoppeld aan één kentekenplaat. De bewonerskaarten worden aangevraagd en louter digitaal uitgereikt via de concessiehouder die door de gemeente belast is met de exploitatie van het parkeerbeheer. De bewonerskaart kan verkregen worden voor één of twee jaar en kan na het aflopen van die termijn, indien gewenst, vernieuwd worden.
De parkeerkaarten zijn enkel geldig in de blauwe parkeerzones, niet in de betalende en de zones bestemd voor kortparkeren, en geven het voertuig gekoppeld aan de kaart het recht kosteloos en zonder tijdsbeperking aldaar te parkeren.
De parkeerkaarten van bewoners gedomicilieerd in een betalende zone geeft in deze betalende zone recht op parkeren aan halve prijs doch niet langer dan toegelaten volgens het geldende reglement.
De parkeerkaarten kunnen aangevraagd worden zowel door bewoners die gedomicilieerd zijn in een blauwe zone als door bewoners die gedomicilieerd zijn in een betalende zone als bewoners die in een (deel van een) straat wonen waar geen parkeerplaatsen zijn maar die wordt ingesloten door de blauwe en/of betalende zone gelet op de geldende modaliteiten.
Voor een handelaarsplaat (Z-plaat) of taxinummerplaat kan geen bewonerskaart aangevraagd worden.
De bewonerskaart moet aangevraagd worden bij het parkeerbedrijf-concessiehouder en vergezeld zijn van de volgende bewijsstukken:
Deze retributie is verschuldigd door de titularis van de bewonerskaart.
Art. 5.
De controle en de inning dient te gebeuren overeenkomstig het bedingen van de concessie van openbare dienst.
In ieder geval echter wordt, indien bij controle wordt vastgesteld dat de retributie verschuldigd is, een uitnodiging om de retributie te betalen op de voorruit van het voertuig aangebracht.
Art. 6.
Aanmaningen en invorderingen met betrekking tot onbetaald gebleven retributies gebeuren overeenkomstig de wijze en de tarieven zoals hierna bepaald .
De retributie die niet betaald wordt volgens de richtlijnen vermeld staande op de retributieheffing ( afgeleverd door de parkeerwachter op de wagen, of toegestuurd per post ) volgt de minnelijke aanmaningsprocedure (hetzij B2B, hetzij B2C), met administratieve kosten ten laste van de wanbetaler:
De gevorderde verwijlintresten worden gerekend vanaf de ingebrekestelling op de nog te betalen som tegen de referentie-intrestvoet vermeerderd met acht procentpunten bedoeld in art 5, lid 2 van de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betaalachterstand bij handelstransacties. ( zie ook: Art XIX.4, 1° WER).
Art. 7.
De voormelde retributie geldt vanaf de start van de concessie van openbare dienst op de controle op gedepenaliseerd parkeren en de inning van de parkeervergoedingen.
Art. 8.
Het reglement van 25 oktober 2023 betreffende de retributie op het parkeren in een blauwe zone wordt opgeheven.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'Algemene heffing op gezinnen' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Hamme een jaarlijkse algemene heffing op gezinnen geheven voor een termijn eindigend op 31 december 2031.
Artikel 2.
Deze heffing is ten laste van ieder gezin dat op 1 januari van het aanslagjaar is ingeschreven in de bevolkingsbestanden van de gemeente en waarvan geen enkel lid onderworpen is aan de algemene heffing op bedrijven en vrije beroepen.
Artikel 3.
§1. Onder gezin wordt verstaan:
§2. De heffing wordt gevestigd ten laste van een gezinsverantwoordelijke, d.w.z. namens één van de gezinsleden ouder dan 18 jaar, dat in het gezin eigen belangen en desgevallend die van de medegezinsleden behartigt en zich tegenover derden als dusdanig kenbaar gemaakt heeft, optreedt of gekend is.
Artikel 4.
§1. De belasting is verschuldigd per woning of woongelegenheid, hoe dan ook genaamd, op het grondgebied van de gemeente Hamme gelegen en door het gezin gebruikt of tot gebruik voorbehouden als hoofdverblijf.
§2. Een woning of woongelegenheid wordt beschouwd als gelegen in de gemeente wanneer zij haar adres heeft in de gemeente of de hoofdingang in de gemeente gelegen is.
Artikel 5.
De belasting wordt bepaald op 40,00 euro per gezin.
Artikel 6.
Het begonnen jaar is volledig verschuldigd, met dien verstande dat alleen de op 1 januari bestaande toestand in aanmerking genomen wordt.
Artikel 7.
Kunnen ontheffing van deze belasting bekomen:
Artikel 8.
De heffing wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 9.
De heffing is betaalbaar binnen de twee maand na toezending van het aanslagbiljet.
Artikel 10.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op sommige tussenkomsten van de lokale politie' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een gemeentebelasting geheven op sommige tussenkomsten van de lokale politie.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door degenen die de interventie noodzakelijk maken. Degene die hen opdracht of toelating gaf en de eigenaar, voor zover aangenomen en bewezen kan worden dat de eigenaar effectief schuldig of medeplichtig is, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3.
Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld als volgt:
§1. Het weghalen van autovoertuigen: terugvorderen van de door de gemeente betaalde takelkosten. Het gemeentebestuur zal de door haar te betalen factuur van de takelkosten ter staving van de aanslag voorleggen aan de belastingplichtige.
§2. Het bewaren en stallen van autovoertuigen: 6,25 euro/dag. Elke begonnen dag wordt als een volledige dag geteld.
§3. Nodeloos alarmeren van de politie zoals bepaald in het K.B. van 28 mei 1991 en het M.B. van 8 oktober 1993: 150 euro per oproep vanaf het derde nodeloos alarm.
§4. Vervoer van dronken personen of van personen die zich in soortgelijke toestand bevinden ten gevolge van het gebruik van verdovende of hallucinatieverwekkende middelen naar huis, naar een verpleeginstelling of naar een politiekantoor: 150,00 euro.
§5. Vervoer van bestuurlijk aangehouden personen naar een politiekantoor of naar een andere eindbestemming die naargelang het geval meer aangewezen zou kunnen zijn (thuis, verpleeginstelling, bij de meerderjarige die het ouderlijk gezag of feitelijk toezicht uitoefent, enz.): 150,00 euro.
Artikel 4.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 5.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 6.
Verwijl- en moratoriumintresten zijn toepasselijk zoals inzake directe rijksbelastingen.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op ambtshalve door de gemeente of door derden in opdracht van de gemeente uitgevoerde werken' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een periode ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 een kohierbelasting geheven om de kosten op ambtshalve door de gemeente of door derden in opdracht van de gemeente, voor derden uitgevoerde werken, terug te vorderen.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd door de perso(o)n(en): natuurlijke of rechtspersonen die – na ingebrekestelling – nalaten te voldoen aan de hen opgelegde verplichtingen opgenomen in een wet, decreet, reglementaire bepaling of zelfs gemeentelijke vergunning of gemeentelijke verordening. Een ingebrekestelling is niet vereist indien er sprake is van onmiddellijk gevaar. In geval twee of meer natuurlijke of rechtspersonen nalatig zijn, zijn zij hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Artikel 3.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
1. Voor de inzet van gemeentepersoneel:
2. Ingezet materieel/prestaties:
a. Voertuigen (vergoeding per begonnen uur):
b. Gereedschappen (vergoeding per begonnen uur):
c. Tijdelijke verkeerssignalisatie:
Per bord/baken/hek (inclusief steunen en voeten):
3. Verwerkte materialen:
Worden aan kostprijs doorgerekend aan de belastingplichtige(n). De kostprijs wordt bepaald aan de hand van een recente factuur van aankoop van het materiaal door ons bestuur.
4. Inzet van derden bij de uitvoering van de gevraagde prestatie(s):
Worden aan kostprijs doorgerekend aan de belastingplichtige(n). De uiteindelijke kostprijs van de prestatie(s) wordt bepaald aan de hand van de factuur die ons bestuur ontvangt van de derde-ondernemer.
Artikel 4.
De kohieren inzake gemeentebelastingen worden vastgesteld en uitvoerbaar verklaard ten laatste op 30 juni van het jaar dat volgt op het aanslagjaar, door het college van burgemeester en schepenen van de gemeente.
Artikel 5.
De belasting is betaalbaar binnen de twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 6.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op plaatsrechten op markten en foren' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld. Verder verandert niets aan dit reglement t.o.v. vorig jaar.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Ten behoeve van de gemeente Hamme, zullen volgende plaatsrechten op de markten en op andere plaatsen van de gemeente die tot het openbaar domein behoren, geheven worden voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031.
Artikel 2.
De tarieven worden als volgt samengesteld:
OCCASIONELE AMBULANTE VERKOOP OP OPENBAAR DOMEIN:
MARKTEN:
§ Marktkramen tot 4 meter: 6 EUR per kraam.
§ Marktkramen boven de 4 meter: 10 EUR per kraam.
