De voorzitter opent de zitting op 20/10/2025 om 20:00.
Van de zitting wordt een audio(visuele) opname gemaakt overeenkomstig artikel 278 §1, 2° en 4° lid van het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur.
Bij de aanvang van de zitting is Kurt Pieters nog niet aanwezig/neemt niet deel aan de zitting. Hij neemt deel vanaf agendapunt 4.
De gemeenteraad bespreekt de notulen van de zitting van 8 september 2025.
BESLUIT:
Enig artikel.
Keurt de notulen van 8 september 2025 goed.
N.a.v. de bespreking van de notulen van de vorige zitting dankt raadslid K. Mettepenningen, CD&V, schepen J. Laureys voor het bezorgen van eerder gevraagde informatie.
De gemeenteraad neemt akte van het ontslag, met onmiddellijke ingang, van de heer Leo Van der Vorst als gemeenteraadslid, zoals ingediend bij de voorzitter van de gemeenteraad op 9 september 2025. Een raadslid blijft het mandaat uitoefenen tot de opvolger werd geïnstalleerd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad neemt akte van het ontslag van de heer Leo Van der Vorst als gemeenteraadslid, met onmiddellijke ingang.
De gemeenteraad onderzoekt de geloofsbrieven van de verkozenen. De geloofsbrieven omvatten de bewijsstukken die alle verkozenen die opgeroepen zijn om de eed af te leggen, moeten voorleggen en waaruit blijkt dat ze op een wettige wijze zijn verkozen en er tegen hun verkiezing geen bezwaren zijn.
Gezien het ontslag van de heer Leo Van der Vorst als gemeenteraadslid, waarvan akte genomen werd in raadszitting van heden, is dit mandaat vrijgekomen. Gezien het feit dat de heer Gustaaf De Saeger en mevrouw Alessa Segers het mandaat niet opnemen, zal het mandaat opgenomen worden door de heer Kurt Pieters.
Een gemeenteraadslid is van rechtswege ook lid van de raad voor maatschappelijk welzijn.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| Naam verkozene |
Lijst verkozene |
Deed afstand op |
Per mail ontvangen op |
| Gustaaf De Saeger |
Vlaams Belang |
09/09/2025 |
06/10/2025 |
| Alessa Segers |
Vlaams Belang |
29/09/2025 |
06/10/2025 |
De volgende opvolgers komen in aanmerking om het mandaat op te nemen:
| Naam verkozene |
Voor de lijst |
| Kurt Pieters |
Vlaams Belang |
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de afstand van mandaat door volgende verkozenen:
Art. 2.
De gemeenteraad keurt de geloofsbrieven van de heer Kurt Pieters goed en stelt vast dat de heer Kurt Pieters voldoet aan de verkiesbaarheidsvoorwaarden.
Art. 3.
De heer Kurt Pieters legt de volgende eed af in handen van de gemeenteraadsvoorzitter: "Ik zweer de verplichtingen van mijn mandaat trouw na te komen."
Art. 4.
De heer Kurt Pieters is wettelijk geïnstalleerd als gemeenteraadslid, met ingang vanaf heden.
Aangezien de heer Kurt Pieters heden als raadslid werd geïnstalleerd, ter vervanging van ontslagnemend raadslid Leo Van der Vorst, dient de rangorde van de raadsleden aangepast te worden.
Raadsleden die ná de installatievergadering van de gemeenteraad de eed als raadslid afleggen, sluiten achteraan aan, los van reeds eventueel vroeger opgebouwde anciënniteit.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
| 1 |
Luk De Mey |
| 2 |
Ann Verschelden |
| 3 |
Tom Vermeire |
| 4 |
Koen Mettepenningen |
| 5 |
Mieke De Keyser |
| 6 |
Lotte Peeters |
| 7 |
Jan De Graef |
| 8 |
Jan Laceur |
| 9 |
Jan Rosschaert |
| 10 |
Mustafa Tokgoz |
| 11 |
Kurt De Graef |
| 12 |
Gilles Verbeke |
| 13 |
Yentl Scheirs |
| 14 |
Guy Bogaert-De Clercq |
| 15 |
Robby Van der Stock |
| 16 |
Jo Laureys |
| 17 |
Veerle De Clercq |
| 18 |
Kim Van de Sande |
| 19 |
Giel Colman |
| 20 |
Sigi Vanhoyweghen |
| 21 |
Lotte De Blende |
| 22 |
Yannick De Maere |
| 23 |
Carine Calluy |
| 24 |
Michaël Van Pottelberghe |
| 25 |
Johan Robberecht |
| 26 |
Marc Saerens |
| 27 |
Regine Van Achter |
| 28 |
Danny Poppe |
| 29 |
Kurt Pieters |
BESLUIT:
Enig artikel.
De rangorde van de gemeenteraadsleden wordt als volgt vastgesteld:
| 1 |
Luk De Mey |
| 2 |
Ann Verschelden |
| 3 |
Tom Vermeire |
| 4 |
Koen Mettepenningen |
| 5 |
Mieke De Keyser |
| 6 |
Lotte Peeters |
| 7 |
Jan De Graef |
| 8 |
Jan Laceur |
| 9 |
Jan Rosschaert |
| 10 |
Mustafa Tokgoz |
| 11 |
Kurt De Graef |
| 12 |
Gilles Verbeke |
| 13 |
Yentl Scheirs |
| 14 |
Guy Bogaert-De Clercq |
| 15 |
Robby Van der Stock |
| 16 |
Jo Laureys |
| 17 |
Veerle De Clercq |
| 18 |
Kim Van de Sande |
| 19 |
Giel Colman |
| 20 |
Sigi Vanhoyweghen |
| 21 |
Lotte De Blende |
| 22 |
Yannick De Maere |
| 23 |
Carine Calluy |
| 24 |
Michaël Van Pottelberghe |
| 25 |
Johan Robberecht |
| 26 |
Marc Saerens |
| 27 |
Regine Van Achter |
| 28 |
Danny Poppe |
| 29 |
Kurt Pieters |
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanvraag van de heer Michel De Geyter voor het dragen van de titel eregemeenteraadslid goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad is akkoord om de titel eregemeenteraadslid toe te kennen aan de heer Michel De Geyter.
Art. 2.
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de heer Michel De Geyter.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanvraag van de heer Leo Van der Vorst voor het dragen van de titel eregemeenteraadslid goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad is akkoord om de titel eregemeenteraadslid toe te kennen aan de heer Leo Van der Vorst.
Art. 2.
Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de heer Leo Van der Vorst.
De agenda van de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Midden-Vlaanderen, dat plaatsvindt op maandag 8 december 2025 om 18.00 u., wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
Tijdens de gemeenteraad van 27 januari 2025 werden volgende vertegenwoordigers van de gemeente aangeduid tot het einde van de legislatuur:
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de agenda goed van de Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Midden-Vlaanderen van 8 december 2025:
Art. 2.
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring te hechten aan de voorgestelde statutenwijzigingen van Fluvius Midden-Vlaanderen.
Art. 3.
De gemeenteraad verleent zijn goedkeuring te hechten aan het voorstel van partiële splitsing door overneming inzake de overgang van Fluvius Antwerpen naar Fluvius Midden-Vlaanderen van de activiteiten elektriciteit, aardgas, openbare elektronische-communicatienetwerken en strategische participaties verbonden aan het grondgebied Zwijndrecht van de gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht.
De Buitengewone Algemene Vergadering van Fluvius Midden-Vlaanderen te verzoeken de toetreding/uitbreiding van de aansluiting voor de activiteiten elektriciteit, aardgas, openbare elektronische-communicatienetwerken en strategische participaties verbonden aan het grondgebied Zwijndrecht van de gemeente Beveren-Kruibeke-Zwijndrecht te willen aanvaarden.
Art. 4.
De opdrachthoudende vereniging Fluvius Midden-Vlaanderen te verzoeken om de nodige bestuurlijke en vennootschapsrechtelijke acties te ondernemen om uitvoering te kunnen geven aan bovenstaande beslissingen van deze gemeenteraad.
Art. 5.
De vertegenwoordiger van de gemeente Hamme die zal deelnemen aan de Buitengewone Algemene Vergadering van de opdrachthoudende vereniging Fluvius Midden-Vlaanderen op 8 december 2025 (of iedere andere datum waarop deze uitgesteld of verdaagd zou worden), op te dragen zijn/haar stemgedrag af te stemmen op de beslissingen genomen in de gemeenteraad van heden inzake voormelde artikelen van onderhavige beslissing.
Art. 6.
De gemeenteraad duidt volgende lasthebbers tot het einde van de legislatuur aan als effectief vertegenwoordiger en plaatsvervangend vertegenwoordiger namens de gemeente Hamme in de algemene vergadering van Fluvius Midden-Vlaanderen:
Art. 7.
Een besluit zal worden overgemaakt aan de opdrachthoudende vereniging Fluvius Midden-Vlaanderen, ter attentie van het secretariaat.
De gemeenteraad neemt akte van de verslagen Burgemeestersoverleg Denderregio van 12/06/2024 en 13/11/2024.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad neemt kennis van de verslagen van het burgemeestersoverleg in het kader van de regiovorming in de loop van afgelopen jaar. Concreet betreft het de vergaderingen van 12 juni 2024 en 13 november 2024.
Art. 2.
De gemeenteraad neemt er kennis van dat op 17 september 2025 eveneens een burgemeestersoverleg plaatsvond, waarvan de betrokken medewerkers van intercommunales SOLVA en DDS nog verslag zullen opmaken.
In de Kaaldries is een woonproject gerealiseerd waarin achteraan een groene ruimte is ingericht. Deze groene ruimte werd door de ontwikkelaar overgedragen aan de gemeente. Het graspleintje ligt er soms heel verwaarloosd bij en een aanpalende had gevraagd of de gemeente dit niet zou willen verkopen zodat de aanpalende dit bij zijn tuin zou kunnen voegen. De gemeenteraad dient de desaffectatie goed te keuren van een perceel grond in de Kaaldries naar aanleiding van een toekomstige verkoop.
De voorwaarden voor de overdracht (verkoop) wordt later aan een gemeenteraad voorgelegd.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Lot 1, met een oppervlakte van 181,22m² - palend aan de kadastrale percelen Hamme, 2° afd. Sie D, nrs 548K2, 548Fx, 549R2 en 548L2, op het afbakeningsplan, opgemaakt door Arbometica uit Hamme, van 28 oktober 2024 uit het openbaar domein te onttrekken.
Art. 2.
Het opmetingsplan, opgemaakt door Arbometica uit Hamme, van 28 oktober 2024 als bijlage te viseren bij dit gemeenteraadsbesluit.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de voorwaarden en de verkoop goed te keuren voor het pand Marktplein 19.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Over te gaan tot de openbare verkoop van het gebouw Marktplein 19, kadastraal gekend, Hamme, 2° afdeling, Sie B, nr. 866E, kadastrale oppervlakte 190m² en Hamme, 2° afdeling, Sie B, nr. 870N, kadastrale oppervlakte 43 m². met een instelprijs van 150.000 euro en volgens de voorwaarden van het ontwerp van lastenkohier, opgemaakt door notaris Heyvaert te Hamme.
