Aan de gemeenteraad wordt gevraagd het subsidiereglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten voor de categorieën 1 (buitenschoolse opvang voor bijzondere opvangnoden) en 2 (voor- en naschoolse opvang op school) goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Op 4 mei 2026 werd het ontwerp van het subsidiereglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten ter kennisname voorgelegd aan het college. Het college stemde in met de in het ontwerp uitgewerkte principes en gaf opdracht om het reglement voor advies voor te leggen aan het lokaal samenwerkingsverband KONEKT.
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt kennis van het subsidiereglement Buitenschoolse Opvang en Activiteiten voor de categorieën 1 (buitenschoolse opvang voor bijzondere opvangnoden) en 2 (voor- en naschoolse opvang op school) en keurt dit goed.
Artikel 1 - Doel
§1. De Vlaamse overheid beoogt met het BOA-decreet (Buitenschoolse Opvang en Activiteiten) een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen. Hiervoor krijgt lokaal bestuur Hamme een structurele financiering vanuit de Vlaamse overheid die het voor minstens 75% dient aan te wenden voor de realisatie van erkend opvang- en activiteitenaanbod.
§2. Lokaal bestuur Hamme wil via dit reglement een deel van deze middelen verdelen onder de erkende opvang- en activiteitenorganisatoren om toe te groeien naar kwalitatievere opvang en een meer gevarieerd activiteitenaanbod.
Artikel 2 - Toepassingsgebied
§1. Dit reglement biedt ondersteuning aan alle erkende organisatoren van buitenschoolse opvang en activiteiten van categorie 1 en categorie 2 zoals vastgelegd in het erkenningsreglement BOA, goedgekeurd door de gemeenteraad op 24 november 2025.
§2. De ondersteuning die geboden wordt via dit reglement is niet van toepassing op en kan niet aangewend worden voor opvang en activiteiten die buiten de afbakening van het erkenningskader worden georganiseerd (vb. middagtoezicht, extra ondersteuning bij huiswerk…).
§3. Om in aanmerking te komen voor ondersteuning, dient de organisator te allen tijde te voldoen aan de erkenningsvoorwaarden zoals opgenomen in het erkenningsreglement zoals goedgekeurd door de gemeenteraad.
§4. Wanneer blijkt dat de voorwaarden uit het erkennings- of subsidiereglement geschonden worden, kan de ondersteuning geheel of gedeeltelijk teruggevorderd worden van de opvang of activiteitenaanbieder.
Artikel 3 - Definities
Artikel 4 - Opvanguren
§1. De in dit artikel opgenomen opvanguren gelden als minimale openings- of organisatietijd voor aanbieders die voor het desbetreffende onderdeel een subsidie wensen te ontvangen.
§2. Het organiseren van bepaalde vormen van opvang (zoals vakantieopvang binnen categorie 2) is niet verplicht.
§3. Wanneer een aanbieder ervoor kiest een bepaald onderdeel wél aan te bieden én hiervoor subsidies aanvraagt, moeten de hierbij vermelde minimale uren worden gerespecteerd.
§4. Wanneer een organisator subsidie aanvraagt voor buitenschoolse opvang binnen categorie 1, gelden minstens volgende opvanguren:
§5. Wanneer een organisator een subsidie aanvraagt voor opvang binnen categorie 2, gelden voor de onderdelen waarvoor subsidie wordt aangevraagd de volgende minimale uren:
1° Voor- en naschoolse opvang
2° Opvang en activiteiten op woensdagnamiddag
3° Opvang en activiteiten tijdens vakanties en lesvrije dagen (alleen als de aanbieder ervoor kiest dit aanbod te organiseren en hiervoor subsidies aanvraagt)
Artikel 5 - Toegankelijkheid van het opvangaanbod.
§1. Het opvang- en activiteitenaanbod dat binnen een schoolse locatie georganiseerd wordt (categorie 2), moet minstens toegankelijk zijn voor alle leerlingen die schoollopen op de locatie voor zover ze behoren tot de doelgroep van het aanbod. Voor opvang binnen categorie 2 mag er geen vooraf bepaalde beperking op het aantal inschrijvingen worden opgelegd.
§2. Opvang- en activiteitenaanbod dat op een andere locatie georganiseerd wordt (categorie 1), moet vrij toegankelijk zijn voor alle kinderen die wonen of naar school gaan in Hamme binnen de grenzen van de beschikbare opvangplaatsen.
§3. Als het aantal aanvragen het aantal beschikbare plaatsen overschrijdt, worden plaatsen toegewezen volgens onderstaande volgorde van prioriteit (waarbij gewaakt wordt over een gezonde mix rekening houdend met de draagkracht van het opvangteam):
§4. Binnen elke prioriteitscategorie gebeurt de toewijzing in volgorde van geldige aanvraag.