FOREN:
a. Kermissen:
Deze tarieven gelden per lopende meter:
| HAMME |
HAMME |
HAMME |
MOERZEKE |
MOERZEKE |
MOERZEKE |
|
| 9,78 |
9,78 |
9,78 |
3,83 |
3,83 |
3,83 |
alleen wulken, suikerspin, suikerkraam, snoepkraam |
| 13,18 |
17,85 |
22,10 |
11,05 |
11,05 |
11,05 |
hotdogs, pitta, belegde broodjes, hamburgers |
| 15,30 |
18,28 |
21,25 |
11,05 |
11,05 |
11,05 |
wulken + broodjes |
| 17,85 |
22,10 |
26,78 |
4,68 |
4,68 |
4,68 |
levende paarden, kindervliegtuig, visspel, schietkraam, krachtbal, pottenkraam, derbyrace, muizenspel, bak-pikspel, ballenspel, yellyball, ringenspel, koordjetrek, magnetenspel, rugbyspel, rugbybal, kleine loterij (radio-spel), boksbal, rad, fortuin, basketbalspel, cinéscoop |
| 17,85 |
22,10 |
26,78 |
5,10 |
5,10 |
5,10 |
rattenspel, casino, tombola, stedenspel, kindervliegmolen, spookkasteel, boogschieten, flessenschieten |
| 22,53 |
26,78 |
31,03 |
5,10 |
5,10 |
5,10 |
kindermolen, kinderbuggy, paardenmolen |
| 22,53 |
26,78 |
31,03 |
5,10 |
5,10 |
5,10 |
schuivenspel, bulldozerspel, bumpers, hobbykranen |
| 23,80 |
28,05 |
32,73 |
6,38 |
6,38 |
6,38 |
autoscooter |
| 26,78 |
31,03 |
35,70 |
7,65 |
7,65 |
7,65 |
rupsmolen, automatische spelen, vliegmolen, bidule, polype, lambada, grote molen, cakewalk |
| 31,03 |
35,70 |
39,95 |
11,05 |
11,05 |
11,05 |
frituur |
b. Wijkkermissen:
c. Winterkermis:
De standplaatsen voor kermissen in Hamme-Centrum en Moerzeke-centrum zullen volgens voormelde tarieven contractueel vastgelegd worden.
De contracten worden in de loop van de eerste maand volgend op de installatie van de nieuwe gemeenteraad hernieuwd voor een periode van zes jaar.
De standplaatsen zullen volgens voormelde tarieven contractueel vastgelegd worden door het schepencollege, rekening houdend met de aard van de inrichting.
Voormelde tarieven gelden voor de ganse duur van de kermissen.
Artikel 3.
Artikel 4.
De lengte der kramen zal berekend worden op de meest belastbare gebruikte lengte:
Het gedeelte van een meter wordt steeds voor een lopende meter aangerekend.
In geval van geschil bij de meting zullen de kramers of kooplieden zich gedragen en onderwerpen, zonder beroep, aan de meting door een afgevaardigde van het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 5.
Zijn van betaling vrijgesteld:
De voorwerpen welke ter gelegenheid van openbare veilingen op de straat worden gebracht voor huizen, waar de veiling plaats heeft, zo ook voorwerpen welke verkocht worden bij openbare verkoop, alsmede dieren, die op de dagen der jaarmarkten mededingen aan prijskampen door de gemeente uitgeschreven of door haar gesteund.
Artikel 6.
De belasting is contant te betalen tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'belasting op de vergunningsaanvragen en meldingen bedoeld in artikel 5 van het decreet van 25/4/2014 betreffende de omgevingsvergunning' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld.
De bedragen waren al enige jaren onveranderd en zijn verhoogd naar analogie met de buurgemeenten.
Door de digitale aanvragen en de nieuwe regelgeving kruipt er ook meer tijd in om adviezen op te vragen, adviezen te analyseren en de aanvraag af te toetsen aan nieuwe regelgeving.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 en eindigend op 31 december 2031 wordt een gemeentebelasting geheven op de aanvraag van omgevingsvergunningen.
Artikel 2.
Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het verkavelen van gronden, is de belasting verschuldigd door de verkavelaar van de te verkavelen gronden. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor het exploiteren of veranderen van een ingedeelde inrichting of activiteit, is de belasting verschuldigd door de exploitant van de ingedeelde inrichting of activiteit. Indien de omgevingsvergunning aangevraagd wordt voor stedenbouwkundige handelingen, is de belasting verschuldigd door de bouwheer.
Artikel 3.
De belasting bedraagt:
Artikel 4.
Het belastingbedrag zal verhoogd worden met:
Artikel 5.
Vrijstelling van belasting wordt verleend aan:
Artikel 6.
De belasting wordt contant betaald tegen afgifte van een betalingsbewijs. Bij gebreke van betaling wordt de belasting ingekohierd en wordt een kohierbelasting.
Artikel 7.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 8.
De regels betreffende de invordering, de verwijlintresten en moratoire intresten, de vervolgingen, de voorrechten, de wettelijke hypotheek en de verjaring inzake rijksbelasting op de inkomsten zijn toepasselijk op deze gemeentebelasting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het reglement 'activeringsheffing op onbebouwde gronden in woongebied en onbebouwde kavels' goed te keuren.
Aangezien dit belastingreglement jaarlijks werd gestemd door de gemeenteraad dient dit reglement vernieuwd te worden voor volgende aanslagjaren, zoals reeds vorig jaar werd meegedeeld.
De bedragen en vrijstellingen werden aangepast.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een activeringsheffing geheven op onbebouwde bouwgronden in woongebied en onbebouwde kavels.
Artikel 2.
Het bedrag wordt vastgesteld op € 1 per vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, evenwel met een minimum aanslag van € 500 per bouwgrond of kavel.
Voor het tweede opeenvolgende aanslagjaar waarin de heffing wordt gevestigd op dezelfde bouwgrond of kavel, wordt de aanslagvoet verhoogd tot € 2 per vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, met een minimale aanslag van € 1.000 per bouwgrond of kavel.
Voor het derde opeenvolgende aanslagjaar waarin de heffing wordt gevestigd op dezelfde bouwgrond of kavel, wordt de aanslagvoet verhoogd tot € 3 per vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, met een minimale aanslag van € 1.500 per bouwgrond of kavel.
Vanaf het vierde opeenvolgende aanslagjaar waarin de heffing wordt gevestigd op dezelfde bouwgrond of kavel, wordt de aanslagvoet verhoogd tot € 4 per vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, met een minimale aanslag van € 2.000 per bouwgrond of kavel.
Vanaf het vijfde opeenvolgende aanslagjaar waarin de heffing wordt gevestigd op dezelfde bouwgrond of kavel, wordt de aanslagvoet verhoogd tot € 5 per vierkante meter oppervlakte van de bouwgrond of kavel, met een minimale aanslag van € 2.500 per bouwgrond of kavel.
Artikel 3.
De activeringsheffing is verschuldigd door de persoon die op 1 januari van het heffingsjaar eigenaar is van de bouwgrond of kavel. In geval van overdracht onder levenden, wordt de hoedanigheid van eigenaar beoordeeld op de datum van de authentieke akte tot vaststelling van de overdracht. Indien er een erfpacht of opstalrecht bestaat, is de heffing verschuldigd door de erfpachter of opstalhouder. In geval van mede-eigendom, zijn de niet-vrijgestelde mede-eigenaars hoofdelijk gehouden tot betaling van de verschuldigde activeringsheffing.
Artikel 4.
Als niet bebouwde bouwgrond wordt beschouwd elke grond waarop de oprichting van een voor bewoning bestemd gebouw niet is aangevat op 1 januari van het belastingsjaar.
Als niet bebouwde kavels worden beschouwd: alle kavels, als zodanig vermeld in een niet vervallen verkavelingsvergunning, met uitzondering van deze waarop, op 1 januari van het dienstjaar waarop de belasting betrekking heeft, de oprichting van een voor bewoning of industrie bestemd gebouw reeds werd aangevat overeenkomstig de stedenbouwkundige hoofdbestemming van de kavel en overeenkomstig een uitvoerbare en niet vervallen omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen.
Artikel 5.
Van de activeringsheffing zijn vrijgesteld:
Artikel 6.
De activeringsheffing wordt niet geheven op bouwgronden en kavels die tijdens het heffingsjaar niet voor bebouwing kunnen worden bestemd:
Artikel 7.
De activeringsheffing wordt opgeschort in hoofde van de houders van een in laatste administratieve aanleg verleende verkavelingsvergunning, en dit gedurende één jaar te rekenen vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op de afgifte van de vergunning in laatste administratieve aanleg, respectievelijk, wanneer de verkaveling werken omvat, vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op het jaar van afgifte van het in artikel 4.2.16, §2 VCRO vermelde attest, desgevallend voor die fase van de verkavelingsvergunning waarvoor het attest wordt verleend.
Artikel 8.
Enkel de vrijstellingen zoals bepaald in artikels 5, 6 en 7 van dit reglement worden toegepast.
Artikel 9.
De opname van de belastbare kavel of grond zal door de zorgen van het college van burgemeester en schepenen gebeuren, ingevolge aangifte te doen bij middel van een door het gemeentebestuur ter beschikking gesteld formulier dat door de belastingplichtige, behoorlijk ingevuld en ondertekend, voor 1 juni van het aanslagjaar moet worden ingestuurd.
De belastingplichtige die geen aangifteformulier heeft ontvangen, is gehouden aan het gemeentebestuur de voor de aanslag noodzakelijke gegevens ter beschikking te stellen voor 31 november van het aanslagjaar.
Artikel 10.
Bij gebrek aan aangifte binnen de gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belasting ambtshalve ingekohierd worden.
Overtredingen op de aangifteverplichting geven aanleiding tot volgende belastingverhogingen:
De overtredingen op de aangifteverplichting worden vastgesteld door de ambtenaren van het gemeentebestuur van Hamme, speciaal daartoe aangesteld door het college van burgemeester en schepenen. De vastgestelde overtredingen worden genoteerd in processen-verbaal die bewijskracht hebben tot het tegendeel.
De belastingverhoging wordt ingekohierd, samen met het recht.
Artikel 11.
De heffing wordt ingevorderd bij wege van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen. De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 12.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 13.
De aan deze belasting onderworpen kavels kunnen niet aangeslagen worden in de belasting op de niet-bebouwde gronden, gelegen in het woongebied en palende aan een openbare uitgeruste weg.
Huidig reglement
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Bij innames zonder vergunning of een laattijdige aanvraag (< 3 werkdagen op voorhand), vervalt de vrijstelling van de eerste 15 kalenderdagen en wordt deze vrijstelling vervangen door een belasting van 9,00 euro per m².
Verlengingen of aanpassingen aan de reeds goedgekeurde dossiers gebeuren zonder bijkomende kosten.
Delen van een m² worden als een volledige m² beschouwd;
De belasting is ondeelbaar en steeds voor een ganse periode van 15 kalenderdagen verschuldigd.