Art. 2.
Goedkeuring te hechten aan het ontwerp van akte, opgemaakt door notaris Heyvaert te Hamme.
Art. 3.
De raadsvoorzitter draagt in dit dossier zijn bevoegdheid tot ondertekening van de notariële akte voor de verkoop van het gebouw Marktplein 19 over aan mevrouw Lotte Peeters, burgemeester.
Art. 4.
Het budget m.b.t. deze ontvangst zal voorzien worden in de begroting.
Art. 5.
Afschrift van dit besluit over te maken aan notaris Heyvaert en aan team financiën.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassingen aan het reglement starterspremie goed te keuren. Het doel van deze herziening is om de premie gerichter en duurzamer in te zetten, met aandacht voor de levensvatbaarheid van ondernemingen en een efficiëntere opvolging van de voorwaarden.
Overzicht van de goedgekeurde wijzigingen door het college:
Verlenging van de aanvraagtermijn
De termijn om een aanvraag in te dienen wordt verlengd van 12 naar 36 maanden, met als referentiepunt de oprichtingsdatum zoals geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
Gelijke premiebedragen voor alle ondernemers
De premiebedragen worden gelijkgetrokken voor ondernemers in zowel de deelgemeenten als het winkelkerngebied, om zo een eerlijke en gelijke ondersteuning te garanderen.
Verplichte voorlegging van betaalbewijzen
Voor de uitbetaling van de premie moeten ondernemers voortaan betaalbewijzen indienen bij team ondernemen. De ontvangen premie moet worden aangewend voor investeringen die bijdragen aan de duurzaamheid van het ondernemerschap en de lokale economie.
Verplichte eigen inbreng
Ondernemers moeten een eigen investering doen volgens een 60 % - 40 % verhouding. Concreet betekent dit dat een ondernemer voor elke € 1.000 die hij of zij zelf investeert, € 400 aan premie kan ontvangen. Er wordt gewerkt met een maximumbedrag en een termijn van 36 maanden om dit bedrag te realiseren.
Aanpassing van het maximumbedrag
Het maximumbedrag van de starterspremie wordt verlaagd van € 4.000 naar € 2.500.
Toelating van bijberoepers
Ook bijberoepers kunnen voortaan een aanvraag indienen, op voorwaarde dat hun zaak minstens drie dagen per week geopend is.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Verlenging van de aanvraagtermijn
De termijn om een aanvraag in te dienen wordt verlengd van 12 naar 36 maanden, met als referentiepunt de oprichtingsdatum zoals geregistreerd in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO).
Gelijke premiebedragen voor alle ondernemers
De premiebedragen worden gelijkgetrokken voor ondernemers in zowel de deelgemeenten als het winkelkerngebied, om zo een eerlijke en gelijke ondersteuning te garanderen.
Verplichte voorlegging van betaalbewijzen
Voor de uitbetaling van de premie moeten ondernemers voortaan betaalbewijzen indienen bij team ondernemen. De ontvangen premie moet worden aangewend voor investeringen die bijdragen aan de duurzaamheid van het ondernemerschap en de lokale economie.
Verplichte eigen inbreng
Ondernemers moeten een eigen investering doen volgens een 60 % - 40 % verhouding. Concreet betekent dit dat een ondernemer voor elke € 1.000 die hij of zij zelf investeert, € 400 aan premie kan ontvangen. Er wordt gewerkt met een maximumbedrag en een termijn van 36 maanden om dit bedrag te realiseren.
Aanpassing van het maximumbedrag
Het maximumbedrag van de starterspremie wordt verlaagd van € 4.000 naar € 2.500.
Toelating van bijberoepers
Ook bijberoepers kunnen voortaan een aanvraag indienen, op voorwaarde dat hun zaak minstens drie dagen per week geopend is.
Amendement 1:
Reden : zowel het bewijs van betaling moet geleverd worden als de aard van de investering
Amendement 2:
BESLUIT:
Artikel 1.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om amendement 1 goed te keuren.
Met 28 stemmen voor (Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Michaël Van Pottelberghe, Marc Saerens, Kurt Pieters), 1 onthouding (Gilles Verbeke)
Art. 2.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om amendement 2 goed te keuren.
Met 28 stemmen voor (Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe, Carine Calluy, Michaël Van Pottelberghe, Marc Saerens, Kurt Pieters), 1 onthouding (Gilles Verbeke)
Art. 3.
De gemeenteraad keurt onderstaand reglement starterspremie goed, met erin opgenomen bovenvermelde 2 amendementen.
Met 19 stemmen voor (Jan Laceur, Lotte Peeters, Jan De Graef, Robby Van der Stock, Jo Laureys, Veerle De Clercq, Kim Van de Sande, Giel Colman, Sigi Vanhoyweghen, Yannick De Maere, Luk De Mey, Ann Verschelden, Koen Mettepenningen, Mieke De Keyser, Mustafa Tokgoz, Kurt De Graef, Johan Robberecht, Regine Van Achter, Danny Poppe), 10 niet gestemd (Jan Rosschaert, Tom Vermeire, Yentl Scheirs, Lotte De Blende, Guy Bogaert-De Clercq, Carine Calluy, Michaël Van Pottelberghe, Marc Saerens, Kurt Pieters, Gilles Verbeke)
Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
De gemeente Hamme kan, onder de voorwaarden bepaald in dit reglement, een toelage toekennen aan startende ondernemers. Dit met het doel hun slaagkansen te verhogen en de zelfstandige economische activiteit gericht op de sectoren kleinhandel en horeca in de gemeente te stimuleren.
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
Handelaar: De zaakvoerder, natuurlijke of rechtspersoon, van de handelszaak.
Ondernemer: Natuurlijke of rechtspersoon die een onderneming heeft waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is vereist.
Starter: Startende handelaars, onderworpen aan het sociaal statuut der zelfstandigen, die een nieuwe kleinhandels- of horecazaak opstart
Horecazaak: Bedrijfstak die bestaat uit commerciële dienstverlenende ondernemingen
die logies verstrekken en/of publiek toegankelijke inrichting waar voedingswaren of dranken worden verkocht en ter plaatse kunnen worden genuttigd.
Handelszaak: Elke commerciële onderneming waarvoor een inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) is vereist en die de uitoefening van een kleinhandels- of horecazaak tot hoofddoel heeft
Handelspand: Het onroerend goed waarin de handels- of horecazaak wordt uitgebaat, of een dienstverlener met vrij publiek toegankelijke ruimte.
Vrije publiektoegankelijke ruimte: Voor het publiek toegankelijk plaats, ruimte of gebouw, bestemd voor verkoop of verbruik, of waar diensten worden aangeboden.
Dienstverlener: Bedrijfstak die bestaat uit commerciële dienstverlenende ondernemingen waarbij een dienst of pakket van diensten wordt geleverd aan een andere partij.
Vrij beroep: Onder een vrij beroep wordt verstaan een beroep dat wordt uitgeoefend op grond van een relevante beroepskwalificatie door een persoon die persoonlijk, op eigen verantwoordelijkheid en professioneel onafhankelijk, intellectueel ideële prestaties verricht ten behoeve van de opdrachtgever en de samenleving in het algemeen.
Detailhandel: Elke kleinhandelszaak met een winkelvloeroppervlakte tot max. 400m².
(Detailhandel-)Keten: Is een verzameling winkels van één groot bedrijf en kent meerdere winkels met dezelfde naam.
§1. Voor de toelage komen in aanmerking:
§2. Voor de subsidie komen niet in aanmerking:
§3. Om in aanmerking te komen voor een premie moet het pand waarop de aanvraag betrekking heeft aan volgende voorwaarden voldoen:
§4. Om in aanmerking te komen voor een subsidie moet de aanvrager één van de volgende ondernemende activiteiten uitoefenen als hoofdactiviteit zoals ingeschreven in de Kruispuntbank:
§5. Om in aanmerking te komen voor een premie verbindt de starter zich ertoe om onderstaande verplichtingen te voldoen:
§6. De starterspremie wordt nooit toegekend indien de aanvraag betrekking heeft op een pand zonder vrij publiek toegankelijke commerciële ruimte.
§7. Ondernemers die hun activiteit uitoefenen in het kader van een bijberoep komen eveneens in aanmerking voor de starterspremie, mits zij voldoen aan alle voorwaarden zoals opgenomen in dit reglement.
In het bijzonder geldt dat de onderneming gedurende minstens drie dagen per week operationeel moet zijn, waarbij per dag een minimale openingsduur van vijf uur vereist is. Deze uren hoeven niet opeenvolgend te zijn, maar dienen wel effectief aangeboden te worden aan het publiek of klanten.
§8. Het verlenen van de subsidie kan enkel binnen de perken van de kredieten die het college van burgemeester en schepenen voor dit reglement voor overdrachten beschikbaar stelt en overeenkomstig de Wet van 14 november 1983 houdende controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen.
§1. De grootte van het toelagebedrag is uniform en bedraagt maximaal € 2500,00, ongeacht de locatie van het handelspand binnen de gemeente Hamme.
§2. De starter dient minimaal 60% van de totale investering zelf te financieren. De starterspremie bedraagt maximaal 40% van de investering, met een plafond van € 2500,00.
Bij de berekening van het investeringsbedrag wordt uitgegaan van het nettobedrag van de facturen. De btw wordt enkel meegeteld indien deze niet recupereerbaar is door de ondernemer. Recupereerbare btw wordt niet beschouwd als onderdeel van de investering.
§3. De eigen inbreng moet aantoonbaar zijn via betaalbewijzen en facturen die worden ingediend bij team ondernemen.
§4. De ondernemer krijgt maximaal 36 maanden de tijd om het investeringsbedrag te realiseren en de nodige bewijsstukken aan te leveren.
§5. De dossiers worden chronologisch behandeld naar rato van indiening en tot uitputting van het goedgekeurde krediet.
§1. Om de premie zoals bepaald in huidig reglement te kunnen bekomen, dient de starter bij de gemeente Hamme een aanvraag in via het daartoe geijkte aanvraagformulier te bekomen bij team ondernemen van de gemeente Hamme of online via de gemeentelijke website.
§2. Deze aanvraag dient de volgende documenten te bevatten om ontvankelijk te zijn:
§3 Voor de uitbetaling van de starterspremie is het verplicht om betaalbewijzen en facturen in te dienen bij het Team Ondernemen van de gemeente Hamme.
Facturen en betaalbewijzen mogen maximaal één jaar oud zijn op het moment van indiening.
Enkel investeringen die aantoonbaar bijdragen aan de duurzame ontwikkeling van de onderneming komen in aanmerking.
Kosten die verband houden met de reguliere werking van de onderneming, zoals huur, nutsvoorzieningen (elektriciteit, water, gas, internet), verzekeringen, boekhoudkosten en aankoop van voorraad, komen niet in aanmerking voor terugbetaling.