§5. In afwijking van bovenstaande prioriteitsvolgorde kunnen meerdere kinderen van hetzelfde gezin gelijktijdig ingeschreven worden, voor zover er voldoende opvangplaatsen beschikbaar zijn op het moment van toewijzing.
§6. Tijdens schoolvakanties kan een organisator werken met een voorinschrijvingsperiode, die vooraf duidelijk en uniform wordt gecommuniceerd, voor kinderen die tijdens het schooljaar regelmatig gebruik maken van het opvangaanbod. Deze periode bedraagt maximaal vijf opeenvolgende kalenderdagen en wordt vooraf duidelijk gecommuniceerd.
§7. De nadere modaliteiten van inschrijving, waaronder de praktische organisatie van de inschrijvingsprocedure en de concretisering van regelmatig gebruik, kunnen worden vastgelegd in een huishoudelijk reglement.
§8. Na afloop van de voorinschrijvingsperiode worden de resterende plaatsen toegewezen volgens de hierboven vastgelegde prioriteitsregels.
§9. Het is organisatoren niet toegestaan aanvullende inschrijvingsvoorwaarden of een afwijkend voorrangsbeleid toe te passen.
§10. Bij betwisting over de toepassing van de inschrijvingsprocedure geldt het huishoudelijk reglement als referentiedocument onverminderd de bepalingen van dit reglement.
Artikel 6 - Tarief
§1. Om in aanmerking te komen voor subsidies binnen de categorieën 1 en 2 dient de organisator een tarief binnen de hieronder geformuleerde prijsvork te hanteren. Deze tarieven gelden enkel voor de realisatie van de opvang, aanvullende dienstverlening (vb. maaltijden, vervoer...) kunnen afzonderlijk gefactureerd worden aan een door de opvangaanbieder vrij te kiezen tarief.
1° voor- en naschoolse opvang
2° woensdagnamiddagopvang
3° vakanties & schoolvrije dagen
§2. kortingen
1° categorie 1
De inkomsten die de opvangaanbieder door het aanbieden van deze korting op deze manier niet ontvangt, worden bij de jaarafrekening gecompenseerd door het lokaal bestuur.
2° categorie 2
De inkomsten die verloren worden door de toepassing van dit systeem, worden gedekt door de regulier subsidie. Er worden hiervoor geen aanvullende subsidies uitbetaald.
Artikel 7 - Subsidiebedrag
§1. De subsidie wordt toegekend binnen de perken van het daartoe voorziene krediet binnen de meerjarenplanning. De subsidie wordt berekend op basis van de gerealiseerde opvang per kalenderjaar.
Categorie 1
§2. De subsidies voor nieuwe opvanglocaties en -plaatsen worden, afhankelijk van de noden en de beschikbare kredieten in het meerjarenplan, periodiek opengesteld voor erkende opvangaanbieders in categorie 1 aan de hand van een oproep door het schepencollege.
§3. Wanneer het aantal aanvragen de opengestelde opvanglocaties en -plaatsen overstijgt, wordt een beoordeling gemaakt op basis van de regionale spreiding en het meest recente erkennings- of inspectieverslag. Op basis hiervan wijst het college van burgemeester en schepenen het beschikbare aantal nieuwe plaatsen toe.
§4. De subsidie wordt verdeeld onder de tijdig ingediende aanvragen waarbij volgende financieringssleutel wordt gehanteerd.
§5. De middelen die conform deze verdeelsleutel gegenereerd worden voor opvangaanbod dat gerealiseerd wordt door het lokaal bestuur, worden ingezet voor personeels-, werkings- en infrastructuurkosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opvanglocaties.
Categorie 2
§6. De subsidie wordt verdeeld onder de tijdig ingediende aanvragen waarbij volgende financieringssleutel wordt gehanteerd:
§7. Wanneer een onderwijsinstelling niet zelf in staat voor de organisatie van het opvangaanbod, wordt bij de subsidieaanvraag een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en organisator gevoegd.
§8. Onderwijsinstellingen en buitenschoolse opvangaanbieders zijn vrij om hun middelen vanuit deze subsidie te combineren met elkaar om (deels) overkoepelend te werken aan kwaliteit of om in te zetten op gedeeld spelmateriaal/infrastructuur.
§9. De middelen die conform deze verdeelsleutel gegenereerd worden voor opvangaanbod dat gerealiseerd wordt door het lokaal bestuur, worden ingezet voor personeels-, werkings- en infrastructuurkosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de opvanglocaties.