Voorstel aanpassing
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad gaat over tot een eerste stemming over het amendement van raadslid Kurt Pieters:
Met 12 stemmen voor (Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters), 15 stemmen tegen (Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq), 1 onthouding (Gilles Verbeke)
Aldus is het amendement verworpen.
Art. 2.
De gemeenteraad gaat over tot een tweede stemming over het gehele reglement:
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1.
Er wordt voor een termijn ingaand op 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 een gemeentebelasting gevestigd op de tijdelijke privatisering van het openbaar domein bij het uitvoeren van bouw–, verbouw- en /of afbraakwerken.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd voor:
1° Het plaatsen van materiaal, materieel en voertuigen, die nodig zijn voor de uitvoering van de geplande werken. De oppervlakte die in aanmerking wordt genomen, is diegene van de rechthoek die rond het voorwerp of de groep voorwerpen, die de openbare weg innemen, kan getrokken worden.
2° Het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein.
Artikel 3.
§1. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot inneming van het openbaar domein.
§2. De aannemer van de werken, de eigenaar, de huurder, de bewoner, de bouwheer, de architect of alle andere personen die bij de privatisering betrokken partij zijn, zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Delen van een m² worden als een volledige m² beschouwd;
Artikel 5.
Van de belasting zijn vrijgesteld de tijdelijke privatiseringen in opdracht van instellingen die ingevolge bijzondere wetten vrijgesteld zijn van alle gemeentelijke belastingen.
Artikel 6.
§1. De aanvraag tot inname van het openbaar domein dient online ingediend te worden via het e-loket binnen de hierna vermelde termijnen:
In bovenstaande gevallen is enkel een beslissing van de gemachtigd ambtenaar nodig.
In deze laatste gevallen is een beslissing van het college van burgemeester en schepenen nodig.
§2. Voor aan laattijdige aanvraag wordt er een spoedprocedure opgestart, met een bijkomende kost van € 30.
§3. Naar aanleiding van deze aangifte wordt aan de belastingplichtige een vergunning afgeleverd voor de privatisering van het openbaar domein. Deze vergunning dient verplicht geafficheerd te worden op de plaats waar de inname van het openbaar domein gebeurt.
§4. Deze aangifte geldt tevens als fiscale aangifte.
Artikel 7.
Bij innames zonder vergunning wordt een spoedprocedure opgestart, met een bijkomende kost van 30€ en wordt de belasting met 50% verhoogd.
Artikel 8.
Vooraleer de vergunning wordt afgeleverd is de belastingplichtige verplicht een bedrag gelijk aan de vermoedelijke belasting in bewaring te geven tegen afgifte van een ontvangstbewijs. Het in bewaring gegeven bedrag zal van ambtswege als een verworven contantbelasting worden geboekt en ten opzichte van de belastingplichtige met een kwitantie worden bevestigd nadat de inname is beëindigd. Betaalde bedragen zijn niet terugvorderbaar.
Artikel 9.
Wanneer de contante inning niet kan worden uitgevoerd, wordt de belasting ingekohierd en is ze eisbaar overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
STEMMING:
Met 16 stemmen voor (Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Gilles Verbeke), 12 stemmen tegen (Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Marc Saerens, Kurt Pieters)
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement op begraafplaatsen goed te keuren.
Op heden hebben wij 5 verschillende retributiereglementen met betrekking tot de begraafplaatsen. Deze worden samengevoegd in één retributiereglement op de begraafplaatsen.
Deze samenvoeging bevordert de duidelijkheid en transparantie voor zowel de administratie als de betrokkenen.
Hierbij werd de inhoud van de verschillende reglementen geactualiseerd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
De behandeling van voorliggend ontwerpbesluit van retributiereglement wordt uitgesteld tot een volgende raadszitting.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor het gemeentelijk openluchtzwembad goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Hamme een retributie geheven op het gebruik van gemeentelijk openluchtzwembad.
Artikel 2. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
De tarieven voor het gemeentelijk zwembad worden opgesplitst volgens leeftijd, inwonerschap en verminderingstarieven:
| Categorie |
Inwoners |
Niet-inwoners (60 %) (% waarop nu het niet-inwonerstarief is berekend) |
| t.e.m. 5 jaar |
Gratis |
Gratis |
| 6 – 15 jaar |
€ 3,50 |
€ 6,50 |
| +16 jaar |
€ 5,00 |
€ 9,00 |
| Verminderingstarief* |
€ 3,50 |
€ 6,50 |
| UITpas kansentarief -16 jaar |
€ 0,70 |
€ 0,70 |
| UITpas kansentarief +16 jaar |
€ 1,00 |
€ 1,00 |
| Groepen (min. 10 personen) |
€ 2,50 pp |
|
| Zwembrevet |
€ 1,50 |
€ 1,50 |
*leerkrachten, mindervaliden en houders EDC, 55-plussers, Hamse gezinnen (kinderen en ouders) met min 3 kinderen – op vertoon van attesten
Beurtenkaarten:
| Kaarttype |
Inwoners |
Niet-inwoners (60%) |
| 12 beurten -16 jaar |
€ 35,00 |
€ 64,00 |
| 12 beurten +16 jaar |
€ 50,00 |
€ 90,00 |
| 5 beurten Hamse gezinnen met min 3 kinderen |
€ 7,00 |
/ |
| 12 beurten +16 jaar verminderingstarief* |
€ 35,00 |
€ 64,00 |
| 12 beurten -16 jaar |
€ 7,00 |
€ 12,80 |
| 12 beurten +16 jaar |
€ 10,00 |
€ 18,00 |
| Seizoenkaart |
€ 85,00 |
€ 155,00 |
*leerkrachten, mindervaliden en houders EDC, 55-plussers – op vertoon van attesten
Extra tarieven:
| Gebruik |
Tarief |
| Huur zwembad volledig seizoen door Hamse sportclub jeugd |
€ 910/jaar (19 weken – 5 d/week - 2 u/dag = 190 u/jaar => € 4,79/u klein bad + groot bad!) aangepast volgens indexering: € 1 352 |
| Huur zwembaan door Hamse sportclub |
€ 100 (huur) + € 80 (externe redder) = € 180/u |
| Huur zwembaan door sportclub buiten Hamme - jeugd |
€ 6/uur aangepast volgens indexering: € 8,9-> € 9 |
| Huur zwembaan door sportclub buiten Hamme - volwassenen |
€ 10/uur aangepast volgens indexering: € 14,85 -> € 15 |
| Huur volledig bad door sportclub buiten Hamme |
€ 160 (huur) + € 80 (externe redder) = € 240/u |
| Redderbijscholing |
Kostprijs voor gemeentebestuur voor werknemers in het lopende seizoen Niet werknemers: tarief RedFed |
| Huur volledig bad voor officiële wedstrijden |
€ 500/halve dag |
*zijn van toepassing buiten de openingsuren tijdens het zwembadseizoen en buiten het zwembadseizoen
Artikel 3. Bovenvermelde prijzen zijn inclusief BTW.
Artikel 4. Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 inzake de retributie op het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur, wordt opgeheven en vervangen door dit besluit. Ingeval van hoogdringendheid kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om prijzen/vrijstellingen/verminderingen vast te stellen of toe te staan. Deze beslissing dient nadien bekrachtigd te worden door de gemeenteraad.
Art. 2.
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de hogere overheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor gemeentelijke kampen goed te keuren, zodat de inschrijvingen en personeelsplanning tijdig kunnen opgestart worden voor de vakantieperiodes van 2026.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Er wordt ten behoeve van de gemeente Hamme een retributie geheven voor de gemeentelijke sportkampen ingaand op 1 januari 2026.
Artikel 2. De tarieven vast te stellen op:
Artikel 3. Bovenvermelde prijzen zijn inclusief BTW.
Artikel 4. Annulering van een inschrijving voor gemeentelijke sportkampen is enkel mogelijk in geval van ziekte of overmacht:
Artikel 5. Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 inzake de retributie op het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur, wordt opgeheven en vervangen door dit besluit. Ingeval van hoogdringendheid kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om prijzen/vrijstellingen/verminderingen vast te stellen of toe te staan. Deze beslissing dient nadien bekrachtigd te worden door de gemeenteraad.
Art. 2.
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de hogere overheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor gemeentelijke visvijvers goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Met ingang van 1 januari 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Hamme een retributie geheven op het gebruik van de gemeentelijke visvijvers.
Artikel 2. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
De tarieven voor visvergunningen aan de Gespoelde Put en Meulenbroek zijn als volgt:
| Type vergunning |
Tarief (UIT-pas kansentarief) |
| Dagvergunning |
€ 10 (€ 2) |
| Dubbele jaarvergunning |
€ 50 (€ 10) |
Betaling kan via:
Artikel 3. Bovenvermelde prijzen zijn inclusief BTW.
Artikel 4. Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 inzake de retributie op het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur, wordt opgeheven en vervangen door dit besluit. Ingeval van hoogdringendheid kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om prijzen/vrijstellingen/verminderingen vast te stellen of toe te staan. Deze beslissing dient nadien bekrachtigd te worden door de gemeenteraad.
Art. 2.
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de hogere overheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het retributiereglement voor gebruik zalen sporthal Meulenbroek goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Met ingang van 1 juli 2026 wordt ten behoeve van de gemeente Hamme een retributie geheven op het gebruik van de zalen van sporthal Meulenbroek.
Artikel 2. Het bedrag van de retributie wordt vastgesteld als volgt:
De sporthal Meulenbroek bestaat uit twee zalen: een groene en een blauwe zaal (HIM). De groene zaal kan opgedeeld worden in drie delen, de blauwe zaal in twee delen. Beide zalen hanteren voortaan identieke tarieven.
| ZAALCONFIGURATIE |
TARIEF PER UUR |
| 1/3 zaal |
€ 10 |
| 1/2 zaal |
€ 15 |
| 2/3 zaal |
€ 20 |
| Volledige zaal |
€ 30 |
| Spiegelzaal |
€ 10 |
| Kleine zaal / vergaderruimte |
€ 10 |
*Prijzen zijn onderhevig aan indexering en zullen voortaan jaarlijks herbekeken worden.