Toegestane investeringen zijn onder andere:
§4. De aanvragen worden volgens datum van ontvangst chronologisch behandeld
§5. De aanvraag moet binnen zesendertig maanden na datum waarop de uitbating van de kleinhandels- of horecazaak van start is gegaan ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen. De oprichtingsdatum in de KBO geldt als referentiepunt.
§6. Door het indienen van de aanvraag aanvaardt de aanvrager uitdrukkelijk de bepalingen en voorwaarden van huidig reglement.
§7. De uitbetaling van de subsidies gebeurt door overschrijving op de post- of bankrekening van de aanvrager.
§8. Het college van burgemeester en schepenen behoudt ten alle tijden de bevoegdheid om te beslissen welke investeringen bijdragen aan duurzame ontwikkeling van de onderneming.
§1. Elke aanvrager moet zich onderwerpen aan eventuele controles of vragen om toelichting.
§2. Het college van burgemeester en schepenen kan de terugvordering van de subsidie pro rata eisen van het aantal overblijvende maanden en verhoogd met de wettelijke intresten op deze sommen vanaf de datum van ingebrekestelling met aanmaning van terugbetaling, indien de gesubsidieerde activiteit, in het kader van de starterspremie, niet meer wordt uitgeoefend binnen de 36 maanden na uitkering van de premie.
§3. De voorwaarde in Artikel 6 §2 vervalt in volgende gevallen:
§4. Het college van burgemeester en schepenen zal de terugvordering van de subsidie eisen, vermeerderd met de wettelijke intrest:
§5. Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht voor om te controleren of de toegekende premie werd besteed aan toegestane investeringen zoals bepaald in Artikel 5 §3.
Indien blijkt dat de middelen werden aangewend aan niet duurzame investeringen, kan de premie geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd.
De controle gebeurt op basis van de ingediende betaalbewijzen, facturen en aanvullende documentatie.
§6. Voor betwistingen in verband met dit reglement is de rechtbank van eerste aanleg van Dendermonde bevoegd.
§1. De aanvrager/ starter verbindt er zich toe:
§2. Wanneer de non-discriminatieclausule niet nageleefd wordt, kan de gemeente Hamme, rekening houdend met alle elementen, maatregelen nemen.
§1. Het Reglement starterspremie, goedgekeurd door de gemeenteraad op 15 juni 2022, wordt opgeheven.
§1. Dit reglement treedt in werking op 1 november 2025.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om de aanpassing aan lokaal toewijzingsreglement voor sociale huur - De Thuisbouwer goed te keuren.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
In 2023 traden de bepalingen over het nieuwe toewijzingsmodel van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 in werking. De eenmaking van sociale verhuurkantoren en sociale huisvestingsmaatschappijen in woonmaatschappijen zorgde voor een hertekening van het woonlandschap. Per werkingsgebied is er nog slechts één erkende woonmaatschappij. Door de vorming van de woonmaatschappijen werd ook de wijze waarop sociale huurwoningen worden verhuurd, grondig hertekend.
De Vlaamse Codex Wonen van 2021 (verder de VCW), het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021 (verder het BVCW) en haar ministerieel uitvoeringsbesluit blijven het gemeenschappelijk kader vormen voor de verhuring van alle sociale huurwoningen in het Vlaamse Gewest. Deze regelgeving moet tegemoet komen aan de bijzondere doelstellingen van het Vlaamse woonbeleid met name de realisatie van optimale ontwikkelingskansen voor iedereen, een optimale leefbaarheid van de wijken, het bevorderen van de integratie van de bewoners in de samenleving en het bevorderen van gelijke kansen voor iedereen. Om dit te realiseren werd er gekozen om autonomie te geven aan de woonmaatschappijen en aan de lokale actoren. De situatie op het platteland is immers verschillend van deze in de stad, en de situatie tussen steden en gemeenten onderling kan ook anders zijn. Om een aanpak op maat te realiseren nemen de woonmaatschappijen het initiatief om een toewijzingsraad op te richten. De sociale verhuurders, lokale besturen en relevante welzijnsactoren kunnen op die manier in dialoog gaan met elkaar en afspraken maken, om een geïntegreerd en gedragen toewijzingsbeleid op maat te realiseren.
In het BVCW wordt ruimte gelaten om bij het vastleggen van de toewijzingsregels regionale en lokale accenten te leggen. Deze bepalingen worden opgenomen in een toewijzingsreglement. Hierbij wordt een grote rol toebedeeld aan de toewijzingsraad. De toewijzingsraad krijgt de kans om passende maatregelen uit te werken in een toewijzingsreglement voor het werkingsgebied van de woonmaatschappij, waarbij wordt afgeweken van de standaardtoewijzingsregels, als de regionale of lokale situatie hierom vraagt. Hierdoor kan maximaal rekening worden gehouden met de specifieke noden.
Het BVCW bepaalt dat het in twee gevallen verantwoord is passende maatregelen uit te werken in een toewijzingsreglement, waar men kan afwijken van de standaardtoewijzingsregels. Een eigen toewijzingsbeleid kan worden ontwikkeld als men rekening wil houden met de langdurige woonbinding van de kandidaat-huurders of met de woonbehoeftigheid van specifieke doelgroepen. De opmaak van een toewijzingsreglement dient tot stand te komen in nauw overleg met alle relevante lokale (huisvestings- en welzijns-)actoren. De toewijzingsraad van het werkingsgebied van de woonmaatschappij speelt hierin de trekkersrol en is verantwoordelijk voor de opmaak van een ontwerp van het toewijzingsreglement. Het BVCW biedt op die manier de kans om een dynamiek te genereren waarin kan worden gestreefd naar een regionaal gedragen en geïntegreerd toewijzingsbeleid.
Woonmaatschappij de Thuisbouwer heeft in 2023 het initiatief genomen om een toewijzingsraad op te richten voor het werkingsgebied ‘Denderregio Noord’ (Hamme en Zele). Allebei de gemeenten in het werkingsgebied zijn vertegenwoordigd in de toewijzingsraad. Ook relevante huisvestings- en welzijnsactoren actief in het werkingsgebied maken deel uit van de toewijzingsraad. De toewijzingsraad heeft een beleidsmatige opdracht en een operationele opdracht. Dit wordt geregeld in artikel 6.23 van het BVCW.
Evaluatie door de toewijzingsraad
Op 4 juli 2023 maakte de toewijzingsraad voor het werkingsgebied Hamme en Zele een ontwerp van toewijzingsreglement op. De gemeenteraden van Hamme en Zele keurden dit toewijzingsreglement goed (op resp. 13 en 28 september 2023). De gunstige evaluatie van de toewijzingsraad op 18 december 2024 in acht genomen, rekening houdende met het project “Lange Akker” in Zele (waarbij 26 sociale woningen worden gerealiseerd tegen begin 2026), na een interne evaluatie en verdere praktische uitwerking van de afspraken (uit de toewijzingsraad) door de Thuisbouwer, worden – na bespreking in de toewijzingsraad op 11 juni 2025 – de hiernavolgende aanpassingen aan het toewijzingsreglement voorgesteld.
Deze aanpassingen aan het toewijzingsreglement worden voorgelegd aan de gemeenten van het werkingsgebied, waarna de Thuisbouwer deze bepalingen kan overnemen in het intern huurreglement. De Thuisbouwer voorzien de inwerkingtreding van het aangepast toewijzingsreglement en intern huurreglement in het najaar van 2025. De oplevering van het project ‘Lange Akker’ is voorzien begin 2026.
De toewijzingsraad staat ook in voor de praktische uitvoering van de regels die betrekking hebben op de versnelde toewijzingen en de toewijzingen aan specifieke doelgroepen. De toewijzingsraad overlegt over de aanpak van de versnelde toewijzingen (pijler II). Conform de regelgeving (BVCW) neemt de woonmaatschappij, in samenspraak met de toewijzingsraad, een beslissing over de verdeling van het percentage versnelde toewijzingen over de doelgroepen, de voorwaarden om te behoren tot de subdoelgroepen binnen de doelgroep (dreigend) dak- en thuislozen en de voorrangsregeling binnen de doelgroepen. Ook de modaliteiten voor de aanmelding van kandidaat-huurders voor een versnelde toewijzing en de bijhorende begeleiding, zal verdere administratief worden uitgewerkt door de Thuisbouwer en de betrokken (aanmeldende) partnerorganisaties. De woonmaatschappij zal vervolgens de gemeenten informeren over deze administratieve uitwerking en aanpak van de versnelde toewijzingen. De aanpak van versnelde toewijzingen maakt geen deel uit van het toewijzingsreglement dat aan de gemeenteraden dient voorgelegd te worden.
De opmaak, evaluatie en het ontwerp van aangepast toewijzingsreglement zijn tot stand gekomen in nauw overleg met alle relevante lokale (huisvestings- en welzijns-)actoren.
In het BVCW wordt ruimte gelaten om bij het vastleggen van de toewijzingsregels regionale en lokale accenten te leggen. De toewijzingsraad werkte in consensus passende maatregelen uit in een toewijzingsreglement voor het werkingsgebied van de woonmaatschappij, waarbij wordt afgeweken van de standaardtoewijzingsregels, als de regionale of lokale situatie hierom vraagt. Hierdoor wordt maximaal rekening worden gehouden met de specifieke noden en beleidswensen.
Woonmaatschappij de Thuisbouwer bezorgde dit ontwerp van toewijzingsreglement aan de gemeenten van haar werkingsgebied en houdt de gemeenten op de hoogte van de beslissingen over de aanpak van de versnelde toewijzingen.
Het college stelt voor aan de gemeenteraad om de aanpassingen aan het toewijzingsreglement integraal goed te keuren zoals voorgelegd (Pijler III: doelgroepen).
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt het aangepast toewijzingsreglement voor het werkingsgebied van woonmaatschappij de Thuisbouwer (‘Denderregio Noord’: Hamme en Zele), specifiek met betrekking tot de ‘specifieke doelgroepen’ (pijler III), goed.
Art. 2.
Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met de verdere uitvoering van deze beslissing. Deze goedkeuring wordt bezorgd aan woonmaatschappij de Thuisbouwer die dit zal integreren in haar intern huurreglement.
De gemeenteraad bespreekt de aanpassing van het gemeentelijk huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen:
Sinds het gewijzigde decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging, is het mogelijk dat de urne van een eerder overleden echtgenoot of partner mee kan begraven worden bij de echtgenoot of partner die overlijdt, of bijgezet kan worden in een urnenveld of columbarium, of ook mee uitgestrooid kan worden.Daarnaast is het mogelijk dat de urne met as van een eerder overleden gezelschapsdier kan bijgezet of mee begraven worden.
