Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de wijzigingen aan het reglement 'belasting op de tijdelijke privatisering van het openbaar domein bij het uitvoeren van bouwwerken, onderhouds- en instandhoudingswerken en andere werken die het innemen van het openbaar domein vereisen' goed te keuren.
De voorgestelde wijziging van het belastingreglement heeft uitsluitend betrekking op enkele artikels inzake de inning van de belastingen.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven.
Artikel 1.
Er wordt een gemeentebelasting gevestigd op de tijdelijke privatisering van het openbaar domein bij het uitvoeren van bouw–, verbouw- en/of afbraakwerken eindigend op 31 december 2031.
Artikel 2.
De belasting is verschuldigd voor:
1° Het plaatsen van materiaal, materieel en voertuigen, die nodig zijn voor de uitvoering van de geplande werken. De oppervlakte die in aanmerking wordt genomen, is diegene van de rechthoek die rond het voorwerp of de groep voorwerpen, die de openbare weg innemen, kan getrokken worden.
2° Het afsluiten of laten afsluiten van een deel van het openbaar domein.
Artikel 3.
§1. De belasting is verschuldigd door de aanvrager van de machtiging tot inneming van het openbaar domein.
§2. De aannemer van de werken, de eigenaar, de huurder, de bewoner, de bouwheer, de architect of alle andere personen die bij de privatisering betrokken partij zijn, zijn hoofdelijk gehouden tot het betalen van de belasting.
Artikel 4.
De belasting wordt vastgesteld als volgt:
Delen van een m² worden als een volledige m² beschouwd.
Artikel 5.
Van de belasting zijn vrijgesteld de tijdelijke privatiseringen in opdracht van instellingen die ingevolge bijzondere wetten vrijgesteld zijn van alle gemeentelijke belastingen.
Artikel 6.
§1. De aanvraag tot inname van het openbaar domein dient online ingediend te worden via het e-loket binnen de hierna vermelde termijnen:
In bovenstaande gevallen is enkel een beslissing van de gemachtigd ambtenaar nodig.
In deze laatste gevallen is een beslissing van het college van burgemeester en schepenen nodig.
§2. Voor aan laattijdige aanvraag wordt er een spoedprocedure opgestart, met een bijkomende kost van € 30,00.
§3. Naar aanleiding van deze aangifte wordt aan de belastingplichtige een vergunning afgeleverd voor de privatisering van het openbaar domein. Deze vergunning dient verplicht geafficheerd te worden op de plaats waar de inname van het openbaar domein gebeurt.
§4. Deze aangifte geldt tevens als fiscale aangifte.
Artikel 7.
Bij innames zonder vergunning wordt een spoedprocedure opgestart, met een bijkomende kost van € 30,00 en wordt de belasting met 50% verhoogd.
Artikel 8.
Voor de aflevering van de vergunning ontvangt de aanvrager een elektronisch betaalverzoek via e‑mail voor de verschuldigde belasting. De vergunning wordt slechts afgeleverd nadat de betaling volledig en correct werd geregistreerd. De vergunning wordt digitaal aan de aanvrager overgemaakt. Indien de aanvrager de aanvraag wenst te annuleren, dient deze het lokaal bestuur daarvan uiterlijk twee (2) werkdagen voor de voorziene aanvangsdatum van de inname schriftelijk op de hoogte te brengen, met opgave van de reden van annulering. Na ontvangst van deze kennisgeving wordt de privatisering administratief stopgezet. Indien de verschuldigde belasting niet wordt betaald zal de aanvraag automatisch ingetrokken worden op de dag van aanvang. De aanvrager beschikt op deze manier niet over de nodige vergunning. Betaalde belastingen worden in geen geval terugbetaald, ongeacht de reden van annulering.
Artikel 9.
Indien de betaling via het elektronische betaalsysteem niet wordt uitgevoerd, wordt de belasting ambtshalve ingekohierd. In dat geval is de verschuldigde som eisbaar overeenkomstig het decreet van 30 mei 2008, en latere wijzigingen, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen.
Artikel 10.
De belastingschuldige kan een bezwaar tegen deze belasting indienen bij het college van burgemeester en schepenen van de gemeente. Het bezwaar moet schriftelijk worden ingediend, ondertekend en gemotiveerd zijn en op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Artikel 11.
Het gemeenteraadsbesluit van 15 december 2025 betreffende de belasting op tijdelijke privatisering van het openbaar domein bij het uitvoeren van bouw- en/of afbraakwerken, wordt opgeheven.