Minimale verhuureenheid is 1/3 van de zaal en één uur.
RESERVATIES
Alle reservaties dienen te gebeuren via het reservatieplatform van de gemeente: https://reservaties.hamme.be/Home.aspx
Artikel 3. Bovenvermelde prijzen zijn inclusief BTW.
Artikel 4. Het gemeenteraadsbesluit van 24 april 2024 inzake de retributie op het gebruik van de gemeentelijke sportinfrastructuur, wordt opgeheven en vervangen door dit besluit vanaf 1 juli 2026. Ingeval van hoogdringendheid kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om prijzen/vrijstellingen/verminderingen vast te stellen of toe te staan. Deze beslissing dient nadien bekrachtigd te worden door de gemeenteraad.
Art. 2.
Afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de hogere overheid.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het belastingreglement op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolking- of vreemdelingenregister goed te keuren.
Dit reglement komt in de plaats van het retributiereglement op tweede verblijven. In hoofdzaak om plaats te geven aan alle panden die gebruikt worden voor een woonfunctie, maar om een bepaalde reden niet als hoofdverblijfplaats, en bijgevolg zonder een inschrijving in het bevolkings- of vreemdelingenregister. Hieronder vallen de gekende recreatieverblijven waar geen domicilie is toegestaan. Maar ook andere woningen, waar men wel een domicilie kan vestigen worden hier opgenomen indien ze niet tot hoofdverblijfplaats dienen.
De hervorming van het reglement is nodig om beter af te stemmen op de huidige regelgeving betreffende stedenbouw en leegstand. Het achterpoortje om een leegstaande woning als tweede verblijf te registreren en zo een veel lagere belasting te betalen wordt hiermee gesloten.
De belasting wordt herleid naar 1 tarief voor de verblijven waar geen domicilie gevestigd kan worden en 1 tarief voor de panden waar dat wel mogelijk is.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Voor dit reglement zijn volgende begripsomschrijvingen van toepassing:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1. Belastbaar feit:
De gemeente Hamme heft voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een belasting op gebruikte woningen zonder inschrijving in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister.
Artikel 2. Berekeningsgrondslag en tarief:
§1. De belasting is ineens en voor het hele jaar verschuldigd.
§2. De belasting is verschuldigd voor elke gebruikte woning zonder inschrijving in het bevolking- en/of vreemdelingenregister en wordt vastgesteld op:
€ 500 voor een gebruikte woning waar om stedenbouwkundige redenen geen inschrijving als hoofdverblijfplaats mogelijk is.
€ 750 voor een gebruikte woning waar om stedenbouwkundige redenen wel inschrijving als hoofdverblijfplaats mogelijk is.
De belasting blijft verschuldigd ongeacht of de gebruikte woning te koop wordt gesteld, ongeacht de duur van eventuele verhuring.
§3. Als één van de zakelijke rechten in onverdeeldheid toebehoort aan meer dan één persoon zijn deze allen hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de totale belastingschuld. Dit betekent dat het volledige bedrag van de belasting bij één van hen kan worden opgeëist.
Artikel 3. De aangifteplicht:
§1. De belastingplichtige moet jaarlijks, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, een aangifte indienen bij het lokaal bestuur op een door het lokaal bestuur aangeboden formulier of op een digitaal aanvraagformulier, voor zover dit laatste beschikbaar is. Deze aangifte dient aangevuld te worden met de nodige bewijsstukken, zoals omschreven in de begripsomschrijving gebruikte woning.
§2. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
§3. De administratie kan de belastingplichtige een "voorstel van aangifte" bezorgen. De belastingplichtige dient dit voorstel vervolgens, en ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, terug te sturen. Als de gegevens op dit voorstel onjuist, onvolledig zijn of niet overeenstemmen met de belastbare toestand op 1 januari van het aanslagjaar, moet de belastingplichtige het voorstel, ten laatste op 30 juni van het aanslagjaar, verbeterd en vervolledigd terugsturen. Het tijdig teruggezonden en gecorrigeerde of aangevulde voorstel van aangifte geldt in dat geval als aangifte.
Artikel 4. Ambtshalve aanslag:
§1. Bij gebrek aan aangifte binnen de in het reglement vastgestelde termijn of bij onvolledige, onjuiste of onnauwkeurige aangifte kan de belastingplichtige ambtshalve belast worden volgens de gegevens waarover de belastingadministratie beschikt.
§2. Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige op de hoogte van de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
Artikel 5. Inning:
§1. Het lokaal bestuur Hamme vestigt de belasting door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar wordt verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 6. Bezwaar:
§1. De belastingschuldige kan bezwaar indienen tegen deze belasting bij het college van burgemeester en schepenen. De belastingschuldige of zijn vertegenwoordiger die wenst gehoord te worden moet dit uitdrukkelijk vragen in het bezwaarschrift.
§2. De indiening en de behandeling van het bezwaar gebeurt volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
§3. Het bezwaar kan via één van de volgende kanalen ingediend worden:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de afsprakennota tussen de gemeente en het Centraal Kerkbestuur (CKB Hamme) goed te keuren. Deze nota bevat de meerjarenplanning met de financiële afspraken tussen de gemeente Hamme en de betrokken kerkfabrieken voor de periode 2026-2031.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Tabel met de exploitatietoelagen per kerkfabriek voor 2026-2031:
| Exploitatietoelage | Budget 2026 | Budget 2027 | Budget 2028 | Budget 2029 | Budget 2030 | Budget 2031 | Totaal |
| Sint-Pietersbanden | 37.559 | 37.559 | 37.559 | 37.559 | 37.559 | 37.559 | 225.354 |
| Sint-Martinus Moerzeke | 26.465 | 26.465 | 26.465 | 26.465 | 26.465 | 26.465 | 158.790 |
| Sint-Anna Hamme | 9.122 | 9.422 | 9.722 | 8.277 | 5.518 | 0 | 42.061 |
| Heilig Hart Zouaaf | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 16.000 | 8.000 | 8.000 | 80.000 |
| O.L.-Vrouw HDV Zogge | 11.035 | 11.035 | 11.035 | 8.277 | 5.518 | 0 | 46.900 |
| Sint-Jozef Kastel | 8.390 | 6.195 | 5.765 | 5.845 | 5.803 | 0 | 31.998 |
Tabel met de investeringstoelagen per kerkfabriek voor 2026-2031:
| Investeringstoelage | Budget 2026 | Budget 2027 | Budget 2028 | Budget 2029 | Budget 2030 | Budget 2031 | Totaal |
| Sint-Pietersbanden | 3.264 | 400.000 | 403.264 |
BESLUIT:
Artikel 1.
Keurt de bij dit besluit gevoegde afsprakennota tussen de gemeente Hamme en het Centraal Kerkbestuur (CKB Hamme) goed.
Art. 2.
Keurt de hierin opgenomen gemeentelijke exploitatie- en investeringsuitgaven voor de periode 2026-2031 voor volgende eredienstbesturen goed:
Vaststelling dotatie 2026 voor de Politiezone Hamme-Waasmunster.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeentelijke dotatie aan de politiezone Hamme-Waasmunster voor het jaar 2026 wordt vastgesteld op € 4.952.630.
Goedkeuring van de dotatie 2026 aan Hulpverleningszone OOST.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
Goedkeuring wordt verleend aan de gemeentelijke dotatie voor 2026 ten bedrage € 913.618 voor de hulpverleningszone Oost, bestaande uit € 700.490 als werkingssubsidie, € 130.571 als investeringssubsidie en € 42.557 als dotatie voor de erkentelijkheidspremies.
Vaststelling deel gemeente van het meerjarenplan 2026-2031.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
Het gedeelte van het meerjarenplan 2026-2031, met de beginkredieten voor 2026, dat betrekking heeft op de gemeente wordt vastgesteld.
Goedkeuring van het meerjarenplan 2026-2031 voor de gemeente en het OCMW.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
Het meerjarenplan 2026-2031 gemeente en OCMW, met de beginkredieten voor 2026, wordt goedgekeurd.
De gemeenteraad wordt gevraagd het reglement “Ter beschikking stellen van gemeentelijke infrastructuur aan verenigingen” goed te keuren, samen met de bijhorende modelovereenkomst bruikleen en model huurovereenkomst. Deze documenten vormen het kader voor het afsluiten van duidelijke en uniforme afspraken met verenigingen die structureel gebruikmaken van gemeentelijke infrastructuur.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| Situatie gebouw/zaal/lokaal/terrein | Instrumenten | Huidig reglement van toepassing |
| Occasioneel verhuur mogelijk, geen vast gebruikers |
Gebruiksreglement + retributiereglement |
Nee |
| Occasioneel verhuur mogelijk + vaste gebruikers |
Gebruikersreglement + retributiereglement + evt. voorrangsregels en/of andere tarieven voor vaste gebruikers + evt. afsprakennota's voor afwijkingen |
Nee |
| Geen occasioneel verhuur, meerdere gebruikers |
Huur of bruikleenovereenkomst/gebruiker + evt. afsprakennota met alle gebruikers |
Ja |
| Geen occasioneel verhuur, 1 vaste gebruiker | Huur - bruikleenovereenkomst, recht van erfpacht, recht van opstal | Ja |
BESLUIT:
De behandeling van voorliggend ontwerpbesluit van retributiereglement wordt uitgesteld tot een volgende raadszitting.