Het decreet op de begraafplaatsen en lijkbezorging legt hiervoor enkele voorwaarden op, de gemeenteraad bepaalt in het huishoudelijk reglement op de begraafplaatsen de verdere modaliteiten.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt het reglement goed zoals hieronder meegegeven:
Artikel 1:
De gemeente Hamme beschikt over vijf begraafplaatsen:
Artikel 2:
De begraafplaatsen zijn bestemd voor de begraving, de bijzetting in een columbarium of urnenveld en de asverstrooiing van:
Artikel 3:
De begraafplaatsen zijn voor het publiek toegankelijk:
Artikel 4:
Artikel 5:
De gemeentediensten moeten ten minste 2 werkdagen voor de teraardebestelling zal plaatsvinden verwittigd worden. Dit gebeurt door middel van een online aanvraagformulier, terug te vinden op de gemeentelijke website: https://www.hamme.be/aangifte-overlijden
Artikel 6:
De lijkbezorging op de begraafplaatsen van Hamme gebeurt van maandag tot en met zaterdag tussen 9u en 16u30.
Er wordt op de gemeentelijke begraafplaatsen van Hamme geen enkele vorm van lijkbezorging verricht op zondagen en op volgende feest- en verlofdagen, zijnde:
1 januari, de eerstvolgende werkdag na 1 januari, maandag van halfvasten (carnaval), paasmaandag, 1 mei, Hemelvaartsdag, pinkstermaandag, 11 juli, 21 juli, 15 augustus (Onze-Lieve-Vrouw-Hemelvaart), maandag na de derde zondag van september (jaarmarkt), 1 en 2 november, 11 november (Wapenstilstand), 15 november, 24 december na 13u, 25 en 26 december (Kerstdag en tweede Kerstdag) en op 31 december na 13u.
Artikel 7:
De lijkbezorging gebeurt op de door het college van burgemeester en schepenen aangeduide percelen.
Artikel 8:
Op aanvraag kan de urne van een eerder overleden echtgenoot of partner mee begraven worden of bijgezet worden in een urnengraf of columbarium bij de echtgenoot of partner die overlijdt, of mee uitgestrooid worden.
De eerder overledene mag tegen die mogelijkheid echter geen bezwaar hebben geuit in een laatste wilsbeschikking.
Artikel 9:
Op aanvraag is het mogelijk om de as van reeds eerder overleden gezelschapsdieren gelijktijdig met een begunstigde te begraven in een grondgraf, grafkelder, urnengraf of columbarium. De as dient in dit geval geborgen te worden in een biologisch niet-afbreekbare urne.
Met het gezelschapsdier wordt elk dier dat tam is en traditioneel in huis voor gezelschap of voor emotionele steun gehouden wordt bedoeld.
Het gezelschapsdier moet reeds overleden en gecremeerd zijn op het ogenblik van het overlijden van de eigenaar.
De hoeveelheid as is eerder een symbolische waarde. De urne met de as van het gezelschapsdier mag nooit de plaats innemen van een urne van een overleden persoon.
De urne met de as van een gezelschapsdier kan enkel maar worden bijgezet of begraven op het ogenblik van de bijzetting of begraving van de eigenaar. Latere bijzettingen van de urne met de as van een gezelschapsdier zijn niet mogelijk. De urne met de assen van een gezelschapsdier mag geen deel uitmaken van een betalende concessie en kan bijgezet worden in geconcedeerde en in niet-geconcedeerde graven.
De urne van een gezelschapsdier kan enkel worden begraven of bijgezet worden indien dit technisch mogelijk is en er voldoende plaats is in het respectievelijke graf, kelder, urnengraf of columbarium.
Bij einde concessie of ontgraving van de overleden eigenaar, volgt de as van het gecremeerde gezelschapsdier de bestemming van de kist of van de urne van de overleden eigenaar. De as van de gezelschapsdieren dient dan wel gescheiden te worden van de menselijke resten.
De as van een gezelschapsdier mag niet verstrooid worden op de asweide van de gemeentelijke begraafplaats.
Artikel 10:
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden niet-geconcedeerde plaatsen toegekend, die betrekking hebben op:
Artikel 11:
De aanvragen tot het toekennen van een niet-geconcedeerd perceel impliceren vanwege de aanvragers de verbintenis zich te onderwerpen aan al die reglementen en ordemaatregelen die gelden op de gemeentelijke begraafplaatsen en aan die welke in de toekomst kunnen uitgevaardigd worden.
Artikel 12:
De plaats worden toegekend voor maximum één persoon en voor een periode van 15 jaar. Er is geen mogelijkheid tot verlenging.
Bij niet-geconcedeerde percelen wordt geen verplichting opgelegd tot het plaatsen van een urnenzerk. Indien men wel opteert voor een urnenzerk dienen de voorwaarden, vastgesteld in artikel 62, te worden nageleefd.
Na 15 jaar worden de niet-geconcedeerde percelen ontruimd. Een afschrift van de beslissing tot ontruiming wordt gedurende een jaar voor het vervallen van deze termijn aangeplakt:
De nabestaanden hebben vanaf de bekendmaking van de beslissing tot ontruiming een jaar de tijd om graftekens weg te halen. Na deze termijn worden ze van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Nabestaanden van niet-geconcedeerde percelen kunnen tijdens de aanplakking een aanvraag richten tot het college van burgemeester en schepenen tot het ontgraven van het lichaam en het aangaan van een concessie voor de overledene, mits betaling van de ontgravingstaks.
Artikel 13:
In een beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald welke bestemming wordt gegeven aan de resten – onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging en de graftekens.
Voor de ontruimingen moeten evenwel de bepalingen van het decreet op de begraafplaatsen en de bijhorende uitvoeringsbesluiten in acht genomen worden, zowel als de beginselen inzake eerbied voor de overledenen en inzake volksgezondheid.
Artikel 14:
Nadat de ontruimingen hebben plaatsgevonden van een niet-geconcedeerde begraving of plaatsing van een asurne geeft het gemeentebestuur aan de nabestaanden, of enig belanghebbende, de mogelijkheid om een naamplaatje te laten bevestigen op een gedenkplaat, waarvan de plaats bepaald wordt door de bevoegde diensten van het gemeentebestuur.
Een naamplaatje kan aangevraagd worden bij de dienst burgerzaken en hiervoor zal een retributie gevraagd worden, zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande.
Artikel 15:
De naamplaatjes na ontruiming blijven gedurende een periode van 25 jaar hangen, mits het zich gedurende deze periode in een goede staat bevindt. Indien het gedenkplaatje beschadigd, onleesbaar of ernstig vervuild is, behoudt het college van burgemeester en schepenen zich het recht voor om de concessiehouder te verzoeken tot herstel of verwijdering.
Na de termijn van 25 jaar biedt het gemeentebestuur de mogelijkheid om het naamplaatje te vervangen en dit op aanvraag bij de dienst burgerzaken en mits betaling van de retributie cfr. het retributiereglement dienaangaande.
Naamplaatjes die na de termijn van 25 jaar niet worden vernieuwd, worden ambtshalve verwijderd.
Artikel 16:
De naamplaatjes die reeds aan een gedenkplaat werden bevestigd vóór 22 februari 2017 blijken van mindere kwaliteit te zijn en verkleuren/worden onleesbaar na verloop van tijd. Mits betaling van de retributie zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande, kan het reeds bevestigde naamplaatje vervangen worden, waarna de termijn van 25 jaar begint te lopen. De naamplaatjes die niet werden vervangen zullen ambtshalve verwijderd worden wanneer zij onleesbaar worden of wanneer de termijn van 25 jaar (te rekenen vanaf 22 februari 2017) verstreken is.
Artikel 17:
Zolang de omvang van de begraafplaats dit mogelijk maakt, worden concessies verleend voor:
Deze concessies worden verleend volgens de voorwaarden en tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement m.b.t. grondconcessies, columbaria en urnenvelden.
Artikel 18:
Bij het verkrijgen van een concessie is de houder verplicht om het graf te onderhouden en binnen het jaar een grafzerk te plaatsen. Indien dit niet vrijwillig gebeurt, kan het gemeentebestuur op kosten van de concessiehouder een grafzerk laten plaatsen.
Artikel 19:
Indien gewenst, dienen reeds grafkelders te worden geplaatst naargelang het aantal personen die in deze concessie nog zullen begraven worden.
Artikel 20:
Nieuwe concessies worden verleend voor de duur van 25 jaar.
Artikel 21:
De aanvraag van een concessie is mogelijk voor alle onder artikel 2 van dit reglement genoemde personen nog in leven of bij hun overlijden.
Artikel 22:
Concessies worden verleend vanaf het moment dat de aanvraag wordt ondertekend door de aanvrager of zijn gevolmachtigde.
Na de opmaak van deze aanvraag wordt een betalingsformulier verzonden aan de aanvrager.
Artikel 23:
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt de vorm en de inhoud van het aanvraagformulier van een concessie.
Artikel 24:
De aanvragen tot het verlenen van een concessie impliceren vanwege de aanvragers de verbintenis zich te onderwerpen aan al die reglementen en ordemaatregelen die gelden op de gemeentelijke begraafplaatsen en aan die welke in de toekomst kunnen uitgevaardigd worden.
Artikel 25:
Het verlenen van een vergunning door de gemeentelijke overheid houdt geen verhuring noch een verkoop in.
De vergunningen zijn onoverdraagbaar.
Artikel 26:
Uitbreiding van een concessie betekent dat een reeds toegekende concessie uitgebreid wordt met één of meerdere concessies.
Deze uitbreiding wordt enkel toegestaan indien de bijkomende begraving of plaatsing van de urne materieel mogelijk is.
Artikel 27:
Indien een concessie wordt uitgebreid, dient er voor de bijkomende begunstigde een nieuwe concessie te worden aangekocht van 25 jaar. De reeds bestaande concessie dient hierbij hernieuwd te worden met een termijn die gelijk is aan de periode van de overschrijding ingevolge de toegekende termijn van de nieuwe concessie
De berekening van de bij te betalen concessietermijn gebeurt proportioneel volgens volgende formule: Aantal jaren dat de nieuwe termijn de lopende concessietermijn overschrijdt x het bedrag/jaar/overledene.
Artikel 28:
Indien het praktisch mogelijk is én de nabestaanden geven toelating om de altijddurende concessie uit te breiden, dan wordt een nieuwe concessie van 25 jaar verleend voor de bijkomende overledene. De resterende duurtijd van de altijddurende concessie wordt gelijkgesteld aan de vervaldatum van de betalende concessie.
In geval van uitbreiding van een concessie van 50 jaar (concessie aangekocht vanaf 1 januari 1972 tot en met 31 december 2001), dient de nieuwe concessie te worden aangekocht voor de resterende termijn van de bestaande concessie indien deze resterende termijn de termijn van een nieuwe concessie (= 25 jaar) overschrijdt. In elk ander geval, wordt de concessie uitgebreid overeenkomstig artikel 26 van dit reglement.
Artikel 29:
Bijzetting in een bestaande concessie betekent dat de toegekende concessie reeds werd aangekocht voor meerdere begunstigden.