Artikel 8 - Aanvraagprocedure
§1. Deze subsidie dient jaarlijks aangevraagd te worden vóór 15 juli van het kalenderjaar. De aanvraag dient online te gebeuren via het aanvraagformulier dat beschikbaar gesteld wordt op de website van lokaal bestuur Hamme.
§2. De aanvraag bestaat uit een overzicht van de al gerealiseerde opvang (vanaf januari tot en met juni) en een inschatting van de opvang van het lopende kalenderjaar (vanaf juli tot en met december).
§3. Het college van burgemeester en schepenen kan uitzonderlijk bij gemotiveerd besluit afwijken van deze aanvraagprocedure.
Artikel 9 - Uitbetaling
§1. De indiener ontvangt, na eventuele extra info en goedkeuring van de aanvraag, binnen een redelijke termijn een overzicht van de toegekende subsidie.
§2. De subsidie wordt in de loop van september in de vorm van een voorschot van 80% uitbetaald
§3. Aan het einde van het boekjaar gebeurt een afrekening (ten laatste op 1 april van het jaar volgend op desbetreffende boekjaar) waarbij het saldo van de subsidie wordt uitbetaald of teruggevorderd op basis van de reële prestaties (van juli tot en met december) en aanvullende subsidie in het kader van vakantiekampen en sociaal tarief.
§4. Het lokaal bestuur betaalt de toegekende subsidie uit op het rekeningnummer van de indiener zoals vermeld op het aanvraagformulier.
Artikel 10 - Controle
§1. In kader van de impact van het project wil het lokaal bestuur zicht hebben op beschikbare, geanonimiseerde data. De aanlevering van data gebeurt halfjaarlijks (in juli en januari) op basis van een vooraf door de boa-coördinator aangeleverd sjabloon.
§2. De medewerkers van het lokaal bestuur evalueren het traject zowel financieel als inhoudelijk.
§3. In toepassing van de wet van 14 november 1983, betreffende de toekenning en aanwending van subsidies, is de begunstigde van de subsidie ertoe gehouden:
§4. Bij niet naleving van deze bepalingen, bij onvoldoende besteding of wanneer door de administratie onregelmatigheden worden vastgesteld, kan het lokaal bestuur overgaan tot de gehele of gedeeltelijke terugvordering van de betrokken subsidie.
§5. Als indieners een deel van hun subsidie combineren met elkaar om overkoepelend te werken op bijvoorbeeld buurtniveau, is iedere onderwijsinstelling apart verplicht om inzage te geven in hun aandeel van de gemaakte kosten.
Artikel 11 - DAEB-besluit
§1. Bij de toekenning en aanwending van de subsidies in het kader van dit reglement wordt te allen tijde rekening gehouden met het Besluit 2012/21/EU van de Europese Commissie van 20 december 2011 betreffende de toepassing van artikel 106, lid 2, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op staatssteun in de vorm van compensatie voor de openbare dienst, verleend aan bepaalde met het beheer van diensten van algemeen economisch belang belaste ondernemingen.
§2. In functie daarvan wordt voor alle opvangaanbod volgende bepalingen vastgelegd:
1° Voor het berekenen van de compensatie worden de parameters beschreven in artikel 7 van dit besluit gehanteerd.
2° De gemeente voert tweejaarlijks controles uit op de compensatieregeling. In het geval van een eventuele overcompensatie, vordert de gemeente het overschot terug.
3° Als de opvangaanbieder ook activiteiten verricht die buiten de dienst van algemeen economisch belang vallen, is zij verplicht een gescheiden boekhouding bij te houden.
Artikel 12 - Communicatie
§1. De begunstigde gebruikt bij alle promotionele activiteiten rond het verbeteren (van de invulling) van de opvang de vermelding “met financiële steun van lokaal bestuur Hamme”.
Artikel 13 - Betwisting
§1. Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de uitvoering van onderhavig reglement. Alle betwistingen onder de toepassing van dit reglement worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen.
§2. Betwistingen moeten, binnen één maand na kennisgeving van de beslissing over de aanvraag van de subsidie aan de subsidieaanvrager, per aangetekende brief of afgifte tegen ontvangstbewijs gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen. De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.
§3. Tegen de beslissing van het college van burgemeester en schepenen kan een beroep tot vernietiging bij de Raad van State worden ingesteld. Dit beroep dient bij aangetekend schrijven binnen een termijn van 60 dagen, met ingang van de datum van ontvangst van de kennisgeving van deze beslissing aan de Raad van State te worden ingediend.
Artikel 14 – Inwerkingtreding
Onderhavig reglement treedt in werking op 1 januari 2026 en loopt tot, behoudens vroegere aanpassing, vervanging, of afschaffing, tot 1 september 2031.