Het convenant in zijn huidige vorm tussen het lokaal bestuur en het Archeologisch Museum Van Bogaert-Wauters (beheerd door VZW De Vrienden van de Durme en Scheldehoek) loopt ten einde op 31 december 2025. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aangepaste vorm van het convenant met 1 jaar te verlengen zodat de toekomstige erfgoedwerking kan verzekerd worden en de continuïteit van de samenwerking kan behouden blijven.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Het convenant in zijn huidige vorm (de werking van het museum en de ontsluiting ervan voor het publiek, in het bijzonder de inwoners van Hamme) tussen het gemeentebestuur en het Archeologisch Museum Van Bogaert-Wauters (beheerd door VZW De Vrienden van de Durme en Scheldehoek) loopt ten einde op 31 december 2025.
Om de werking en de ontsluiting van het archeologische erfgoed te blijven garanderen is het noodzakelijk om de bestaande convenant te verlengen en aan te passen naar de financiële keuzes in het nieuwe meerjarenplan. Deze verlenging waarborgt de continuïteit van de samenwerking.
De focus in het convenant blijft om op termijn de collectie op een kwalitatieve en duurzame manier te ontsluiten voor een breed publiek.
Door nu te kiezen voor verlenging en actualisering van de convenant, verzekeren we een stabiele overgang naar de toekomstige erfgoedwerking en vermijden we een onderbreking van hun werking (focus op verdere publieksontsluiting, herverpakken en inventariseren).
Er wordt voorgesteld om het convenant met één jaar in zijn aangepaste vorm te verlengen (van 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026).
Deze beperkte verlenging biedt de mogelijkheid om eind volgend jaar de stand van zaken in het dossier te evalueren en op basis daarvan te beslissen of een verdere verlenging of een inhoudelijke update van de convenant nodig is.
Deze wijzigingen worden voorgesteld:
| Oude tekst |
Aanpassing nieuwe tekst |
| Hoofding: Convenant met Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters 2023 – 2025 |
Hoofding: Convenant met Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters 2026
|
| Het Gemeentelijk Meerjarig Beleidsplan 2020 - 2025 stelt o.a.: “We vinden het Viking museum een waardevol privaat initiatief. Het gemeentebestuur wil met de initiatiefnemers nagaan hoe de toekomst van het museum verzekerd kan worden, onder meer wat een mogelijke toekomstige locatie betreft.” |
Het gemeentebestuur van Hamme wenst de bestaande samenwerking met het Archeologisch Museum van Bogaert-Wauters, beheerd door vzw De Vrienden van Durme- en Scheldehoek, te verlengen voor een periode van één jaar. Deze tijdelijke verlenging is noodzakelijk aangezien het convenant afloopt op 31 december 2025. Inhoudelijk blijft de samenwerking ongewijzigd, met uitzondering van een aangepaste budgettaire invulling zoals voorzien in het nieuwe gemeentelijk meerjarenplan 2026-2031. Deze overeenkomst bouwt verder op het engagement dat werd opgenomen in het gemeentelijk meerjarenplan 2020–2025, waarin het Vikingmuseum werd erkend als een waardevol privaat initiatief en het gemeentebestuur zich engageerde om samen met de initiatiefnemers een toekomstvisie uit te werken voor het museum en het bredere erfgoedcentrum. Ook in het huidige bestuursakkoord blijft het roerend erfgoed een belangrijk aandachtspunt: “ Daarnaast zetten we verder in op de ontwikkeling van een belevings- en erfgoedcentrum in de voormalige bibliotheek. Ons gemeentearchief en ons gemeentelijk kunstpatrimonium vinden er een plaats. We geven daar ook ruimte voor onze lokale kunstenaars en kunstverenigingen om hun creatief meesterschap hier tentoon te stellen. Ook het roerend erfgoed in Hamme blijft voor het bestuur een belangrijk aandachtspunt. De inventarisatie en het beheer van het gemeentelijk kunstpatrimonium wordt verder afgewerkt.” Met deze verlenging bevestigt het gemeentebestuur haar blijvende waardering voor het archeologisch museum en haar bereidheid om de samenwerking op een constructieve manier verder te zetten binnen het bredere erfgoedbeleid van de gemeente.
|
| Artikel 1: de partijen. |
Artikel 1: De partijen.
|
| Artikel 3: de duur van de overeenkomst |
Artikel 3: de duur van de overeenkomst
|
| Artikel 4: Doelstellingen en afspraken vanwege de museumbeheerder
|
Artikel 4: Doelstellingen en afspraken vanwege de museumbeheerder
|
| Artikel 5: engagement vanwege de gemeente Hamme |
Artikel 5: engagement vanwege de gemeente Hamme
|
| Artikel 5: engagement vanwege de gemeente Hamme |
Deze alinea is verdwenen uit het convenant. Een deel van het artikel werd verwerkt onder de basisfuncties van het museum. |
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de verlenging van het Convenant met Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters met één jaar (1 januari 2026 tot en met 31 december 2026) goed, zoals hieronder beschreven.
Situering:
Het gemeentebestuur van Hamme wenst de bestaande samenwerking met het Archeologisch Museum van Bogaert-Wauters, beheerd door vzw De Vrienden van Durme- en Scheldehoek, te verlengen voor een periode van één jaar. Deze tijdelijke verlenging is noodzakelijk aangezien de convenant afloopt op 31 december 2025.
Inhoudelijk blijft de samenwerking ongewijzigd, met uitzondering van een aangepaste budgettaire invulling zoals voorzien in het nieuwe gemeentelijk meerjarenplan 2026-2031.
Deze overeenkomst bouwt verder op het engagement dat werd opgenomen in het gemeentelijk meerjarenplan 2020–2025, waarin het Vikingmuseum werd erkend als een waardevol privaat initiatief en het gemeentebestuur zich engageerde om samen met de initiatiefnemers een toekomstvisie uit te werken voor het museum en het bredere erfgoedcentrum.
Ook in het huidige bestuursakkoord blijft het roerend erfgoed een belangrijk aandachtspunt: “ Daarnaast zetten we verder in op de ontwikkeling van een belevings- en erfgoedcentrum in de voormalige bibliotheek. Ons gemeentearchief en ons gemeentelijk kunstpatrimonium vinden er een plaats. We geven daar ook ruimte voor onze lokale kunstenaars en kunstverenigingen om hun creatief meesterschap hier tentoon te stellen. Ook het roerend erfgoed in Hamme blijft voor het bestuur een belangrijk aandachtspunt. De inventarisatie en het beheer van het gemeentelijk kunstpatrimonium wordt verder afgewerkt.”
Met deze verlenging bevestigt het gemeentebestuur haar blijvende waardering voor het archeologisch museum en haar bereidheid om de samenwerking op een constructieve manier verder te zetten binnen het bredere erfgoedbeleid van de gemeente.
Artikel 1. Partijen:
Deze convenant wordt afgesloten tussen gemeentebestuur Hamme en de vzw De Vrienden van Durme- en Scheldehoek – verder ook genoemd: de museumbeheerder – met betrekking tot het ‘Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters’.
Artikel 2. Opdracht:
Deze convenant wordt afgesloten met als doel de samenwerking tussen de gemeente en het Archeologisch Museum Van Bogaert - Wauters te versterken met het oog op toenemende integratie in het lokale cultuurbeleid, het intergemeentelijke en regionale cultureel erfgoedbeleid en het lokale en regionale toerismebeleid.
Hiertoe wordt de museumfunctie verder uitgebouwd en zal deze nauwer aansluiten bij de werking en de beleidsvisie van het gemeentebestuur, de intergemeentelijke Erfgoedcel Land van Dendermonde en het lokale en regionale toerismebeleid en – voor zover van toepassing – het provinciebestuur. Het gemeentebestuur wil zo het Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters kansen bieden en het structureel mee verankeren binnen het lokale en regionale toerisme- en cultureel erfgoedbeleid.
De gemeente Hamme biedt een ondersteunend kader (financieel, promotioneel, logistiek) waarin de museumbeheerder volgens het gemeenteraadsbesluit betreffende de bruikleenovereenkomst automatisch instapt. Dit kader kan in samenspraak met de andere partners uitgebreid of aangepast worden. Tegenover dit engagement staan niet uitsluitend normatieve voorschriften maar ook inhoudelijke doelstellingen die zullen aansluiten bij de visie van het erfgoedcentrum. Deze dienen nagestreefd te worden net zoals de visie van het erfgoedcentrum.
Deze convenant geldt voor de inhoudelijke werking van het museum en heeft slechts betrekking op de museuminfrastructuur voor zover dit in het belang is voor de museumwerking.
Artikel 3. Duur van de overeenkomst:
De duur van deze convenant loopt van 1 januari 2026 tot en met 31 januari 2026. Het convenant kan door het gemeentebestuur verlengd worden met telkens een periode van één jaar. Vóór het einde van die periode wordt het convenant geëvalueerd. Deze convenant kan op elk moment in onderling akkoord worden bijgestuurd of door één van beide partijen worden stopgezet, mits een grondige motivering voor deze stopzetting en een opzeggingsperiode van minstens drie maand.
Artikel 4. Doelstellingen en afspraken vanwege de museumbeheerder:
Door het sluiten van deze convenant verbindt de museumbeheerder zich gedurende de looptijd van het convenant volgende doelstellingen na te streven:
Met betrekking tot de basisfuncties (onderzoek, behoud, beheer en publieksontsluiting) engageert de museumbeheerder zich tot de volgende afspraken:
Ook de volgende afspraken worden hieronder begrepen:
Artikel 5. Engagement vanwege de gemeente Hamme:
Artikel 6. Verantwoording vanwege de museumbeheerder:
Deze doelstellingen worden opgevolgd door het indienen van een jaaractieplan en een jaarverslag. Deze verantwoordingsstukken dienen respectievelijk vóór 31 januari van het nieuwe jaar ingediend te worden.
Het jaaractieplan omvat een omschrijving van de geplande erfgoedactiviteiten (deelname aan erfgoedprojecten of -evenementen, de organisatie van tentoonstellingen, acties m.b.t. de museumcollectie, het opzetten van netwerking en samenwerkingsinitiatieven, enz.), welke acties rond publieksbereik en publiekswerving worden genomen, een sluitende jaarbegroting en een communicatieplan.