Artikel 30:
In geval van bijzetting in een bestaande concessie blijft de termijn doorlopen. Indien de laatste begraving of bijzetting van een asurne zich evenwel voordoet minder dan 10 jaar vóór het verstrijken van de concessie dient de bestaande concessie voor het alle begunstigden, die al dan niet reeds zijn overleden, hernieuwd te worden om de grafrust (10 jaar) te waarborgen.
Artikel 31:
De concessies kunnen na het verstrijken van hun termijn, worden hernieuwd met een periode van 5, 10 of 15 jaar, volgens de voorwaarden en tarieven opgenomen in het gemeentelijk retributiereglement m.b.t. grondconcessies, columbaria en urnenvelden.
Artikel 32:
De altijddurende concessie kan na 50 jaar, op aanvraag van enige belanghebbende, hernieuwd worden:
Artikel 33:
In geval van het verstrijken van een termijn van een uitbreiding van een altijddurende concessie, en waarbij de altijddurende concessie werd aangekocht naar aanleiding van een eerste overlijden daterend vóór 31 december 1971, wordt de altijddurende concessie kosteloos vernieuwd en dient de uitgebreide concessie hernieuwd te worden cfr. de voorwaarden en tarieven opgenomen in het retributiereglement m.b.t. grondconcessies, columbaria en urnenvelden.
Artikel 34:
De aanvraag tot hernieuwing moeten worden ingediend vóór het verstrijken van de concessietermijn.
Na het verstrijken van de concessietermijn kan enkel hernieuwd worden op voorwaarde dat er nog geen ontruiming heeft plaatsgevonden én mits betaling van de reeds verlopen en nog niet vereffende termijn. De hernieuwing begint te lopen vanaf het moment dat de concessie verstreek. De concessie dient te worden hernieuwd voor elke begunstigde in de concessie.
Indien de altijddurende concessie niet hernieuwd wordt én de retributie niet vereffend wordt voor de bijkomende concessie, nadat de wettelijke berichtgevingen werden geplaatst door het gemeentebestuur, wordt het volledig in concessie gegeven perceel, inclusief altijddurende concessie, als beëindigd beschouwd.
Artikel 35:
Op aanvraag van de concessiehouder, de erfgenamen van de begunstigde of bij afwezigheid hiervan, iedere belanghebbende, kan een concessie voortijdig beëindigd worden.
Er wordt door het gemeentebestuur een aanvraag tot beëindiging concessietermijn opgesteld die ondertekend wordt door de aanvrager(s).
Met de ondertekening van dit aanvraagformulier wordt bevestigd dat er geen nabestaanden of belanghebbenden (in leven) zijn die bovengenoemde concessie verder willen verlengen en wordt aldus om stopzetting en ontruiming van de concessie gevraagd.
De aanvrager is ervan op de hoogte dat bovengenoemde concessie op zijn aanvraag ontruimd zal worden en neemt hiervoor alle verantwoordelijkheid.
Niet meegenomen materialen worden bij ontruiming eigendom van de gemeente.
Bij de voortijdige beëindiging kan de betaalde concessieprijs noch geheel, noch gedeeltelijk teruggevorderd worden.
In bepaalde dringende gevallen (gevaar tot beschadiging andere graven, veiligheid,…) kan het college van burgemeester en schepenen beslissen om tot voortijdige ontruiming over te gaan.
Het college van burgemeester en schepenen is bevoegd om toelating te verlenen tot voortijdige beëindiging van de concessie.
Vooraleer het college van burgemeester en schepenen tot beëindiging overgaat, wordt de vraag tot beëindiging gedurende één jaar aangeplakt aan de betrokken concessie en aan de ingang van de begraafplaats. De concessiehouder wordt indien mogelijk schriftelijk in kennis gesteld.
Bezwaren tegen een voortijdige beëindiging moeten schriftelijk worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 36:
Een concessie is beëindigd wanneer de concessietermijn is verstreken of wanneer na de wettelijke bekendmakingen geen van de nabestaanden hun wil te kennen hebben gegeven om de concessie nog verder te hernieuwen.
Artikel 37:
Indien de altijddurende concessie niet hernieuwd wordt en/of de retributie voor de bijkomende concessie wordt niet vereffend, wordt het volledig in concessie gegeven perceel, inclusief altijddurende concessie, als beëindigd beschouwd.
Artikel 38:
In een beslissing van het college van burgemeester en schepenen wordt bepaald welke bestemming wordt gegeven aan de resten - onverminderd de naleving van de laatste wilsbeschikking inzake de wijze van lijkbezorging- en de graftekens.
Voor de ontruimingen moeten evenwel de bepalingen van het decreet op de begraafplaatsen en de bijhorende uitvoeringsbesluiten in acht genomen worden, zowel als de beginselen inzake eerbied voor de overledenen en inzake volksgezondheid.
Artikel 39:
De nabestaanden hebben vanaf de bekendmaking van de beslissing tot ontruiming een jaar de tijd om graftekens weg te halen. Na deze termijn worden ze van ambtswege verwijderd en worden ze eigendom van de gemeente. Het college van burgemeester en schepenen beslist over de bestemming van deze materialen.
Artikel 40:
Nadat de ontruimingen hebben plaatsgevonden van een geconcedeerde begraving of plaatsing van een asurne geeft het gemeentebestuur aan de nabestaanden of enig belanghebbende de mogelijkheid om een naamplaatje te laten bevestigen op een gedenkplaat, waarvan de plaats bepaald wordt door de bevoegde diensten van het gemeentebestuur.
Een naamplaatje kan aangevraagd worden bij de dienst burgerzaken en hiervoor zal een retributie gevraagd worden, zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande.
Artikel 41:
De naamplaatjes na ontruiming blijven gedurende een periode van 25 jaar hangen, mits het zich gedurende deze periode in een goede staat bevindt. Indien het gedenkplaatje beschadigd, onleesbaar of ernstig vervuild is, behoudt het college van burgemeester en schepenen zich het recht voor om de concessiehouder te verzoeken tot herstel of verwijdering.
Na de termijn van 25 jaar biedt het gemeentebestuur de mogelijkheid om het naamplaatje te vervangen op aanvraag bij de dienst burgerzaken en mits betaling van de retributie cfr. het retributiereglement dienaangaande.
Naamplaatjes die na de termijn van 25 jaar niet worden vernieuwd, worden ambtshalve verwijderd.
Artikel 42:
De naamplaatjes die reeds aan een gedenkplaat werden bevestigd vóór 22 februari 2017 blijken van mindere kwaliteit te zijn en verkleuren/worden onleesbaar na verloop van tijd. Mits betaling van de retributie zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande, kan het reeds bevestigde naamplaatje vervangen worden, waarna de termijn van 25 jaar begint te lopen. De naamplaatjes die niet werden vervangen zullen ambtshalve verwijderd worden wanneer zij onleesbaar worden of wanneer de termijn van 25 jaar (te rekenen vanaf 22 februari 2017) verstreken is.
Artikel 43:
Op de gemeentelijke begraafplaatsen worden gratis percelen toegekend voor begraving of plaatsing van een asurne voor kinderen tot en met 12 jaar (de kinderbegraafplaats):
Artikel 44:
Deze percelen blijven behouden zolang de nabestaanden geen aanvraag tot ontruiming indienen.
Op initiatief van het gemeentebestuur kunnen evenwel ontruimingen gebeuren na de wettelijke berichtgevingen te hebben vervuld om nabestaanden op de hoogte te brengen van eventuele ontruimingen en hen de mogelijkheid te geven het gemeentebestuur ervan in kennis te brengen dat zij het graf wensen te behouden.
Artikel 45:
Op eenvoudig verzoek van de ouders kunnen ook levenloos geboren kinderen die de wettelijke levensvatbaarheidsgrens nog niet hebben bereikt begraven worden volgens de daartoe voorziene mogelijkheden (= kinderbegraafplaats) op de begraafplaatsen van Hamme.
Begraven foetussen mogen eveneens een gedenkteken of grafsteen krijgen met de vermelding van de naam, overlijdensdatum en de afstamming.
Artikel 46:
Buiten de kinderbegraafplaats kan begraving of plaatsing van een asurne toegestaan worden voor overleden kinderen tot en met de leeftijd van 12 jaar. Deze concessie wordt gedurende 25 jaar behouden en kan dan op aanvraag kosteloos hernieuwd worden met een periode van telkens 15 jaar.
Artikel 47:
Een oud-strijder is een persoon die gediend heeft tijdens één of beide oorlogen (van 1914 en/of 1945) en die ‘een kaart met opgave der oorlogsdiensten’ kan voorleggen.
De oud-strijder kan na voorlegging van de genoemde kaart of voldoende bewijzen van oorlogsdienst samen met zijn echtgenote kosteloos begraven worden op een daartoe voorbehouden perceel voor oud-strijders.
Deze concessie wordt gedurende 50 jaar behouden en kan dan op aanvraag kosteloos hernieuwd worden met een periode van 5, 10 of 15 jaar.
Artikel 48:
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom welke graven van lokaal historisch belang zijn. Deze grafmonumenten worden 50 jaar bewaard. Deze termijn is verlengbaar. Het onderhoud gebeurt door de gemeentediensten.
Artikel 49:
Het college van burgemeester en schepenen bepaalt autonoom voor welke graven een erkenning door Monumentenzorg wordt aangevraagd. Erkende graven moeten volgens de voorwaarden van Monumentenzorg gerestaureerd en onderhouden worden.
Het gemeentebestuur vraagt hiervoor subsidies.
Artikel 50:
De asverstrooiing op de voorziene strooiweide is kosteloos.
Artikel 51:
Het gemeentebestuur geeft aan de nabestaanden of enige belanghebbende de mogelijkheid om een naamplaatje te laten bevestigen op de gedenkplaat aan de strooiweide waar de asverstrooiing heeft plaatsgevonden.
Het naamplaatje kan aangevraagd worden bij de dienst burgerzaken en hiervoor zal een retributie gevraagd worden, zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande.
Artikel 52:
Het naamplaatje blijft behouden gedurende een periode van 25 jaar, mits het zich gedurende deze periode in een goede staat bevindt. Indien het gedenkplaatje beschadigd, onleesbaar of ernstig vervuild is, behoudt het college van burgemeester en schepenen zich het recht voor om de concessiehouder te verzoeken tot herstel of verwijdering.
Artikel 53:
Het naamplaatje kan na 25 jaar en op aanvraag bij de dienst burgerzaken vervangen worden, mits betaling van een retributie, zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande.
Artikel 54:
De naamplaatjes die reeds werden bevestigd aan de strooiweiden vóór 22 februari 2017, kunnen mits betaling van de retributie zoals bepaald in het retributiereglement dienaangaande, vervangen worden, waarna de termijn van 25 jaar begint te lopen.
De reeds bevestigde naamplaatjes (geplaatst vóór 22 februari 2017) blijken van mindere kwaliteit te zijn en verkleuren/worden onleesbaar na verloop van tijd. De naamplaatjes die niet werden vervangen zullen ambtshalve verwijderd worden wanneer zij onleesbaar worden of wanneer de termijn van 25 jaar (te rekenen vanaf 22 februari 2017) verstreken is.
Artikel 55:
Verwaarlozing staat vast als het graf doorlopend onzindelijk, door plantengroei overwoekerd, vervallen, ingestort of bouwvallig is.
De verwaarlozing wordt vastgesteld door een staat van bevinding opgemaakt door de burgemeester of zijn gemachtigde. Dit verslag blijft een jaar bij het graf en aan de ingang van de begraafplaats aangeplakt, cfr. art. 10 van het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging d.d. 16 januari 2004.
Na het verstrijken van die termijn en bij niet-herstelling kan het college van burgemeester en schepenen, bij delegatie door de gemeenteraad, een einde maken aan de concessie.
Er wordt dan van ambtswege overgegaan tot afbraak of tot het wegnemen van de materialen.
De van ambtswege verwijderde graftekens en sierelementen worden eigendom van de gemeente.
Artikel 56:
Bij onmiddellijk gevaar voor openbare orde en veiligheid, zijn de wijze van bekendmaking en de aan de betrokkenen toegestane termijn voor herstel, zoals vastgesteld in artikel 54 van dit reglement, niet van toepassing.
De burgemeester kan ambtshalve en op kosten van de nabestaanden, de grafmonumenten verwijderen of toegebrachte schade herstellen, zulks na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling.
Artikel 57:
Ontgravingen kunnen aangevraagd worden aan de burgemeester met duidelijke motivering waarom men tot ontgraving wenst over te gaan.
De burgemeester zal beslissen of al dan niet kan ingestemd worden met de ontgraving, na overweging van de aangehaalde redenen.
Indien de aanvraag afgewezen wordt, worden de aanvragers hiervan schriftelijk op de hoogte gebracht.
Indien de aanvraag wordt ingewilligd, worden er documenten opgemaakt dienstig voor opgraving, ondertekend door de burgemeester.
Na betaling van de ontgravingskosten zal een datum en uur bepaald worden waarop de opgraving zal plaatsvinden.
De opgraving kan niet bijgewoond worden door andere personen dan de grafmakers, de bevoegde agent en de ambtenaar van de burgerlijke stand.
Artikel 58:
Op de gemeentelijke begraafplaatsen te Hamme dient men volgende bepalingen in acht te nemen:
Artikel 59:
De burgemeester kan ambtshalve en op kosten van de aansprakelijk bevonden personen, de materialen en voertuigen verwijderen of toegebrachte schade herstellen, in geval van de overtredingen van de verbodsbepalingen vervat in bovenstaande opsomming, zulks na een zonder gevolg gebleven ingebrekestelling.
Artikel 60:
De percelen voorbehouden voor de begravingen hebben volgende afmetingen:
|
|
Enkel graf |
Dubbel graf |
| Geconcedeerd perceel |
2 meter lang 0,80 meter breed |
2 meter lang 1,60 meter breed |
| Niet-geconcedeerd perceel |
1,80 meter lang 0,80 meter breed |
|
| Kinderbegraafplaats: of 12 jaar indien begraving asurne |
1 meter lang 0,60 meter breed |
|
Artikel 61:
De percelen voor de geconcedeerde urnenkelders zijn 0,60 meter lang en 0,60 meter breed. (zie bijlage 1)
Artikel 62:
Op de geconcedeerde urnenkelders mogen alleen gedenktekens geplaatst worden die beantwoorden aan de volgende voorschriften:
Artikel 63:
Op de begraafplaatsen waar een perceel ingericht werd voor niet-geconcedeerde urnenkelders mogen alleen gedenktekens geplaatst worden die beantwoorden aan de volgende voorschriften:
Artikel 64:
De strook aarde tussen twee rijen urnenkelders is voorbehouden voor beplanting die zal worden geplaatst en onderhouden door het gemeentebestuur.
De hoogte van de sierelementen mag maximaal 30 cm bedragen.
Artikel 65:
In de vlinderboom mag enkel een vlinder geplaatst worden als gedenkteken. De vlinders worden aangebracht door het gemeentebestuur.
Andere, persoonlijke gedenktekens, kunnen onderaan de vlinderboom geplaatst worden, mits zij de afmetingen zoals bepaald in artikel 57 van dit reglement niet overschrijden.
Het is niet verplicht om een vlinder aan te kopen wanneer men begraving of plaatsing van een foetus onder de vlinderboom wenst.
Artikel 66:
Op elke witte stip van de urnenpaddenstoel wordt een gedenkplaatje gekleefd door het gemeentebestuur waarvan het opschrift vermeldt:
Andere, persoonlijke gedenktekens kunnen onder en rond de urnenpaddenstoel geplaatst worden, mits zij de afmetingen zoals bepaald in artikel 57 van dit reglement niet overschrijden.
Artikel 67:
Het onderhoud van de graven op de gemeentelijke begraafplaatsen berust bij de belanghebbende familie of haar aangestelde.
Alle verwelkte bloemen en planten moeten onmiddellijk verwijderd worden, zoniet gebeurt dit van ambtswege.
Bloemen en planten, rond de periode van 1 en 2 november geplaatst, worden ambtshalve verwijderd vanaf de eerste werkdag van de maand december.
Artikel 68:
Het gemeentebestuur staat niet in voor de bewaking van de op de graven geplaatste voorwerpen en is niet aansprakelijk voor de op de begraafplaatsen gepleegde diefstallen.
Artikel 69:
Het gemeentebestuur kan evenwel niet verantwoordelijk zijn voor beschadigingen ontstaan aan grafmonumenten, veroorzaakt door onvoorziene gebeurtenissen, tenzij reeds vóór de beschadiging verwaarlozing werd vastgesteld bij middel van een akte van de burgemeester of zijn gemachtigde.
Artikel 70:
Het gemeentebestuur verbindt zich ertoe om de begraafplaatsen na de openingsuren, zoals vermeld in artikel 3 van dit reglement, af te sluiten. De begraafplaatsen zijn niet meer toegankelijk na de vermelde openingsuren.
Artikel 71:
Alle niet in het reglement voorziene gevallen worden beslecht door het college van burgemeester en schepenen, in zoverre zij niet door een wet, besluit of decreet aan een andere overheid worden toegewezen en niet in strijd zijn met het niet-discriminatieprincipe.
Artikel 72:
Dit reglement treedt in werking op 21 oktober 2025 na goedkeuring door de gemeenteraad in zitting van 20 oktober 2025 en vervangt alle vorige reglementen.
Artikel 73:
Dit huishoudelijk reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig de artikelen 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 74:
De bepalingen van dit reglement vallen onder de toepassing van de gemeentelijke administratieve sancties.
Vraagt aan de gemeenteraad om de aankoop van 3 extra PWB-uren (personeel ten laste van het werkingsbudget) voor de uitbreiding atelier beeldhouwen in de academie voor beeldende en audiovisuele kunsten goed te keuren. Het atelier beeldhouwen en ruimtelijke kunst is voor volgend schooljaar reeds volzet. Vermits de interesse is er de noodzaak om te starten met een namiddagatelier op dinsdag - waarvoor 4 lestijden nodig zijn.
De vraag omtrent het vermeerderen van 2 PWB-uren naar 3 PWB-uren werd voorgelegd en goedgekeurd door het ABC. Dit 1 extra PWB-uur in de academie voor beeldende en audiovisuele kunst zou worden gebruikt voor creëren van duobaan in grote groep beeldatelier. Financieel kan dit gedragen worden met het huidige werkingsbudget. Er wordt zuinig omgesprongen op uitgaven zodat deze uren kunnen bekostigd worden en het totale beschikbare werkingsbudget niet overschreden wordt.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Het collegebesluit van 07/07/2025 omtrent het aankopen en inzetten van 2 PWB-uren in de academie voor beeldende en audiovisuele kunst.
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de aankoop en het inzetten van de 3 PWB-uren in de academie voor de beeldende en audiovisuele kunsten goed.
Vraagt aan de gemeenteraad om 2 extra PWB-uren (personeel ten laste van het werkingsbudget) voor de ondersteuning van de woordafdeling in de academie voor muziek woord dans goed te keuren. Om alle huidige én nieuwe leerlingen een plek te kunnen geven en voldoende pedagogisch comfort te kunnen bieden, is er nood aan 2 extra lestijden voor MWD ten laste van het werkingsbudget. Het inzetten van de PWB-uren in de academie voor muziek woord dans werd intern besproken en goedgekeurd door het vakbondsoverleg onderwijs
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
Het collegebesluit van 06/10/2025 omtrent het aankopen en inzetten van 2 PWB-uren in de academie voor muziek woord dans.
BESLUIT:
Enig artikel.
De gemeenteraad keurt de aankoop en het inzetten van de 2 PWB-uren in de gemeentelijke academie voor muziek woord dans goed.
Vraagt aan de gemeenteraad om kennis te nemen van de wijzigingen van het schoolreglement en de infobrochure van GBS De Dobbelsteen voor het schooljaar 2025-2026 en deze wijzigingen goed te keuren:
Wijzigingen in het schoolreglement:
Wijzigingen in het infobrochure:
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
Het bestaande schoolreglement voor de gemeentelijke basisschool De Dobbelsteen, goedgekeurd in de gemeenteraad van 25/09/2024, wordt opgeheven.
Art. 2.
Het bijgevoegde schoolreglement van toepassing op de gemeentelijke basisschool De Dobbelsteen wordt goedgekeurd.
Art. 3.
Het bijgevoegde huishoudelijke reglement gemeentelijke basisschool De Dobbelsteen wordt goedgekeurd.
Art. 4.
Afschrift van deze beslissing wordt overgemaakt aan de schooldirectie van de gemeentelijke basisschool de Dobbelsteen.
De huidige statuten van autonoom gemeentebedrijf HIM dienen op bepaalde punten aangepast/aangevuld te worden in overeenstemming met het decreet lokaal bestuur.
Meer bepaald gaat het over de toevoeging van:
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt de wijziging van de statuten van de Hamse Investeringsmaatschappij goed.
Art. 2.
De statutenwijziging zal na beslissing van de gemeenteraad via de gemeentelijke website worden gepubliceerd.
Herziening van de beheersovereenkomst tussen de gemeente Hamme en het AGB HIM in het kader van de nieuwe legislatuur.
Voorgestelde aanpassingen:
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Tussen deze partijen is overeengekomen wat volgt.
Deze beheersovereenkomst wordt opgesteld volgens artikel 234 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en artikel 9 van de statuten van het bedrijf. De partijen werken samen aan de verwezenlijking van de beleidsdoelstellingen van de gemeente uit het meerjarenplan 2026-2031 en van het maatschappelijk doel van het bedrijf, zoals omschreven in artikel 5 van de statuten van het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamme, Hamse Investeringsmaatschappij, goedgekeurd in de gemeenteraad van 20 oktober 2025.
Ook bestaande en toekomstige projecten van de hogere overheden, zowel federaal, gewestelijk als provinciaal, waarvan het doel overeenstemt met de doelstellingen van het bedrijf kunnen ondersteund, bevorderd en uitgevoerd worden.