In het meerjarig beleidsplan wordt de koers die het Archeologisch Museum de volgende jaren wil varen uitgebreid omschreven en vastgelegd in doelstellingen en acties die realistisch en meetbaar zijn. Dit plan wordt tegelijk met het afsluiten – of de aanvraag tot verlengen – van het convenant ingediend.
In een tweede luik volgt een duidelijke raming van de financiële middelen die voor het behalen van de beoogde doelstellingen zullen worden ingezet. De museumbeheerder wordt hierbij aangemoedigd om nog andere financieringsbronnen te zoeken. In geval van subsidiëring of sponsoring dient dit duidelijk te worden aangegeven in de boekhouding.
In het jaarverslag volgt telkens de evaluatie van dit alles. Dit kan ook aanleiding geven tot het actualiseren van het meerjarig beleidsplan. Aanpassingen van de doelstellingen in het meerjarig beleidsplan worden grondig gemotiveerd.
Artikel 7. Evaluatie:
Het jaarverslag en de bijkomende verantwoordingsstukken worden voorgelegd aan het college van burgemeester en schepenen. Team cultuur en roerend erfgoed vraagt hierbij de nodige adviezen over de verslaggeving bij de diensten op. De resultaten die hieruit voortvloeien m.b.t. deze convenant worden door beide partijen geëvalueerd. Op basis hiervan kunnen de gemaakte afspraken uit het convenant worden aangepast. Indien nodig kan op gelijk welk moment door één van beide partijen om een opvolgingsgesprek worden gevraagd.
Artikel 8. Communicatie:
Het Archeologisch Museum Van Bogaert – Wauters zal in zijn promotie van activiteiten en in zijn externe communicatie steeds duidelijk het gemeentelogo vermelden. Het college van burgemeester en schepenen, de gemeenteraadsleden en de betrokken diensten zullen tevens voor deze activiteiten worden uitgenodigd.
Art. 2.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de VZW De Vrienden van de Durme en Scheldehoek.
Met de recente start van de nieuwe legislatuur en de start van een een nieuw werkjaar gelijklopend met de schooljaren (2025-2026) dient de gemeenteraad het huishoudelijk reglement van de kinderraad goed te keuren aangezien dit een adviesraad betreft.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Voorliggend reglement heeft enkele kleine inhoudelijke aanpassingen:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt onderstaand reglement goed:
Artikel 1: Wat is de kinderraad?
De kinderraad is een groep kinderen die mee mag nadenken over dingen die belangrijk zijn voor kinderen in de gemeente Hamme. We geven advies aan de gemeente en mogen ook zelf leuke ideeën en projecten bedenken.
Artikel 2: Wie zit er in de kinderraad?
De kinderraad bestaat uit kinderen van het 5de en 6de leerjaar van alle basisscholen in de gemeente Hamme:
Artikel 3: Wanneer vergaderen we?
We komen minstens om de twee maanden samen.
Artikel 4: Waar vergaderen we?
Meestal vergaderen we in JC Den Appel. Soms kan het ook in de raadzaal van het gemeentehuis doorgaan.
Artikel 5: Uitnodigingen:
Je krijgt een uitnodiging en een lijst met onderwerpen minstens 5 dagen voor de vergadering.
Artikel 6: Wat staat er op de agenda?
Heb je een idee of een vraag? Geef het door aan Team jeugd. Zij zetten het op de agenda voor de volgende vergadering.
Artikel 7: Hoe stemmen we?
Als we moeten kiezen, doen we dat meestal door onze handen omhoog te steken:
Artikel 8: Verslag:
Na elke vergadering maakt Team jeugd een verslag:
Artikel 9: Iedereen mag komen luisteren:
Onze vergaderingen zijn open voor iedereen:
Artikel 10: Afwezig?
Kun je niet komen? Laat het weten aan Team jeugd.
Artikel 11: Geld voor onze ideeën:
De gemeente Hamme geeft geld voor de kinderraad en voor kleine projecten. Team jeugd beheert dat geld.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de gewijzigde tarieven m.b.t. het gezamenlijke bibliotheekreglement van de Dijk92-bibliotheken goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Beslist de gecoördineerde versie van het reglement zoals hieronder beschreven goed te keuren:
De algemene bepalingen van dit reglement zijn van toepassing op alle bibliotheken, hun filialen/uitleenposten en dienstverlening buiten de muren van de bibliotheek (boekendienst aan huis) binnen dit samenwerkingsverband. De algemene bepalingen worden aangevuld met bepalingen die voor iedere bibliotheek specifiek zijn.
Artikel 1.
Lid worden van de bibliotheek is gratis en gebeurt met een geldige identiteitskaart of een geldig persoons- en Belgisch adresbewijs. Kinderen kunnen zich enkel inschrijven wanneer ze vergezeld zijn door een ouder of voogd met een geldige identiteitskaart of een geldig persoons- en Belgisch adresbewijs.
Wanneer minderjarigen ouder dan 12 jaar zich zonder ouder of voogd inschrijven, ontvangt de ouder of voogd een bevestiging van deze inschrijving.
Indien je niet over een elektronische identiteitskaart beschikt, ontvang je bij de inschrijving een lidkaart. Vervanging van de lidkaart (door verlies of beschadiging) kost 2,50 euro. Ook een UiTPAS kan je gebruiken als lidkaart.
Je mag jouw elektronische identiteitskaart of lidkaart niet door iemand anders laten gebruiken.
Artikel 2.
Jouw persoonsgegevens worden bijgehouden door de bibliotheek (via Cultuurconnect) en enkel gebruikt voor een goede werking van deze bibliotheek. De bibliotheek doet er alles aan om jouw privacy te waarborgen. Meer info op https://bibliotheek.be/privacyverklaring-bibliotheeksysteem.
De bibliotheek houdt zich in alle gevallen aan de toepasselijke wet- en regelgeving, waaronder de Algemene Verordening Gegevensbescherming (Verordening EU 2016/679).
Indien jouw persoonsgegevens wijzigen, is het belangrijk dit onmiddellijk te melden aan de bibliotheek.
Artikel 3.
Als je lid bent van de Dijk92-bibliotheek, kan je gebruik maken van alle bibliotheekdiensten, waaronder het lenen van materialen, internet … en de e-diensten van de bib.
Artikel 4.
Je bent persoonlijk verantwoordelijk voor jouw geleende materialen. Bij minderjarige gebruikers is de ouder of voogd verantwoordelijk.
Voor je materialen leent, dien je ze na te kijken op beschadiging en volledigheid. Bij een probleem verwittig je de bibliotheekmedewerker, om te vermijden dat je zelf aansprakelijk wordt gesteld. Zonder voorafgaande opmerkingen word je geacht de materialen in goede staat te hebben ontvangen.
Voor beschadiging of verwijdering van de barcode wordt 2,50 euro aangerekend. Bij verlies of beschadiging van materialen betaal je kosten volgens de specifieke bepalingen van de Dijk92-bibliotheek waar je het materiaal leende.
Artikel 5.
De Dijk92-bibliotheek is niet aansprakelijk voor defecten of beschadigingen aan apparatuur, veroorzaakt door het afspelen van geleende materialen.
Artikel 6.
De Dijk92-bibliotheek is een plek voor ontmoeting en beleving. Je verstoort de sfeer in de Dijk92-bibliotheek niet en gedraagt je respectvol tegenover de andere bezoekers, het personeel, de aanwezige materialen en het meubilair.
Artikel 7.
Je kan materialen van de Dijk92-bibliotheek ter plaatse inkijken of ze lenen.
Artikel 8.
De leentermijn is 4 weken.
De leentermijn kan maximaal tweemaal met 3 weken verlengd worden tot een maximum van 10 weken. Verlengen is mogelijk:
Wanneer een materiaal door iemand anders is gereserveerd, kan je de leentermijn niet verlengen. Voor bijzondere en/of tijdelijke collecties en tijdens vakantieperiodes kunnen er afwijkende leentermijnen of -leenvoorwaarden gelden.
Artikel 9.
Je kan maximaal 20 materialen lenen. Er staat geen maximum op het aantal per soort. Voor sommige collecties (e-boeken, spelotheek, themacollecties,...) en voor bepaalde klantencategorieën kunnen er afwijkingen gelden.
Artikel 10.
Voor het lenen van materialen wordt geen leengeld aangerekend.
Artikel 11.
Je kan materialen reserveren. Hiervoor betaal je een reservatiekost van 1,00 euro per gereserveerd materiaal. Van zodra de gereserveerde materialen beschikbaar zijn, ontvang je een brief of mail. Je hebt dan 14 dagen tijd om jouw gereserveerde materialen af te halen. De termijn gaat in op de dag van het versturen van de brief of mail. Je betaalt ook de reservatiekost als je het materiaal niet afhaalt.
Artikel 12.
Je kan via interbibliothecair leenverkeer (IBL) materialen aanvragen bij andere bibliotheken (niet behorend tot Dijk92). Je betaalt per geslaagde aanvraag 5,00 euro (aanvraag bij een openbare bibliotheek in België) of 10,00 euro (aanvraag bij een wetenschappelijke bibliotheek). Voor een aanvraag bij een buitenlandse bibliotheek, zijn alle kosten voor jou. Aanvragen van gesproken boeken en boeken in brailleschrift zijn gratis.
De leentermijn voor materialen van een andere bibliotheek is maximaal 4 weken. Deze materialen kunnen niet verlengd worden.
Artikel 13.
Je kan aan de zelfuitleenbalie een ticket printen met vermelding van de leentermijn. Indien je een mailadres hebt opgegeven, ontvang je een herinneringsmail voordat jouw leentermijn afloopt. Deze mail is een extra dienstverlening.
Het niet ontvangen van mails of brieven in verband met het verstrijken van de leentermijn en de daaraan gekoppelde boetes kan je niet inroepen om de boete niet te betalen. Je blijft verantwoordelijk voor het bewaken en respecteren van de leentermijn.