Deze overeenkomst wordt afgesloten vanaf 20 oktober 2025 tot en met 30 juni 2032.
§1. Voorafgaand aan belangrijke beslissingen van de gemeente en van het bedrijf in uitvoering van deze overeenkomst, vindt er overleg plaats tussen de partijen. Als belangrijke beslissingen waarover voorafgaandelijk overlegd wordt, worden minstens beschouwd beslissingen over de meerjarenplanning, aanpassingen aan de meerjarenplanning, de vaststelling van de tarieven en de wijzigingen ervan.
§2. De partijen verbinden zich ertoe om betwistingen over de toepassing van deze beheersovereenkomst in eerste instantie via overleg tussen de partijen op te lossen.
§3. Het initiatief voor een overleg kan uitgaan van beide partijen.
§4. Deze beheersovereenkomst en de uitvoering ervan wordt jaarlijks geëvalueerd door de gemeenteraad, ter gelegenheid van het advies over de jaarrekening.
Volgens artikel 238 van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt de gemeenteraad het bedrag van het presentiegeld en de andere vergoedingen die in het kader van de bestuurlijke werking van het autonoom gemeentebedrijf worden toegekend, binnen de limieten en overeenkomstig de toekenningsvoorwaarden, bepaald door de Vlaamse Regering.
Artikel 22 en artikel 30 van de statuten van het bedrijf zijn van toepassing op de vergoedingen aan de leden van de raad van bestuur en de leden van het directiecomité.
§1. Het bedrijf wordt door de gemeente belast met een integrale publiekrechtelijke exploitatieopdracht en beheer met als voorwerp:
§2. De exploitatie- en beheersopdracht heeft betrekking op alle aspecten van exploitatie, waaronder plaatsing en onderhoud van infrastructuur, vaststelling van tarieven en tariefstructuren en de inning van gelden.
§3. Een overzicht van de infrastructuur wordt opgenomen in bijlage 1 bij deze beheersovereenkomst :'lijst van beheerde infrastructuur.
De exploitatie en het beheer van andere gemeentelijke infrastructuur kan ook worden overgedragen aan het bedrijf, rekening houdende met de noden van de Hamse bevolking, geformuleerd in het meerjarenplan 2026-2031 en binnen het doel volgens de statuten van het bedrijf. Dit gebeurt telkens na goedkeuring door de gemeenteraad van Hamme en de raad van bestuur voor het bedrijf. Deze opdrachten worden dan op basis van het besluit van de gemeenteraad en van de raad van bestuur opgenomen in bijlage 1 bij deze beheersovereenkomst : 'lijst van beheerde infrastructuur.
De gemeente staat alle bevoegdheden van exploitatie en beheer over de overgedragen infrastructuur uitdrukkelijk, volledig en uitsluitend af aan het bedrijf. Het bedrijf kan binnen de bevoegdheden waarover het beschikt, alle zakelijke rechten verwerven of vervreemden, vrij alle daden stellen en alle activiteiten ontwikkelen die het nuttig acht voor de realisatie van zijn doelstellingen op het grondgebied van de gemeente Hamme en vrij beslissen over de wijze van financiering ervan. Het bedrijf kan hiertoe samenwerkingsovereenkomsten sluiten met natuurlijke en met publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.
De raad van bestuur van het bedrijf beslist over volgende handelingen, na advies van de gemeente:
Het bedrijf verbindt er zich toe de gemeente naar aanleiding van iedere aanpassing van het meerjarenplan in kennis te stellen van de tarieven, tariefstructuren, gebruiksvergoedingen en gebruikscategorieën die het wil toepassen voor de exploitatie van de in bijlage 1 'lijst van beheerde infrastructuur' vermelde infrastructuur. De gemeente houdt zich het recht voor de aan de gebruiker aangerekende tarieven te verminderen om ze democratisch te houden. In dat geval zal de gemeente een prijssubsidie afspreken om het verwachte tekort te dekken. Het bedrijf bepaalt de tarieven en gebruiksvergoedingen voor het verlenen van recht op toegang en of gebruik van de in bijlage 1 'lijst van overgedragen infrastructuur' vermelde infrastructuur zodanig dat de inkomsten de uitgaven overtreffen, zodat de vrijstelling van de belasting over de toegevoegde waarde ingevolge artikel 44,82,3° WBTW niet van toepassing is.
Het bedrijf zal in eigen naam instaan voor alle directe en indirecte kosten en belastingen en voor eigen rekening voor de financiering van de uitvoering van deze overeenkomst, inbegrepen de kosten van de studie, het ontwerpen, de bouw, de installatie, de uitrusting, het onderhoud, de herstelling, de nieuwbouw, de vervanging en de exploitatie van alle infrastructuur waarvan het beheer aan het bedrijf is toevertrouwd.
Het bedrijf zal alle kosten van de exploitatie, de investeringen en financieringen voor de duur van de beheersovereenkomst opnemen in het meerjarenplan van het bedrijf. De realisatie gebeurt nadat het vastgestelde beleidsrapport uitvoerbaar is en nadat de toezichtstermijn van de toezichthoudende overheid, zoals vastgelegd in het Decreet over het Lokaal Bestuur, is verstreken.
§1. Om de globale openbare dienstverlening van het bedrijf te kunnen waarborgen, kent de gemeente aan het bedrijf een financiële bijdrage toe. Deze financiële bijdrage stemt minimaal overeen met het werkingstekort van het jaar. (rubriek III van de staat van opbrengsten en kosten – overschot of tekort van het boekjaar)
§2. De subsidiëring van de gemeente aan het bedrijf kan volgende vormen aannemen:- prijssubsidie, nodig om de tarieven voor de gebruikers democratisch te houden.
§3. Elk meerjarenplan of aanpassing van het meerjarenplan wordt voorafgaand aan de vaststelling door de raad van bestuur voorgelegd aan het college van Burgemeester en Schepenen. Op basis van dit ontwerp neemt de gemeenteraad een beslissing over de prijssubsidies die worden opgenomen in het gemeentelijk meerjarenplan of de aanpassing ervan. De subsidie evolueert en wordt afgerekend op basis van de jaarrekeningen van het bedrijf.
§4. De financieringsproblematiek wordt in overleg met de gemeente beheerd.
Het Gemeentelijk Autonoom Bedrijf Hamme handelt conform de bepalingen van circulaire 2022/C/100 van 13 oktober 2022 betreffende de BTW-regeling voor autonome gemeentebedrijven. In het bijzonder wordt rekening gehouden met de kwalificatie van prijssubsidies en werkingssubsidies, en met de beoordeling van het winstoogmerk in het kader van de toepassing van artikel 44 van het Btw-wetboek.
§1. Het bedrijf legt in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt – artikel 227 van het Decreet over het Lokaal Bestuur. De gemeenteraad waakt over de afstemming van het beleid van het bedrijf op het gemeentelijk beleid.
§2. Het bedrijf is onderworpen aan de verplichtingen in het kader van de formele motivering en openbaarheid van bestuur die gelden voor de gemeente.
§3. Het bedrijf bezorgt onmiddellijk na elke vergadering een lijst met de besluiten van zijn raad van bestuur, met een beknopte omschrijving van de daarin geregelde aangelegenheden, aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente, overeenkomstig artikel 285, § 1 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
§4. Het bedrijf bezorgt ook onmiddellijk na de behandeling ervan door de raad van bestuur zijn beleidsrapporten aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente, overeenkomstig artikel 286, § 1 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
§5. Het bedrijf legt jaarlijks, naar aanleiding van het advies over de jaarrekening, de beheersovereenkomst voor aan de gemeenteraad voor evaluatie.
§1. algemeen
Artikel 234 § 2 van het Decreet over het Lokaal Bestuur bepaalt dat zolang het bedrijf geen eigen regels heeft vastgesteld voor het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders, de artikelen 266, 267, 269 en 272, § 1, tweede en derde lid, van toepassing zijn op het bedrijf. In dat geval zijn bovendien artikel 265, 268 en 272, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van toepassing op het bedrijf.
Dit artikel voorziet in de navolgende paragrafen in eigen regels voor het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole en de ondertekening van de girale betalingsorders zodat de terugval- of standaardregeling, zoals deze geldt voor de gemeente, niet van toepassing is op het bedrijf.
§2. aangaan en uitvoeren van verbintenissen
Een verbintenis kan enkel worden aangegaan indien de financiële gevolgen ervan passen binnen de uitvoerbare kredieten van het meerjarenplan. Indien dit niet het geval is, moet voorafgaand een formele aanpassing van het meerjarenplan worden goedgekeurd door de raad van bestuur en ter kennis gebracht van het college van burgemeester en schepenen en goedgekeurd door de gemeenteraad. Uitzonderingen zijn enkel mogelijk bij dwingende omstandigheden, mits motivering en onmiddellijk opname in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
Als het bedrijf nog niet over uitvoerbare kredieten beschikt voor het lopende boekjaar, is het aangaan of het wijzigen van verbintenissen onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring door de voorzitter, bij afwezigheid de ondervoorzitter, van het bedrijf tot een bedrag van € 8.500,00 excl. btw. Verbintenissen tussen € 8.500,00 en € 144.000,00 excl. btw worden goedgekeurd door het directiecomité. Verbintenissen vanaf € 144.000,00 worden goedgekeurd door de raad van bestuur.
§3. wetmatigheidscontrole en validatie
De wettigheid en regelmatigheid van de voorgenomen verbintenissen wordt onderzocht door het directiecomité, na overleg met de diensten van de gemeente indien nodig. Dit nazicht houdt in:
Daarna wordt de voorgenomen beslissing voor validatie voorgelegd aan de voorzitter.
In het organisatiebeheersingssysteem wordt deze procedure uitgewerkt en beschreven.
§4. uitgaven bij dwingende en onvoorziene omstandigheden
Het bedrijf kan zonder de nodige kredieten over de uitgaven beslissen die door dwingende en onvoorziene omstandigheden vereist zijn, op voorwaarde dat hij daarvoor een met redenen omkleed besluit neemt.
In dezelfde omstandigheden en als het geringste uitstel onbetwistbare schade zou veroorzaken, kan het directiecomité op eigen verantwoordelijkheid over de uitgaven beslissen. Het directiecomité brengt de raad van bestuur tijdens de eerstvolgende vergadering op de hoogte.
De bevoegdheid om over de uitgaven te beslissen, houdt ook de bevoegdheid in tot het vaststellen van de voorwaarden van overheidsopdrachten, het vaststellen van de plaatsingsprocedure, het voeren van de plaatsingsprocedure, de gunning en de uitvoering van de overheidsopdrachten.
In de gevallen, vermeld in het eerste en het tweede lid, worden de financiële gevolgen opgenomen in de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan.
§5. ondertekening van de girale betalingsorders
Alle girale betalingen worden ondertekend door de voorzitter en de ondervoorzitter, van het directiecomité. Met zijn handtekening bevestigt de voorzitter dat de uitgave wettig en regelmatig is.
Als de voorzitter of de ondervoorzitter weigeren een betalingsopdracht aan een financiële instelling te ondertekenen, kan het directiecomité op eigen verantwoordelijkheid bevelen de betaling uit te voeren. Een dergelijk bevel kan niet worden geweigerd.
In het geval, vermeld in het tweede lid, brengt het directiecomité de raad van bestuur in de eerstvolgende vergadering op de hoogte van dat betalingsbevel.
De betaling, vermeld in het tweede lid, kan pas worden uitgevoerd nadat de raad van bestuur heeft kunnen kennisnemen van de beslissing van het directiecomité.
Er kunnen geen provisies ter beschikking gesteld worden van personeelsleden voor het betalen van geringe exploitatie-uitgaven die voor de goede werking van de dienst onmiddellijk moeten worden gedaan.
Betalingen in verband met het thesauriebeheer verricht de voorzitter autonoom tenzij voor uitgaven boven een grensbedrag van € 144000,00 (excl BTW) dan geldt een dubbele handtekening van de voorzitter en ondervoorzitter.
De raad van bestuur stelt het organisatiebeheersingssysteem vast, op voorstel van het directiecomité. Het principe van functiescheiding wordt toegepast.
Art. III.115. § 1. van het bestuursdecreet van 7 december 2018 van de Vlaamse Overheid bepaalt dat in elk publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap periodiek een audit wordt uitgevoerd door Audit Vlaanderen.
Audit Vlaanderen evalueert de organisatiebeheersing, gaat na of ze adequaat is en formuleert aanbevelingen om ze te verbeteren. Audit Vlaanderen voert daarvoor organisatie- en procesaudits uit.
Daarnaast bepalen de statuten van het bedrijf dat het bedrijf dat onderworpen is aan de bepalingen, vermeld in boek V, titel VII, hoofdstuk II van het Wetboek van Vennootschappen. de controle laat uitvoeren door een commissaris-revisor, benoemd door de gemeenteraad overeenkomstig artikel 130 van het Wetboek van Vennootschappen.
Het verslag wordt voorgelegd aan de gemeenteraad en aan de raad van bestuur.
Indien de beheersovereenkomst niet wordt nageleefd, kan de gemeenteraad ten allen tijde een lid of leden van de raad van bestuur schorsen of ontslaan (zie artikel 11 van de statuten). De raad van bestuur kan op haar beurt een directielid of directieleden ontslaan (zie artikel 19 en 25 van de statuten).
§1. De gemeente kan in overleg met het bedrijf beslissen om infrastructuur die ze inbracht in het bedrijf terug in eigen beheer te nemen. In dat geval neemt ze alle rechten en verplichtingen van het bedrijf aangaande die infrastructuur over.
§2. Het bedrijf kan andere rechtspersonen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen, mits naleving van het gelijkheidsbeginsel, de mededingingsregels en de staatssteun regels zoals bepaald in het DLB en Europese regelgeving. De beslissing moet aantonen dat er geen speculatief oogmerk is en dat de deelname een mandaat van bestuurder oplevert. De gemeente moet voorafgaand advies geven over elke oprichting of deelname.
De deelname is onderworpen aan de voorwaarde dat aan het bedrijf minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend.
Onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding van de beheersovereenkomst, wordt die gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.
De beheersovereenkomst en de uitvoering ervan worden jaarlijks geëvalueerd door de gemeenteraad.
Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd.
Als geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden binnen een jaar na de verlenging, vermeld in het derde lid, of als een beheersovereenkomst is ontbonden of geschorst, kan de gemeenteraad na overleg met het bedrijf voorlopige regels vaststellen voor de aangelegenheden, vermeld in de beheersovereenkomst. Die voorlopige regels zullen als beheersovereenkomst gelden tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.
In geval van ontbinding en vereffening van het bedrijf, wordt een algemene inventaris opgemaakt en tevens een eindrekening omvattende de balans en beleidsrapport J7 staat van opbrengsten en kosten. In voorkomend geval neemt de gemeente, behoudens andersluidende beslissing van de gemeenteraad op basis van artikel 244 §3 van het Decreet over het Lokaal Bestuur, alle rechten en verplichtingen van het bedrijf over (zie artikel 42 van de statuten).
Het bedrijf zal zich strikt houden aan alle wettelijke bepalingen en ervoor zorgen dat het alle overheidsvoorschriften naleeft op een transparante en doelmatige manier. Het bedrijf is onderworpen aan de verplichtingen die gelden voor de gemeente over de formele motivering en openbaarheid van bestuur.
Het personeel van het bedrijf kan in statutair of contractueel verband worden aangesteld.
De overeenstemmende rechtspositieregeling en deontologische code van het gemeentepersoneel zijn van toepassing op het personeel van het bedrijf. Het bedrijf stelt de afwijkingen van die rechtspositieregeling vast, als het specifieke karakter van het bedrijf dat verantwoordt. Het bedrijf bepaalt de rechtspositieregeling van de betrekkingen die niet bestaan binnen de gemeente.
Behalve in geval van gemotiveerde afwijking kan geen enkel personeelslid van het bedrijf een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente.
De gemeente staat in voor de berekening van het loon en de vergoedingen van het personeel van het bedrijf, dat op zijn beurt alle nodige gegevens hiertoe overmaakt aan de gemeente.
§1. Het bedrijf kan, teneinde ondersteuning te voorzien in het kader van haar opdracht, zoals bepaald in de statuten en artikel 5 van deze beheersovereenkomst en mits naleving van artikel 31 van de Wet van 24 juli 1987 over tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, zich beroepen op één of meerdere personeelsleden van de gemeente die via een individuele terbeschikkingstellingsovereenkomst worden uitgeleend aan het bedrijf. De gemeente rekent hiervoor geen vergoeding of kost aan.
ln de terbeschikkingstellingsovereenkomst wordt er uitdrukkelijk bepaald welke taak toevertrouwd wordt aan het uitgeleende personeelslid met het oog op de ondersteuning bij het bedrijf. Deze overeenkomst wordt, uiterlijk bij aanvang van de uitlening, ter kennisgeving ondertekend door het betrokken personeelslid.
§2. De uitlening van een personeelslid is tijdelijk en wordt aangegaan voor een periode van drie jaar. De duur van deze uitlening kan stilzwijgend verlengd worden per drie jaar. Partijen kunnen in onderling akkoord of elk éénzijdig een einde stellen aan de uitlening aan het bedrijf. Bij beëindiging van de uitlening kan het personeelslid terugkeren naar de gemeente, rekening houdende met de algemene organisatie van de gemeente.
§3. Het gemeentebestuur blijft de juridische werkgever van het aangeduide personeelslid en oefent samen het bedrijf het werkgeversgezag over hem/haar uit.
De arbeidsvoorwaarden van dit personeelslid, zoals in de rechtspositieregeling van de gemeente opgenomen, blijven ongewijzigd. Het aangeduide personeelslid ressorteert onder het administratief en geldelijk statuut van de gemeente.
Uitsluitend de gemeente is bevoegd voor het salaris, toelagen en vergoedingen, verloven en afwezigheden, loopbaanplanning –en begeleiding, schorsing van de arbeidsovereenkomst, tucht- of disciplinestelsel, evaluatiegevolgen, ontslag, vormingsrechten en –plichten en deontologie.
Het aangeduide personeelslid blijft op de loonlijst van de gemeente staan. Alle lasten, kosten en andere uitgaven die (on)rechtstreeks betrekking hebben op de tewerkstelling van het aangeduide personeelslid, zijn ten laste van en worden betaald door de gemeente.
§4. Het bedrijf kan, in het kader van de uitoefening van haar taak, aan het uitgeleende personeelslid instructies geven. Dit instructierecht van het bedrijf mag op geen enkele wijze het werkgeversgezag van de gemeente uithollen. Deze instructies worden gedetailleerd omschreven in de terbeschikkingstellingsovereenkomst.
§5. De concrete arbeidstijd van het uitgeleende personeelslid wordt in onderling overleg tussen de gemeente en het bedrijf geregeld, zonder afbreuk te doen aan de rechtspositieregeling van de gemeente. De arbeidstijd en arbeidsplaats van het uitgeleende personeelslid worden gespecifieerd in de terbeschikkingstellingsovereenkomst
De personeelsleden van het bedrijf volgen de volledige rechtspositieregeling en het arbeidsreglement van de gemeente.
Vernietiging van sommige bepalingen uit deze beheersovereenkomst door beslissingen van overheden, fiscale administraties of rechtbanken doet geen afbreuk aan de geldigheid van andere bepalingen.
Deze beheersovereenkomst wordt ter inzage neergelegd op het secretariaat van het bedrijf.
Om economisch leefbaar te zijn is het nodig dat:
Uit de tussentijdse budgetcontrole 2025 is gebleken dat de prijssubsidiefactor voor het boekjaar 2025 voldoende is. Vanaf november kunnen we de prijssubsidiefactor voor de parkings en vrijetijdsinfrastructuur beperken tot 1,4. Het totaal aan prijssubsidies bedraagt aldus respectievelijk € 401 228,37 en € 228 676,80. Het AGB voorziet in de aanpassing meerjarenplan 2025 een prijssubsidie van € 629 905,16. Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om dit goed te keuren.
Om die redenen, diende raadslid Veerle De Clercq, N-VA, voorliggend aanvullend agendapunt in, en lichtte dit verder toe ter zitting.
JURIDISCHE CONTEXT:
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
BESLUIT:
Artikel 1.
De gemeenteraad bevestigt de prijssubsidiefactoren van het prijssubsidiereglement voor het boekjaar 2025 t.e.m. oktober ten voordele van het AGB Hamse Investeringsmaatschappij, zoals goedgekeurd op 20/11/2024 door de gemeenteraad.
Art. 2.
De gemeenteraad bevestigt de aanpassing van het prijssubsidiereglement voor november en december 2025, ten voordele van het AGB Hamse Investeringsmaatschappij, zoals vastgesteld op 1 oktober 2025 door de raad van bestuur van het AGB Hamse Investeringsmaatschappij.
Art. 3.
De provinciegouverneur in kennis te stellen van dit besluit op de wijze zoals bepaald in artikel 231, derde lid van het Decreet over het lokaal bestuur.
Raadslid Gilles Verbeke van Groen diende een aanvullend agendapunt in m.b.t. 'Aanpak exoten (Japanse duizendknoop, doornappel, Aziatische hoornaar...)'.
FEITEN, CONTEXT EN ARGUMENTERING:
De e-mail van 15 oktober 2025 vanwege raadslid Gilles Verbeke vanwege Groen met de vraag om onderstaand agendapunt te agenderen op de gemeenteraad van 20 oktober 2025:
BESLUIT:
Enig artikel.
Voor de bespreking ter zitting: zie de audio-opname.
De voorzitter sluit de zitting op 20/10/2025 om 20:35.
Namens gemeenteraad,
André Reuse
algemeen directeur
Jan Laceur
raadsvoorzitter