Artikel 14.
Je betaalt per uitleendag dat de leentermijn overschreden is en per materiaal 0,20 euro boete. De boete is geplafonneerd op 5,00 euro per materiaal plus administratiekosten.
Artikel 15.
Voor het innen van boetes geldt volgende procedure:
| Hoe | Wanneer | Boete | Administratiekosten | Extra kosten | |
| 1ste herinnering | mail of brief | na 1 week te laat | € 0,20/titel/dag | geen | geen* |
| 2de herinnering | brief | 2 weken na 1ste herinnering |
€ 0,20/titel/dag | geen | geen* |
| 3de herinnering | brief | 2 weken na 2de herinnering |
€ 0,20/titel/dag | + € 7 | geen* |
| 4de herinnering | brief met factuur | 8 weken na 3de herinnering |
€ 0,20/titel/dag | + € 7 + €10 | + kostprijs/ titel** |
*indien alle materialen teruggebracht zijn.
**alle materialen moeten vergoed worden, terugbrengen kan niet meer.
Artikel 16.
Je lidmaatschap wordt automatisch geblokkeerd wanneer:
Artikel 17.
In de bibliotheek kan je gratis inloggen op het lokale wifi-netwerk.
Artikel 18.
Het gebruik van een internet-pc is gratis. Kinderen jonger dan 8 jaar kunnen alleen gebruik maken van een internet-pc in het gezelschap van een meerderjarige.
Artikel 19.
Het gebruik van internet is niet toegelaten voor:
Het vernietigen of beschadigen van hardware, software of gegevens van de bibliotheek of van andere gebruikers.
Artikel 20.
Bibliotheek Hamme heeft 2 vestigingen:
| HOOFDBIBLIOTHEEK HAMME Marktplein 19A – Hamme 052 47 92 20 bibliotheek@hamme.be
|
UITLEENPOST MOERZEKE Vredestraat 3 - Moerzeke 052 47 42 57 bibliotheek@hamme.be |
|
| maandag | 14.00 tot 20.00 | gesloten |
| dinsdag | 14.00 tot 20.00 | gesloten |
| woensdag | 14.00 tot 20.00 | 14.00 tot 17.00 |
| donderdag | 14.00 tot 20.00 | 18.00 tot 20.00 |
| vrijdag | 10.00 – 12.00 en 14.00 – 17.00 | gesloten |
| zaterdag | 09.30 – 12.30 | 09.30 – 12.30 |
| zondag | gesloten | gesloten |
Artikel 21.
10 minuten voor sluitingstijd kan je alleen nog materialen binnenbrengen in de bib. Nieuwe items kiezen kan dan niet meer. Als je reeds in de bibliotheek was, kan je wel nog materialen uitlenen.
Artikel 22.
De bibliotheek is gesloten tijdens wettelijke feestdagen, eventuele brugdagen en gemeentelijke sluitingsdagen. Een extra sluiting kan zich voordoen door onverwachte omstandigheden of tijdens de zomervakantie. De sluitingsdagen worden ruim op voorhand aangekondigd via verschillende kanalen.
Artikel 23.
In de bib kan je printen vanaf de internetpc's. Kopieën en scans kan je vragen aan het personeel. Dit kan alleen tijdens de openingsuren van de bibliotheek. De tarieven voor prints en fotokopieën staan vermeld in het retributiereglement en zijn raadpleegbaar in de bib en online via hamme.bibliotheek.be/tarieven. Het nemen van scans is gratis.
Artikel 24.
Documenten mogen uitsluitend voor eigen gebruik gekopieerd worden. De volledige verantwoordelijkheid in verband met het gebruik van de bibliotheekmaterialen en het respecteren van het auteursrecht berust bij de klant.
Artikel 25.
Kranten (en bijlagen) en het laatste nummer van tijdschriften worden niet uitgeleend. Je kan wel kopieën of scans nemen uit deze exemplaren.
Artikel 26.
Indien je niet in staat bent je te verplaatsen naar de bibliotheek, kan je een beroep doen op de bib aan huis. Een bibmedewerker brengt dan op geregelde tijdstippen de gewenste titels aan huis.
Artikel 27.
Voor klassen en leerkrachten zijn speciale uitleenvoorwaarden voorzien.
Artikel 28.
De bibliotheek verkoopt afgevoerde materialen tijdens een openbare verkoop. De eenheidsprijs (per boek, dvd,…) wordt vastgelegd door het college van burgemeester en schepenen op advies van de bibliotheek. De bib licht het publiek hierover tijdig in over deze ‘boeken’-verkoop.
Artikel 29.
In de online catalogus hamme.bibliotheek.be kan je titels opzoeken maar ook praktische info (tarieven, openingsuren, sluitingsdagen,…) en nieuws over de verschillende bibactiviteiten raadplegen. Online betalen kan via je Mijn bibliotheek-account evenals online verlengen, reserveren en lijstjes maken.
Door lid te worden, ga je akkoord met dit reglement. Het niet naleven van deze regels kan leiden tot sancties zoals schorsing of het ontzeggen van de toegang tot de bibliotheek.
Art. 2.
Het raadsbesluit van 27 oktober 2021: 'Intergemeentelijke samenwerking - De Leesdijk - gezamenlijk bibliotheekreglement - goedkeuring - besluit' wordt hierdoor opgeheven.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassingen aan het retributiereglement Dijk92 bib Hamme goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Het retributiereglement bib Hamme bevat 2 secties, een regionaal en een lokaal luik. In beide secties worden aanpassingen aangebracht die vanaf 1 januari 2026 van toepassing zijn.
Het regionaal tarief voor interbibliothecair leenverkeer (IBL) wordt verhoogd. IBL is de reservatiekost voor een titel afkomstig van een bibliotheek buiten onze regio.
| Wat | Oud tarief | Nieuw tarief |
| een titel uit een Vlaamse openbare bibliotheek | € 3 | € 5 |
| een titel uit een Vlaamse wetenschappelijke bibliotheek | € 8 | € 10 |
| een kopie uit een Vlaamse bibliotheek | € 3 |
De optie kopieën wordt niet meer expliciet vermeld als apart tarief. De werkelijke kopieer- en verzendkosten worden aangerekend. Er worden eigenlijk nooit fotokopieën aangevraagd uit een andere bibliotheek.
Tarieven bibliotheek Hamme (=lokaal):
Het lokaal tarief voor een fotokopie/print wordt verhoogd en in overeenstemming gebracht met de tarieven van copycentra in Hamme. Er wordt vanaf 1 januari ook weer een onderscheid gemaakt tussen zwart-wit en kleurenprint.
| Wat | Oud tarief | Nieuw tarief |
| een A4-bladzijde zwart-wit | € 0,15 | € 0,20 |
| een A4-bladzijde kleur | € 0,15 | € 0,80 |
| een A3-bladzijde zwart-wit | € 0,50 | € 0,50 |
| een A3-bladzijde kleur | € 0,50 | € 2,50 |
| Wat | Oud tarief | Nieuw tarief |
| standaard game-doos | € 1,00 | € 2,00 |
| nintendo game-doos | - | € 5,00 |
| papieren game/dvd cover of bijlage boek | € 1,00 | € 5,00 |
| Wat | Oud tarief | Nieuw tarief |
| een jeugdboek/strip | € 0,50 | € 0,50 |
| een volwassenenboek/strip | € 0,50 | € 1,00 |
| een dvd | € 0,50 | € 1,00 |
| een pakket tijdschriften | € 0,50 | € 0,50 |
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het gewijzigde retributiereglement 2026 goed te keuren met aanvang vanaf 1 januari 2026.
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het retributiereglement 2026, zoals hieronder beschreven, goed.
|
Tarieven Dijk92 bibliotheek (1) |
||
| Lidgeld |
|
gratis |
| Leengeld per materiaal |
|
gratis |
| Boete |
standaard |
€ 0,20 per titel per dag - max. € 5 per titel |
| kansenpas |
€ 0,10 per titel per week - max. € 2 per titel |
|
| scholen, bib-aan-huis, rusthuizen |
geen |
|
| Administratiekosten |
1e maning |
geen |
|
|
2e maning |
geen |
|
|
3e maning |
€ 7,00 |
|
|
4e maning met factuur |
€ 10,00 |
| Lidkaart vervangen |
bij verlies |
€ 2,50 |
| Barcode vervangen |
bij verlies of schade |
€ 2,50 |
| Reserveren |
bij Dijk92 bib (binnen de regio) |
€ 1,00 |
| Reserveren IBL |
bij Vlaamse openbare bib (buiten de regio) |
€ 5,00 |
|
|
bij Vlaamse wetenschappelijke bib (buiten de regio) |
€ 10,00 |
|
Tarieven bibliotheek Hamme (1) |
||
| Kopie of print |
A4 zwart-wit |
€ 0,20 |
|
|
A4 kleur |
€ 0,80 |
|
|
A3 zwart-wit |
€ 0,50 |
|
|
A3 kleur |
€ 2,50 |
| Scan |
|
gratis |
| Schade/verlies materiaal |
|
aankoopprijs materiaal (2) |
| schade/verlies dvd/game doos |
standaard dvd-doos |
€ 0,50 |
|
|
standaard game-doos |
€ 2,00 |
|
|
niet-standaard kartonnen doos |
€ 5,00 |
|
|
nintendo game doos |
€ 5,00 |
| Verlies papieren hoes/bijlage |
papieren game/dvd cover of bijlage boek |
€ 5,00 |
| Verkoop afgevoerde materialen |
jeugdboek of strip |
€ 0,50 (2) |
|
|
tijdschriften pakket |
€ 0,50 (2) |
|
|
volwassenen boek of strips |
€ 1,00 (2) |
|
|
dvd's |
€ 1,00 (2) |
(1) De tarieven zijn vanaf 1 januari 2026 online raadpleegbaar via hamme.bibliotheek.be/tarieven en kunnen opgevraagd worden in de bib.
(2) Naar gelang de huidige waarde van het materiaal en de aard van de beschadiging kan de bibliothecaris dit bedrag aanpassen.
Art. 2.
Het gemeenteraadsbesluit van 13 september 2023, Retributiereglement gemeentelijke openbare bibliotheek - besluit, wordt opgeheven.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassing aan het tariefreglement ondergronds parkeren van het AGB Hamse Investeringsmaatschappij goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| Parkeertijd |
Nieuwstraat |
Marktplein |
| 15 min |
gratis |
gratis |
| 1 uur |
0,00 euro |
1,00 euro |
| 2 uur |
1,50 euro |
2,50 euro |
| 3 uur |
3,00 euro |
4,00 euro |
| 4 uur |
4,50 euro |
5,50 euro |
| 5 uur |
6,00 euro |
7,00 euro |
| dagtarief 12 u |
8,00 euro |
10,00 euro |
| max tarief 24 u |
16,00 euro |
20,00 euro |
| verloren ticket |
25,00 euro |
25,00 euro |
|
|
|
|
| zaterdagvoormiddag |
2u gratis |
|
BESLUIT:
Artikel 1.
Dit reglement, dat tot stand kwam na overleg met het college van Burgemeester en Schepenen van de gemeente Hamme, is van toepassing voor het gebruik van de ondergrondse parking Nieuwstraat, gelegen te 9220 Hamme, Nieuwstraat 15 en parking Nieuwemarkt, gelegen te 9220 Hamme, Marktplein 22 en wordt van kracht op 1 januari 2026. Dit reglement vervangt vanaf die datum het tariefreglement, goedgekeurd door de raad van bestuur op 1 december 2022 en wijzigingen dd. 31/03/2022 en 28/03/2024.
Art. 2.
Het bedrag van de vergoeding dat betaald dient te worden voor het gebruik van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt wordt als volgt vastgesteld, inclusief de BTW waaraan deze dienstverlening onderworpen is:
Abonnementstarieven en modaliteiten die toelating geven om gedurende een bepaalde periode te parkeren in de parkings volgens de abonnementsformules:
Abonnementshouders kunnen maximaal 2 nummerplaten koppelen aan hun abonnement. Per abonnement kan nooit meer dan 1 voertuig gelijktijdig van de parking gebruik maken.
Tickettarieven en voorwaarden voor het parkeren van een voertuig in de parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt voor een beperkte tijdsduur na het nemen van een parkeerticket:
| Parkeertijd |
Nieuwstraat |
Marktplein |
| 15 min |
gratis |
gratis |
| 1 uur |
0,00 euro |
1,00 euro |
| 2 uur |
1,50 euro |
2,50 euro |
| 3 uur |
3,00 euro |
4,00 euro |
| 4 uur |
4,50 euro |
5,50 euro |
| 5 uur |
6,00 euro |
7,00 euro |
| dagtarief 12 u |
8,00 euro |
10,00 euro |
| max tarief 24 u |
16,00 euro |
20,00 euro |
| verloren ticket |
25,00 euro |
25,00 euro |
|
|
|
|
| zaterdagvoormiddag |
2u gratis |
|
De 15 minuten gratis parkeren zijn bedoeld om het in- en eventueel uitrijden van de ondergrondse parkings mogelijk te maken, bijvoorbeeld voor het ophalen of afzetten van personen of goederen:
Art. 3.
Indien het gemeentebestuur van Hamme beslist om de tarieven voor het gebruik van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt voor de bezoekers gedurende een bepaalde periode volledig ten laste te nemen, zal dit tarief via het derde betaler systeem door de concessiehouder rechtstreeks aan de gemeente aangerekend worden.
Art. 4.
Dit reglement wordt bekend gemaakt via de website van de gemeente Hamme: https://www.hamme.be/agb-him
Art. 5.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de concessiehouder, Indigo Park Belgium nv - ondernemingsnummer BE 0449 598 562, voor bekendmaking aan de gebruikers van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt en voor toepassing van dit reglement vanaf 1 januari 2026.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de meerjarenplanning 2026-2031 van het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij - Budgetten nieuwe legislatuur goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad beslist het meerjarenplan 2026-2031 met de budgetten voor komende legislatuur goed te keuren.
Art. 2.
De gemeenteraad beslist het meerjarenplan 2026-2031 te publiceren overeenkomstig art. 286 van het decreet over het Lokaal Bestuur.
Art. 3.
Een uittreksel van het besluit zal bezorgd worden aan het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het prijssubsidiereglement 2026 van het AGB Hamse Investeringsmaatschappij goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Prijssubsidiereglement AGB Hamse Investeringsmaatschappij - 2026 - vrijetijdsinfrastructuur (sport):
§1. Het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026. Op basis van deze ramingen heeft het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij vastgesteld dat de inkomsten uit de toegangsgelden voor de vrijetijdsinfrastructuur (sport) te Hamme minstens € 287 853,60 exclusief BTW dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn.
§2. Om economisch rendabel te zijn wenst het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij vanaf 1 januari 2026 de voorziene toegangsprijzen (inclusief btw) voor de vrijetijdsinfrastructuur (sport) te Hamme te vermenigvuldigen met factor 9,30.
De gemeente Hamme erkent dat het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsprijzen (inclusief btw) voor de vrijetijdsinfrastructuur (sport) te Hamme dient te vermenigvuldigen met factor 9,30 om economisch rendabel te zijn.
§3. Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van de vrijetijdsinfrastructuur (sport) wenst de gemeente Hamme dat er tijdens het kalenderjaar 2026 beperkte prijsverhogingen doorgevoerd worden ten aanzien van gebruikers van de vrijetijdsinfrastructuur (sport). De gemeente Hamme wenst immers de toegangsgelden te beperken opdat de vrijetijdsinfrastructuur (sport) toegankelijk is voor iedereen. De gemeente Hamme verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.
De waarde van de prijssubsidie toegekend door de gemeente Hamme voor de toegangsgelden van de vrijetijdsinfrastructuur (sport) te Hamme bedraagt de prijs (inclusief btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt vermenigvuldigd met factor 9,30.
De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief btw) kunnen steeds geëvalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal de gemeente Hamme deze steeds documenteren.
§4. Het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij moet op de 15de werkdag van elke kwartaal de gemeente Hamme een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers waaraan recht op toegang is verleend tijdens het voorbije kwartaal tot de vrijetijdsinfrastructuur (sport). Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij uitreikt aan de gemeente Hamme. De gemeente Hamme dient deze debet nota te betalen aan het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij binnen de 30 werkdagen na ontvangst.
Art. 2.
Prijssubsidiereglement AGB Hamse Investeringsmaatschappij - 2026 - ondergrondse parkings:
§1. Het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026. Op basis van deze ramingen heeft het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten uit de exploitatie van de ondergrondse parking in de Nieuwstraat en Nieuwemarkt minstens € 356 120,00 exclusief BTW dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn.
§2. Om economisch rendabel te zijn wenst het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij vanaf 1 januari 2026 de voorziene tarieven voor het gebruik van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt te vermenigvuldigen met factor 2,90.
De gemeente Hamme erkent dat het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij, op basis van deze ramingen, de voorziene tarieven voor het gebruik van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt dient te vermenigvuldigen met factor 2,90 om economisch rendabel te zijn.
§3. Rekening houdend met het belang van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt op het vlak van mobiliteit wenst de gemeente Hamme dat er tijdens het kalenderjaar 2026 een beperkte prijsverhogingen doorgevoerd wordt ten aanzien van gebruikers van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt. De gemeente Hamme wenst immers de vergoedingen te beperken opdat de ondergrondse parkings een ruim gebruik kennen en het straatparkeren voldoende wordt ontlast. De gemeente Hamme verbindt er zich toe om voor de periode vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2026 deze beperkte parkeergelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.
De waarde van de prijssubsidie toegekend door de gemeente Hamme voor de parkeergelden van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt bedraagt de prijs (inclusief BTW) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met factor 2,90.
De gesubsidieerde parkeergelden (inclusief btw) kunnen steeds geëvalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal de Gemeente Hamme deze steeds documenteren.
§4. Het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij moet op de 15de werkdag van elke kwartaal de gemeente Hamme een overzicht bezorgen van het gebruik van de ondergrondse parkings Nieuwstraat en Nieuwemarkt tijdens het voorbije kwartaal. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debet nota die het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij uitreikt aan de gemeente Hamme. De gemeente Hamme dient deze debet nota te betalen aan het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamse Investeringsmaatschappij binnen de 30 werkdagen na ontvangst.
Art. 3.
Het prijssubsidiereglement is geldig vanaf 1 januari 2026.
Art. 4.
Na goedkeuring van de gemeenteraad wordt de toezichthoudende overheid in kennis gesteld van dit besluit zoals bepaald in artikel 330 van het decreet lokaal bestuur.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het evaluatieverslag te bespreken en de samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Cultureel Centrum Jan Tervaert te vernieuwen.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst EVA vzw Cultureel Centrum Jan Tervaert goed.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het evaluatieverslag te bespreken en de samenwerkingsovereenkomst EVA vzw 112 te vernieuwen.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst EVA vzw 112 goed.
Conform artikel 227 en 247 van het decreet lokaal bestuur wordt aan de gemeenteraad gevraagd kennis te nemen van de evaluatie van de huidige samenwerkingsovereenkomst en wordt gevraagd om de samenwerkingsovereenkomst 2026-2031 goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om kennis te nemen van onderstaande bijlagen:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de evaluatie van de samenwerkingsovereenkomst 2020-2025.
Art. 2.
De gemeenteraad neemt kennis van de samenwerkingsovereenkomst 2026-2031 en keurt deze goed.
Art. 3.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de EVA vzw Gemeentelijke Sportcentra Hamme.
De voorzitter sluit de zitting op 16/12/2025 om 02:25.
Namens gemeenteraad,
André Reuse
algemeen directeur
Jan Laceur
raadsvoorzitter